De vrouwelijke voice-over: alle 13(+) beter? Een afspeellijst met Nederlandse hits van toen*

Roos Blufpand zingt ‘Eenicheydt is Armoedt’ (OBA, 23-8-2018).

Door Erwin Mantingh
*Voor Lia van Gemert

De vrouwelijke voice-over: inleiding

De Theaterzaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam is op donderdag 23 augustus 2018 ’s avonds uitverkocht. Aanleiding: de 400e sterfdag van een groot toneelschrijver en (lied)dichter. Op het programma staat onder meer de naam van een mij onbekende zangeres. Als zij aan de beurt is, heeft zij nog geen tien minuten nodig om de zaal te overdonderen. Dat gaat zo:

Jonge vrouw komt op. Lange donkere haren over de blote rug en hals, zilverglittertruitje, zwarte broek, blote voeten. Zij neemt zwijgend plaats achter de zwarte vleugel. Achter haar een reusachtige projectie met een beeltenis van een bebaarde, besnorde en breed gekraagde zeventiende-eeuwse man. Met glasheldere stem en vol overgave zingt en begeleidt ze twee liedjes over angst voor eenzaamheid en de ongedurige liefde. Applaus. Roos Blufpand zingt Bredero en doet een afstand van vier eeuwen teniet.

Deze suggestie van onmiddellijkheid was op zich al een literairhistorische sensatie. Die krijgt nog extra betekenis doordat hier een vrouw een man zong. Het oude liedje van de ongelijkheid der seksen geldt immers ook voor de zingende vrouw in de Nederlandse literatuurgeschiedenis: haar zang werd in het verleden veelal overstemd en de klanken zijn inmiddels vervluchtigd, verstomd. Hier eigende een vrouw zich onvervaard werk van een mannelijke lieddichter toe: aanwezigen hoorden een vrouwelijke voice-over van Bredero. Het optreden sluit naadloos aan bij de groeiende aandacht voor het aandeel van vrouwen en voor genderbepaalde rolpatronen in de literatuur, niet in de laatste plaats dankzij de inspanningen van ene Lia van Gemert: een van de organisatoren van deze memorabele avond.

Dit optreden roept de vraag op welke invloed de sekse van de uitvoerende op de interpretatie van het lied heeft. Het antwoord hangt natuurlijk van de tekst af, van de context van de vertolking en de luisteraar, maar als een vrouw het woord overneemt wordt in veel gevallen duidelijk hoe sterk gender een rol speelt. Zo blijkt als we de proef op de som nemen en luisteren naar de afspeellijst met vrouwelijke voice-overs: ‘Alle 13(+) beter? Hits van toen’. De titel verwijst naar een lange reeks populaire langspeelplaten uit de jaren zeventig en tachtig waarop 13 nummers stonden: ‘Alle 13 goed. Hits van nu’. Steevast was een vrouw blikvanger op de hoes die geen enkele muzikale inbreng had op de elpee. De zangeressen in de afspeellijst met ‘hits van toen’ spelen een meer geëmancipeerde rol dan de ‘hoezenpoezen’ van weleer. De vraag of de vrouwelijke voice-over op de afspeellijst ook telkens tot een beter resultaat leidt dan het historische origineel is minder boeiend dan de vergelijking tussen beide. De historische vrouwenzangstem behoeft geen lauwerkrans, maar in literairhistorisch opzicht valt hier na zoveel eeuwen onmondigheid wel iets recht te zetten.  

