Lezers roddelen in leesclubs

Door Marc van Oostendorp

Er zijn schrijvers die met graagte beweren dat personages in romans natuurlijk geen echte mensen zijn. Ze zijn namelijk gemaakt. Jörgen Apperloo wijdde vorig jaar een goede video aan deze kwestie. Natuurlijk kun je met volhouden dat romanpersonages geen ademhalen, vooral niet nadat wij het boek dicht hebben geslagen, en dat hun gedrag vooral moet voldoen aan wetten van plausibiliteit en niet zozeer aan de willekeur van het dagelijks leven, maar de werkelijkheid is óók dat romanpersonages meer weg hebben van mensen dan van koelkasten. En vooral: van mensen zoals we ze beschrijven in de verhalen die we de hele dag aan elkaar vertellen.

Een nieuw artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Poetics werpt aardig licht op die kwestie. De Britse ‘literair taalkundige’ Alexander Laffe onderzocht hoe er in leesclubs over boeken wordt gepraat. Vijf van dergelijke clubs, met verschillende samenstelling, liet hij allemaal praten over hetzelfde boek, The Other Hand van Chris Cleave (ooit vertaald als Kleine bij), en hij bestudeerde hoe die mensen over de personages spraken.

Wat bleek? Ze roddelen.

Althans, de persoonlijke manier waarop mensen over de personages spreken in die leesclubs gaat ervan uit dat ze reëel zijn. De lezers leven zich in de personages in, maar ze uiten ook anderszins hun gevoelens over hen (‘Ik begreep Andrew wel, maar ik was ook kwaad op hem’, zegt iemand), ze zoeken voor psychologische verklaringen voor gedrag, ook als dat in de roman niet expliciet wordt gemaakt (‘ze deed dat verband om, om dunner te lijken’) en ze generaliseren (‘Afrikanen hebben nu eenmaal een overleversinstinct’).

Dat alles zijn toch echt sterke aanwijzingen dat deze lezers die personages als mensen zien. De genoemde eigenschappen lijken dus zelfs sterk op roddelen – niet in de zin van kwaadspreken, maar wel in de zin van het achter de rug van iemand om bespreken en evalueren van diens gedrag.

Ik vermoed dat sommige van de schrijvers die dus bij hoog en bij laag beweren dat personages echt geen mensen zijn, zullen beweren dat dit komt doordat dit zulke slechte of domme lezers zijn. Misschien is dat zo, maar je kunt lijkt mij toch moeilijk ontkennen dat de leden van een leesclub lezen. Hun manier om dat te doen is dus op zijn minst een mogelijke manier van lezen, ook al is het volgens de postmodernistische visie van sommigen niet de ideale.

Het lijkt me ook zeker niet het geval dat die leden van zo’n leesclub niet beseffen dat de besprokenen buiten de roman helemaal niet bestaan, of dat ze het verschil niet weten tussen een personage en een persoon. Ze kunnen een personage natuurlijk met dit alles ook nog beoordelen op geloofwaardigheid.

Je kunt als mens, als lezer, dus in je hoofd mensen hebben, van wie je het gedrag evalueert, van wie je zelfs af en toe onbesproken witte plekken zelf invult, maar waarvan je tegelijkertijd weet dat je ze nooit in de wereld buiten het boek kunt tegenkomen. Dat lijkt me een van de raadselen van het lezen.

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay