‘Palamedes of Vermoorde Onnozelheit’

Boeken voor Mark Rutte (6)

Iedere week sturen neerlandici een boek aan Mark Rutte, met een begeleidende brief die uitlegt waarom hij dat boek moet lezen. Deze week een bijdrage van Siemon Reker. Lees voor een toelichting op het project deze brief van hoofdredacteur Marc van Oostendorp.

Zeer geachte heer Rutte,

“Vervloeckte afgrijsselijcke en deerelijcke moort, Verfoeilijck schellemstuck, waer heeft men oit gehoort Van zulck een’ gruwel?”

Zó laat Vondel de Bode het vijfde bedrijf openen van Palamedes of Vermoorde Onnozelheit. Het citaat stamt uit de door de auteur bewerkte editie van dit treurspel uit 1652, in de uitgave van 1625 was een Bedrijf nog een Handel. Toen heette de gruwel een grouwel, een woord dat voor auteur en lezers even afschuwelijk zal zijn geweest.

Als er Nederlanders zijn die weten wie het slachtoffer was van deze politieke aanslag in 1619 op het Binnenhof, dan is dat naar alle waarschijnlijkheid een relatief klein gezelschap waar u met het kamerlid Ronald van Raak toe behoort. De vermoorde persoon betrof uiteraard uw vroege voorganger Johan van Oldenbarnevelt. Omdat diens lichamelijke resten althans aanvankelijk begraven zijn onder wat momenteel de Eerste Kamer is, is zijn naam in de afgelopen jaren vaker aan dat te verbouwen Binnenhof gevallen dan gewoonlijk en ook zonder het gebruikelijkste citaat “Maak het kort”.

U hebt uw bewondering voor Van Oldenbarnevelt niet onder het Kamermeubilair gestoken. Volgens de onwaardeerlijke Handelingen noemde u hem in 2018 “de grootste staatsman uit onze geschiedenis”, in 2020 zelfs “de grootste man uit onze geschiedenis”. In het eerste geval liet u hem die positie delen met Jan de Witt, in het tweede met Willem van Oranje: Nederland is coalitieland. Omdat het kabinet met één mond spreekt, is deze herhaalde loftuiting desondanks iets waar gewicht aan toegekend kan worden.

In het Voorbericht bij zijn verzamel-editie van 1937 is Vondel door Albert Verwey gekenschetst “als de voornaamste dichter van het nederlandse volk”. Verwey (een hoogleraar te Leiden aan wiens oordeel ik bij voorbaat niet geneigd ben te twijfelen) heeft ook gelijk met de mening dat “het lezen van Vondel niet zo bizonder moeielijk” is.

Alleen al deze feiten maakten het logisch om aan Palamedes te denken, in reactie op het verzoek van Neerlandistiek om een keus te maken bij hun literaire geschenkenreeks waarin u als belanghebbend voorwerp figureert. U kent de historie en hebt dus geen hulplijstje nodig om bij lezing van dit sleutelstuk te weten, dat we in Agamemnon de toenmalige Prins Maurits moeten zien of in de Ithakoizen de Zeeuwen. Vanuit neerlandistisch oogpunt zijn de verschillen tussen beide Palamedes-uitgaven studie waard. Maar welke editie we ook lezen, alleen al de bonte variatie die Vondel benutte bij de keuze van klinkers is een muzikaal genoegen voor het oog. Het blijft leesbaar, ook omdat Vondel klassieke citaten systematisch vertaalt – vaker dan sommigen van ons tegenwoordig Engels door het Nederlands strooien.

Met het oog op de Kerst biedt Neerlandistiek u met een knipoog naar uw voorgeschiedenis graag een bijzondere, historische uitgave van Palamedes aan: naar Vondels bewerking van de editie van 1652 uit 1707, verschenen te Amersfoort, de geboorteplaats van Van Oldenbarnevelt, Met aenteekeningen uit ‘s Dichters mondt opgeschreven  (…) merkelyk vermeerdert. Het is wellicht een alternatief bij een lange Europese top wanneer u ook daar “tot staet en ampten beroepen zich pooght te quijten voor het gemeene beste” zoals het in het Voorbericht heet.

Met vriendelijke groet en vergezeld van de beste wensen voor het nieuwe jaar,

Siemon Reker