Top 40 van de Gouden Eeuw – 19

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Courante monsieur

Toon: Courante monseur

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Courante monsieur

Er bestaan verschillende versies van deze olijke, vrolijke dansmelodie. We vinden deze in bronnen zoals de reeks Oude en Nieuwe Hollantse Boerenlieties en Contredansen (1701-1714), waarin melodieën staan opgetekend om op instrumenten te spelen, zogenaamde speelmansmuziek. In onze bron, het liedboek ’t Amsteldams Minne-Beeckie (1645), is de melodie met een erotische tekst gecombineerd. We horen hier hoe een minnaar zijn aanbeden Rozemond kust en verlangt naar meer. Zoenen is wel aardig, maar niet het allerleukste. Waren ze maar getrouwd!

Toon: Courante monseur

3. Maer als ik in uwe open schoot,
My levend’ mach begraven; o gewenste doot!
Die my al bevend’, tot de weelde nood’t
Die Venus, (tot een Minneloon,)
Schonck aan d’in schoonheyt gadeloze Adoon;
Daer ik, hol over bol, in gly,
Tot ik verstik in lekkerny.

zoete Minbehaaglijke begeerte
lusjesgenietingen
eghteechtelijke
weeldgenot
teeltvoortbrengt
Als daerdan daar waar
entsamenbrengt
mijnmij
knipjesvalluikjes
overmals Robijnsappig rode vlees
krielegeile
Alsniets dan
tot de weelde nood’tuitnodigt tot genot
gadeloze Adoonweergaloze Adonis
Daer(namelijk ‘uwe open schoot’)
hol over bolhals over kop

Tekst en melodie uit: ’t Amsteldams Minne-Beeckie. Op nieuws bestroomt. Met verscheyde minne-deuntjes, en nieuwe ghesangen. 7e dr. (Amsterdam: Paulus Matthysz, 1645), pp. 57-59 http://www.dbnl.org/arch/_ams015amst05_01/pag/_ams015amst05_01.pdf (pdf pp. 60-62)