Regionale voornamen: Noord-Holland

Regionale voornamen in Noord-Holland die tegenwoordig meer dan 30 naamdragers hebben – of meer dan 300 (vet) – , per gemeente (indeling 2007) waar ze in de 19e eeuw het meest in de omgeving voorkwamen.

Voornamendrift 68

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Voornamen kunnen alleen regionaal zijn als mensen niet ver verhuizen en er bovendien een traditie is van het doorgeven van namen door het vernoemen van grootouders. Aan beide voorwaarden wordt steeds minder voldaan. In Noord-Holland, met grote verstedelijking rond Amsterdam, Haarlem, Zaanstreek, Alkmaar, Purmerend en Hoorn, resteren slechts een handvol lokale voornamen, zoals Tamis, Guurtje, Divera en Wolmoed. De in de 19e eeuw karakteristieke Joodse namen in Amsterdam zijn nauwelijks nog aanwezig, maar we bespreken ze hier wel.

We vinden in Noord-Holland zes streekeigen mannennamen (met 400 naamdragers) en 14 vrouwennamen (met 4.500 naamdragers). Door dat lage aantal onderscheiden we maar drie regio’s: Noord-Holland ten noorden van het IJ (met West-Friesland, de Zaanstreek, Waterland), het Gooi, en Amsterdam.

Amsterdam

Amsterdam had in de 19e eeuw een grote Joodse gemeenschap, met de daarbij behorende voornamen die herkenbaar Joods en Amsterdams waren. Door de holocaust zijn verschillende Joodse namen zeldzaam geworden, maar er zijn ook oudtestamentische namen die de afgelopen decennia een grote opleving kenden.

Vrouwennamen die nu landelijk verspreid zijn maar in de 19e eeuw vooral in Amsterdam werden gevonden zijn (vet: n>1000): Abigaël, Ester, Esther, Femmetje, Femmina, Henriëtte, Keetje, Lea, Mariane, Marianne, Marrijtje, Matje, Mietje, Mirjam, Naatje, Nanette, Nannette, Rachel, Rebecca, Roosje, Rosette, Roza, Vrouwtje. De gezamenlijke populariteit van deze namen (1790-2017) staat in figuur 1. Dat er veel door Joden gedragen namen bij zijn zien we aan de registratiebreuk in 1880 (door de holocaust missen die naamdragers in de basisregistratie personen, en daarop zijn de gegevens van na 1880 gebaseerd). Maar het zijn niet alleen Joodse namen met een Amsterdamse basis, de toegenomen populariteit van de hele groep werd tussen 1940 en 1960 vooral gedragen door Marianne en Henriëtte. De piek na 1970 is de populariteit van het oudtestamentische Ester, Esther, Lea, Mirjam, Rachel en Rebecca. Sterk geassocieerd aan Amsterdam zijn de verkorte vormen Keetje (‘Keetje Tippel’, van Cornelia), Mietje ( ‘laten we elkaar geen mietje noemen’, van Maria), Naatje (‘het is Naatje pet’, ’schijt aan dronken Naatje’, naar het beeld Naatje op de Dam, van Anna of Johanna).

Figuur 1. Populariteit (%) van vrouwennamen die in de 19e eeuw hun basis in Amsterdam hadden, maar later landelijk verspreid zijn.

Mannennamen met een 19e-eeuwse Amsterdamse basis die nu een landelijke verspreiding hebben, zijn (vet: n>1000): Aron, Aäron, Christoph, Diederich, Emanuël, Ephraim, Hartog, Joel, Joël, Juda, Jurrian, Levie, Lion, Meijer, Mozes, Nathan, Raphael, Raphaël, Salomon, Samson, Samuël. Ook hier herkennen we weer veel Joodse namen, wat zichtbaar is in de registratiebreuk in de ontwikkeling van populariteit in figuur 2. Sinds 1970 is er ook bij de mannennamen een groeiende, landelijke belangstelling voor oudtestamentische namen.

Figuur 2. Populariteit (%) van mannennamen die in de 19e eeuw hun basis in Amsterdam hadden, maar later landelijk verspreid zijn.

Geen landelijke, maar wel een grotere regionale verspreiding rond Amsterdam hebben de vrouwennamen: Bloeme, Branca, Fijtje, Hilletje, Marritje, en de mannennamen: Isaäc, Israël, Jurriaan, Mijndert, Moses, Saul, Wolf.

Tegenover namen met een grotere verspreiding staan ook voornamen die nu vrijwel verdwenen zijn (n<30), de vrouwennamen: Annaatje, Beletje, Belitje, Eliesabet, Giertje, Jansie, Judic, Ribca, Schoontje, Sipora, Sippora, Treijntje, en de mannennamen: Asser, Eliazer, Ezechiel, Hijman, Isidore, Jesaia, Leman, Liepman, Mordechai, Zadok.

Soms komt het voor dat in stedelijke subculturen nieuwe voornamen worden geïntroduceerd die zich vooralsnog niet veel verder verspreiden. Ook al hebben die geen 19e-eeuwse basis, we scharen ze toch onder de regionale voornamen. Het zijn in Amsterdam de vrouwennamen Filippa, Precious en Ranya en de mannennaam Seyed. De ouders van Ranya en Seyed, en deels van Precious, hebben een migratieachtergrond.

