Gedicht: Remco Campert • Hij doet mij de das om

In 1954 liet (toen nog dagblad) De Tijd een aantal dichters sinterklaasgedichten schrijven – onder hen ook Remco Campert.

Hij doet mij de das om

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de gard,
maar of je nu zoet of stout was

Op Sinterklaasavond krijg je altijd minstens één das.

Je kunt een jaarlang je best doen, de man van de
belasting opendoen, je vrouw elke week bloemen
geven, in vrede met je buurman leven, kortom:
goed oppassen

Maar je ontsnapt niet aan de dassen.

De kruidenier in Groningen, de smid in Epe, de
schilder in Maastricht, de man die in het huis links
van u woont en de man van de vuilverbranding in Assen

Ze krijgen allemaal dassen.

Na de speculaas, de chocolademelk met vellen, de
worsten van marsepein, de gedichten op rijm en de taai
die te taai was

De das.

In een moment van wilde en onverantwoordelijke hoop
kun je wel eens denken: ik ben er goed van afgekomen,
en je trekt tevreden aan je klapsigaar; maar dan….
surprise!…

Hou je plotseling een das tussen je kiezen.

Dassen met krullen, strepen en ballen
dassen om op te vallen
dassen met een origineel dessin
van Pierre Balmin
dassen om uit begraven te gaan
dassen die zo goed bij je bruine pak zullen staan
dassen om het gaatje in je blauwe overhemd mee te
bedekken
dassen om nooit van je leven aan te trekken
beschaafde dassen voor een afspraak met een
(beschaafde) relatie
schreeuwerige dassen met de kleuren van de
Nederlandse natie
dassen in alle maten
dassen om dit mee te doen en dat mee te laten…

Hoor, wie klopt daar, kinderen? Wie loopt daar door
de gang met trage oude plechtige passen?

Het is Sinterklaas met een zak vol dassen.

Remco Campert (1929)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.