behendig / handig

Verwarwoordenboek vervolg (121)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

behendig / handig         

De woorden overlappen in betekenis, maar verschillen in gebruik.

behendig        goed in iets: vooral in fysiek manoeuvreren

  • Behendig klom zij via de regenpijp omhoog naar het balkon.

handig             goed in iets: in verstand, in gebruik, in omgang met mensen

  • Solliciteer alleen als je handig bent in het opsporen van fouten in websites.
  • In deze flyer staan handige tips voor je rijexamen.
  • De topvoetballer noemde zijn seksistische opmerking achteraf ‘niet zo handig’.

De overeenkomst in betekenis is de bekwaamheid of de vaardigheid. Je kunt iets zonder moeite kunt doen, of je bent ergens bedreven in. Het verschil zit in het ‘iets’ van ‘goed zijn in íéts’. Bij behendig gaat het eerder om lichaamscoördinatie, met de betekenisaspecten: lenig en snel ergens omheen of tussendoor manoeuvreren. Handig is veel algemener. Kunnen we het eens worden over de volgende zeven zinnen? Wat kies je? En waar aarzel je?

  1.       Mijn opa is verbazend … met zijn mobieltje geworden.
  2.       … knoopte het meisje zelf haar losgeraakte strik opnieuw vast op haar hoofd.
  3.       Dat is een heel … zet, de dame áchter de pion zetten.
  4.      Hij wurmde zich … tussen de tafeltjes met glaswerk door.
  5.       Zij is heel … met de bal aan de voet, vooral in kleine ruimtes.
  6.       En dan is er plotseling een nieuw record, als de hoogspringer … zijn lichaam over de lat kronkelt.
  7.       Als … politicus was hij altijd in staat om ruziënde partijen op één lijn te krijgen.  

In 1 is het handig. Hier gaat het om handig in gebruik. In 2 is het behendig. Het gaat om goed zijn in vingercoördinatie. Maar handig kan hier ook, in de algemene betekenis van ‘vaardig’. In 3 is het handige, het gaat hier om slimheid (‘goed in verstand’). In 4 ligt het accent op de fysieke prestatie, dus eerder behendig. In 5 zou behendig kunnen staan, maar mijn voorkeur gaat uit naar handig, omdat het accent ligt op de balbeheersing. In 6 is dat anders. Hier gaat het juist om de lichaamscoördinatie, daarom hier behendig. Zin 7 geeft een mooi probleem. Persoonlijk vind ik behendig hier een groter compliment dan handig. Het woordje handig roept eerder iets op van slimheid. Bij behendig in figuurlijk gebruik gaat het er eerder om dat de politicus zijn vak verstaat en verschillende belangen kan ‘coördineren’. Of wil ik nu alleen maar met handig redeneren een behendige oplossing? – Kijk, in de vorige zin waren we het eens. Toch?

Afbeelding van Theodor Moise via Pixabay