Verspreidingskaarten per regio

Hieronder geven we de (huidige) verspreidingskaarten van streekgebonden voornamen in Noord-Holland ten noorden van het IJ en Het Gooi.  In een regio geven we per gemeente de voornamen waarvoor de gemeente in de 19e eeuw het centrum was. De verspreiding is procentueel per gemeente en gebaseerd op het aantal huidige naamdragers. Per regio geven we ook de voornamen met een wat grotere regionale verspreiding. Daarvoor is de helft van de naamdragers tussen 30 en 50 km van de centrumgemeente geboren. Dat gaat om nog 9 mannennamen met 2.800 naamdragers en 10 vrouwennamen met 2.900 naamdragers.

Als we alle voornamen verzamelen die in de 19e eeuw (1790-1900) regionaal waren in Noord-Holland en tegenwoordig meer dan 30 naamdragers hebben (ongeacht de geboorteplaats), dan komen we op 42 mannennamen met 32.100 naamdragers en 52 vrouwennamen met 113.200 naamdragers. Het zijn vooral namen die landelijke populariteit hebben verworven. Dat zijn samen 145.300 naamdragers, terwijl Noord-Holland 2,8 miljoen inwoners heeft.

Noord-Holland ten noorden van het IJ

Regionale VROUWENNAMEN met een 19e-eeuwse basis rond centrumgemeenten ten noorden van het IJ, percentage geboorten per gemeente (totaal 4.204 naamdragers). Alkmaar: Bregitta, Guurtruida, Edam-Volendam: Maretje, Wolmoed, Stedebroec: Afra, Duvera, Waterland: Maritje, Wervershoof: Divera, Zaanstad: Guda, Guurtje. Grotere regionale verspreiding hebben: Dieuwertje, Immetje, Teetje, Reinoutje. Daarnaast werden Eefje en Bregje, in de 19e eeuw vooral in de Zaanstreek, na 1980 landelijk populair (beiden n>1000). Vrijwel verdwenen vrouwennamen zijn (n<30): Aaftje, Baafje, Duijfje, Frouwtje, Hilgond, Hillegond, Lijsbet, Meinoutje, Meinouwtje, Reinouwtje, Sieuwtje. Opvallend zijn de namen op –ou(w)tje die ook in Friesland voorkomen.

De weinige streekeigen namen zijn ook nog eens varianten van elkaar: Divera/Duvera, Maretje/Maritje terwijl Guurtruida verkort kan worden tot Guurtje en Guda. Afra is een gelatiniseerde vorm van Aaf. Het -ra suffix zien we ook in Duvera wat van Duive afgeleid kan zijn, net als het Noord-Hollandse Duifje (Amsterdam) of het inmiddels zeldzame Duijfje. Wolmoed (Volendam en Waterland, vroeger meer algemeen) is een vorm van Welmoed, welke naam nu vooral nog in Friesland voorkomt.

Regionale MANNENNAMEN met een 19e-eeuwse basis rond centrumgemeenten ten noorden van het IJ, percentage geboorten per gemeente (totaal 362 naamdragers). Edam-Volendam: Thames, Harenkarspel: Lourentius, Koggenland: Tamis, Wieringen: Meijert, Zaanstad: Muus. Grotere regionale verspreiding heeft Nan. Verder zijn nu landelijk verspreid, maar met een oorsprong benoorden het IJ (vet n>1000): Ariaan (Waterland), Arien (Niedorp), Freek (Drechterland), Gerbrand (Zaanstad), Rens (Niedorp), Sijmon (Waterland). Vrijwel verdwenen mannennamen zijn (n<30): Aarjen, Baart, Heertje, Louris, Sijvert.

Thamis/Tamis van Tame komt al sinds de middeleeuwen in West-Friesland voor. Tamis/Tames is ook een familienaam benoorden het IJ. Muus is een verkorting van Bartholomeus.

Het Gooi

Regionale VROUWENNAMEN met een 19e-eeuwse basis in het Gooi, percentage geboorten per gemeente (totaal 301 naamdragers). Huizen: Nelletje, Lambertje, Tijmentje. Grotere regionale verspreiding heeft Lammertje. Vrijwel verdwenen vrouwennamen zijn (n<30): Jannitje, Tijmetje.

De verspreiding van deze voornamen sluit eigenlijk beter aan bij die van de oude vissersplaatsen langs de Zuiderzee in Gelderland. Het zijn allemaal namen op -tje

Als regionale MANNENNAAM blijft in Het Gooi alleen Wijgert (Huizen) over, terwijl Cors een wat grotere regionale verspreiding kent. Gerbert (Huizen) vinden we in heel Midden-Nederland.

  • De kaarten in deze bijdrage kunnen gereproduceerd worden in de voornamenbank via de optie ‘geavanceerd’ zoeken.
  • We noemen een voornaam streekgebonden wanneer er nu nog minstens 30 naamdragers zijn waarvan de helft binnen een straal van 30 km is geboren. Als centrum kiezen we de gemeente (indeling 2007) waar in de 19e eeuw de meeste naamdragers geboren werden (afgeleid uit huwelijksakten na 1811).