Een nuttig werkwoord: zeeleeuwen

Door Marc van Oostendorp

Nieuw woord geleerd: zeeleeuwen. Althans, in het Nederlands is het nog niet zo gangbaar in de nieuwe betekenis (al kun je het wel vinden) maar in het Engels wordt het in sommige kringen op de sociale media vrijelijk gebruikt: sealioning.

Het is een verschijnsel dat zich geloof ik ook vooral op die sociale media voordoet. Je beweert iets, liefst iets dat betrekkelijk oncontroversieel hoort te zijn, laten we zeggen “Baudet liegt dat hij zijn tweet ter ondersteuning van Trump niet tijdens maar voor de bezetting van het Capitool heeft geplaatst.” Vervolgens komt er een onbekende, liefst anonieme Twitteraar, die heel vriendelijk vraagt of je dat kunt ‘onderbouwen’. Je laat hem een screenshot zien van de tweet, met de datum en tijd.

Eindeloos veel tijd

Dan vraagt die persoon ook weer heel vriendelijk of je kunt aantonen dat die screenshot inderdaad echt is en niet vervalst? Hij of zij suggereert dat ze heel graag nieuwe dingen wil leren, en natuurlijk altijd bereid is zijn of haar mening te wijzigen, maar dan wel op basis van bewijs. Je zegt dat deze of gene de afbeelding heeft geverifieerd. Maar wat zijn dan precies de credentials van deze of gene?

Dat is sealioning. Je vraagt voortdurend op een heel vriendelijke en constructieve manier door naar steeds meer onderbouwing. Maar omdat we leven in een wereld waarin zekerheid alleen te verkrijgen is in de wiskunde, kan dat spel eindeloos doorgaan. Op het moment dat jij afhaakt, kan de zeeleeuw tevreden constateren dat het kennelijk toch allemaal niet zo zeker is. Word je boos, dan ben jij onbeleefd. Ga je wel eindeloos door, dan verlies je ook eindeloos veel tijd.

Bestorming

Het woord komt van een stripje uit 2014 waarin een zeeleeuw precies dit gedrag vertoont. Iemand beweert niet van zeeleeuwen te houden en vervolgens komt meneer Zeeleeuw die persoon tot in de slaapkamer volgen, almaar aandringend op discussie en een bewijs.

Het ingewikkelde is natuurlijk dat in deze vormen van trollen de instrumenten van het rationele debat worden gebruikt om dat rationele debat te ondermijnen – dat de scepsis zo ver wordt doorgevoerd dat het onmogelijk wordt om nog sceptisch te zijn. Alles kun je altijd bevragen, en daardoor hebben we eigenlijk geen enkele grond meer onder de voeten, en resteert ons alleen nog de bestorming van het Capitool.

Uitgeput

Omgekeerd kun je natuurlijk iedereen van zeeleeuwen beschuldigen. Wanneer je bijvoorbeeld als taalwetenschapper geduldig in een socratische discussie gaat met iemand die denkt dat het Nederlands teloor gaat, maakt je tegenstander je voor je er erg in hebt uit voor sea lion.

Op de website Skeptic schrijft Aaron Rabinowitz in dit verband dat we verschil moeten maken tussen kwaliteitsscepsis en kletsscepsis (‘quality skepticism’ en ‘cheap talk scepticism’). Bij de eerste staat er voor de scepticus altijd iets op het spel, hij of zij wil echt weten hoe het zit en doet daar onderzoek naar, zijn of haar reputatie gaat eraan als het allemaal toch blijkt te kloppen wat hij in twijfel trok, terwijl een kletsscepticus maar in het wilde weg van alles en nog wat in twijfel trekt. Maar ook dat verschil is natuurlijk op geen enkele manier hard te maken, en dat erkent Rabinowitz ook: “We zijn aan het begin van 2021 allemaal epistemisch uitgeput en de crisis is nog maar bij het midden.”