Sara Burgerhart en al die andere rebelse vrouwen

Door Lotte Jensen
Voor Lia van Gemert

Fontein, opgericht in 1884, ter herinnering aan Betje Wolff en Aagje Deken op het Bellamypark in Vlissingen.

Op 24 juli 1884 werd op het Bellamyplein te Vlissingen een groots monument voor twee schrijfsters uit de Nederlandse letterkunde onthuld: Elisabeth Wolff-Bekker en Aagje Deken. Het ging om een groene fontein, waarop beeltenissen van de beide vrouwen waren te zien en enkele titels van hun werken stonden vermeld. Het was een buitengewoon feestelijke dag en het krioelde van de mensen: ‘Een ontelbare menigte was intusschen te zaam gevloeid, en onder luide hoerah’s werd, nadat het omhulsel was gevallen, de fontein in werking gesteld’ (Hoornsche Courant, 27 juli 1884).

Wolff en Deken hadden een belangrijke primeur op hun naam staan: in 1782 publiceerden ze de briefroman De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Dit werk was niet alleen de eerste oorspronkelijk Nederlandstalige briefroman, maar het betekende ook de doorbraak voor dit genre in Nederland. Het zou een evergreen worden uit de Nederlandse literatuur: de roman is talloze malen herdrukt. Tot op de dag van vandaag weet deze sprankelende roman nieuwe lezers te vinden, al gaat dat niet helemaal vanzelf meer. Het aandeel literatuuronderwijs is gedaald op middelbare scholen, evenals het aantal studenten Nederlands. Maar er is vooral een ander probleem dat een bredere verspreiding in de weg staat. De context en schrijfstijl vragen om steeds meer toelichting bij de huidige generatie. Want wat zijn een lichtmis, een petit-maître, en een snuifdoos eigenlijk precies?

Gelukkig is er voor middelbare scholieren een sprankelende hertaling van de belangrijkste brieven beschikbaar, waarin Sara en haar correspondenten als eigentijdse jongeren tot ons spreken.[1] Deze aantrekkelijke uitgave bevat bovendien cultuurhistorische kaders met uitleg over zaken als Verlichting, opvoeding en de briefroman als genre. Achterin staan bovendien handige opdrachten, waarvan sommige de creativiteit aanspreken. Zo worden leerlingen uitgedaagd passages uit de roman om te werken tot scènes van een televisie soapserie.

Maar eerlijk is eerlijk: we moeten wel steeds meer ons best doen om de historische letterkunde in het hedendaagse digitale jongeren-en studentenbestaan een volwaardige plaats te bieden. Lia van Gemert heeft als geen ander haar best gedaan haar enthousiasme op nieuwe generaties lezers in binnen- en buitenland over te dragen. Ik was een van haar studenten, die mede dankzij haar colleges door de historische letterkunde werd gegrepen: van Vondel tot Abraham de Koning, van Titia Brongersma tot Petronella Johanna de Timmerman.

Een van de thema’s die tijdens mijn studietijd aan de Universiteit Utrecht opbloeide was het vrouwelijk schrijverschap. Lia van Gemert droeg bij aan de kennis over het vrouwelijk schrijverschap in de vroegmoderne tijd in de vorm van  talloze artikelen, lezingen en colleges. Ze liet zien dat veel vrouwelijke auteurs ‘een onwederstanelyken drang’ tot schrijven hadden. Dat gold ook voor Wolff en Deken, die het schrijverschap vaak thematiseerden en het herhaaldelijk opnamen voor de vrouwelijke sekse.[2] Hun beroemdste creatie, het personage Sara Burgerhart, schreef trouwens ook aan de lopende band: ze uitte haar gemoed immers in de brieven die ze aan de mensen in haar omgeving schreef.

Even terug naar Vlissingen en die prachtige, groene fontein. We kunnen het ons vandaag de dag nauwelijks meer voorstellen: een nationaal eerbetoon voor twee achttiende-eeuwse schrijfsters. Of toch wel? In juni 2020 werd de herijkte Canon van Nederland gepresenteerd. Vanwege de coronacrisis was het aantal genodigden beperkt, maar velen keken digitaal mee naar de presentatie. De onthulling verliep spectaculair. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Ingrid van Engelshoven, en de voorzitter van de commissie, James Kennedy, drukten elk op een grote rode knop, waarna een groot doek naar beneden viel. Er kwamen glinsterende panelen tevoorschijn waarop de vijftig vensters verbeeld. En daar was ze: Sara Burgerhart, met haar beide scheppers: Wolff en Deken. Rebelse vrouwen in tijden van Verlichting stond eronder.

Onder luide hoera’s werd, nadat het omhulsel was gevallen, de nieuwe canon in werking gesteld.

Lotte Jensen is hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Deze tekst is een van de bijdragen aan de bundel Voltreffer! Populariteit en popularisering van de historische Nederlandse letterkunde, die werd samengesteld ter gelegenheid van het emeritaat van Lia van Gemert.

Bibliografie

Gemert, Lia van, ‘“Onwederstanelyken drang”: het vrouwelijk schrijverschap in achttiende-eeuwse Nederland’. In: De Achttiende Eeuw 27 (1995), 256-279.

Sara B., een rebelse vrouw uit de Verlichting. Samengesteld door Marleen de Vries, Karel Bostoen en Lia van Gemert. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2012.


[1] Sara B., een rebelse vrouw uit de Verlichting (2012)

[2] Gemert (1995), 256-279.