Top 40 van de Gouden Eeuw – 18

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Ik drink de nieuwe most

Deze vrolijke dansmelodie ‘Ick drink de niewe most’ is opgetekend als ‘Een Courant’ door de Utrechtse beiaardier en blokfluitist Jonker Jacob van Eyck in Der Fluyten Lust-hof (1649), zijn meerdelige reeks melodieën met variaties ‘Dienstigh voor alle Konstlievers tot de Fluit, Blaes- en allerley Speel-tuigh’, zoals de titelpagina ons vertelt. Deze courante is twee eeuwen lang populair gebleven in de Nederlanden en talloze malen voor liederen gebruikt. Hier zien we dat er een ‘Minne-sugje’ op is gedicht, een tekst uit de bundel Lente-bloemtjes, geworpen in de schoot van aangename Juffers (1682). We hebben weer te maken met een hevig getormenteerde minnaar, die in brand staat voor zijn geliefde Cloris. Zij bezit de voortreffelijke eigenschappen van de godinnen Venus én Juno én Pallas Athene; terwijl Paris ooit uit dit drietal heeft moeten kiezen, heeft Cloris al deze eigenschappen in één. De minnezuchtjes moeten als boodschappers de liefdessmart van de minnaar aan haar overbrengen. Misschien kunnen ze een weg banen door haar ‘hardigheyt’, of haar overhalen nog eens aan hem te denken. 

Minne-sugje Stemme: Ik drink de niewe most

3. O sugjes, en geween,
Vlieg na mijn Cloris heen,
Vertel die over al gevierde maagt
Wat dat mijn ziel om harent wil verdraagt,
Hoe dat ik stadig smelt,
In hete tranen
Als de sneeu op ’t velt,
Waar med’ ik soek een weg te banen
Door haar hardigheyt
Tot mededoogentheit.

4. Maar in het swaar verdriet
Van al haar wreed gebiedt,
Van al de pijn en plagen dien ick voel
Van al de vlammen die ik sta te doel,
Soo seg haar ook, soo sy
In haar gedagten
Nog eens denkt om my,
Dat het mijn ramp soo sal versagten,
Dat mijn ongeval
Verdraaglik wesen sal.

brand altaarofferaltaar
Sooals
d’appelde appel die prins Paris moest geven aan één van de drie godinnen
gebiedtmacht (over hem)
die ik sta te doelwaarvan ik het mikpunt ben
hetdat

Tekst uit: Lente-bloemtjes, Geworpen in de schoot van aangename juffers (Enkhuizen: Jan Dirksz Kuyper, 1682), pp. 30-33. Transcriptie DNBL: https://www.dbnl.org/tekst/_len003lent01_01/_len003lent01_01_0010.php naar het origineel: https://www-proquest-com.ezproxy.leidenuniv.nl:2443/eeb/docview/2090319579?accountid=12045&imgSeq=42 (pdf pp. 39-42).
Melodie uit: Jacob van Eyck, Der Fluyten Lust-hof, Vol Psalmen, Paduanen, Allemanden, Couranten, Balletten, Airs, &c. Konstigh en lieflyk gefigureert, met veel veranderingen. Deel 1, 2e druk (Amsterdam: Paulus Matthysz, 1648), fol. O3v. http://conquest.imslp.info/files/imglnks/usimg/9/9f/IMSLP98063-PMLP201599-fluyten_lust_hof_1649.pdf (pdf p.166)