Het maken van lijstjes met Nederlandstalige liedjes en uitbrengen van verzamelingen is een trend, nog afgezien van lijsten die voorkeuren van luisteraars weergeven, zoals de jaarlijkse Vlaamse Lagelandenlijst en (voorheen) de Nederlandse Kleinkunst Top 202. Het lijkt op het eerste gezicht typisch een mannen-aangelegenheid. De laatste twee decennia zagen zeer uiteenlopende liedbloemlezingen het licht van achtereenvolgens – ik pretendeer geen volledigheid – Vic van de Reijt, Jacques Klöters, Jean-Marc van Tol en Gerrit de Jager, Jaap Bakker en Kick van der Veer, Ate Doornbosch, Bert Salden en Ruud Röben, Frits Spits, Peter van Dyck, en Ruud de Wild (vaak met cd’s erbij). Maar niets is minder waar: er zijn ook tal van vrouwelijke verzamelaars en zij richten zich opvallend vaak op oudere liederen.

Clara Strijbosch en Martine de Bruin stelden met Johan Oosterman een wetenschappelijk overzicht samen van alle bekende ruim 7600 (!) eenstemmige Nederlandse liederen tot 1600 in een repertorium. De gemengde redactie van De Revisor bracht in 2006 koppels dichters en zangers bijeen voor een sprankelende Avond van het liefdeslied, met als ondertitel Alle 13 goed! (met dvd). Mylou Frencken sprak voor Leven in het lied met 26 eigentijdse liedschrijvers over een van hun kleinkunstliederen (mét cd). Marita de Sterck bundelde ‘69 vuile Vlaamse volksliedjes, tot lering en vermaak van jong en oud’ en Annemiek Houben verzamelde Vieze liedjes uit de 17e en 18e eeuw: beide bundels zijn een ware lust voor de lezer, al klinken de erotische liedjes helaas niet. Margot Kalse enOlga van Marion geven momenteel online een Top 40 van de Gouden Eeuw in afleveringen prijs, met de indertijd meest gezongen melodieën, maar zonder uitvoeringen. Martine de Bruin was met Louis Peter Grijp – wiens verdiensten voor het historische lied niet overschat kunnen worden – ook samensteller van De kist van Pierlala. Straatliederen uit het geheugen van Nederland, alle te beluisteren via een afspeellijst op Spotify. Het Meertens Instituut (dat wil zeggen Grijp, De Bruin en anderen) publiceerde in 2014 ‘De literaire canon van het Nederlandse lied’, een top elf van liederen van voor 1900 die in naoorlogse bloemlezingen de toon aangeven, te beluisteren en lezen in de Liederenbank. De Bruin is als beheerder van de Nederlandse Liederenbank bovendien de muziekhistorische pijler onder het Songbook van Ruud de Wild. Reis door de geschiedenis van het Nederlandse lied. Deze zeer aanstekelijke en informatieve ‘reisgids’ is de catalogus van een tentoonstelling die nog niet fysiek kon plaatsvinden in het Haagse Huis van het Boek maar op het moment van schrijven wel online te bewonderen is; boekhistoricus Garrelt Verhoeven is vooral verantwoordelijk voor de rijke keuze aan tentoongestelde materiële dragers van liedjes. Songbook telt maar liefst tien thematische Top 10’s die een ware schat aan Nederlandse liedjes ontsluiten en in context plaatsen, zij het zonder geluid. Ten slotte is de jaarlijkse traditie sinds 2015 om lievelingsnummers van Utrechtse neerlandici over het afgelopen jaar in een afspeellijst samen te brengen ook een initiatief van een drievrouwschap (Femke Essink, Nina Geerdink en Kila van der Starre).

Al deze geestdriftige en prijzenswaardige verzameldrift van mannen en vrouwen ten spijt blijft het Nederlandse lied uit de tijd van vóór de geluidsopname vrijwel ongehoord buiten de kring van kenners en liefhebbers, zeker sinds ze niet of nauwelijks meer worden doorgegeven, mondeling of in het onderwijs. Binnen de historische letterkunde is er weliswaar aandacht voor het lied en de uitvoeringen ervan, toch zien we dit maar mondjesmaat terug bij literatuurgeschiedenis op de middelbare school. Het lied als literair genre blijft onvermeld in eindtermen, uitgaven van liedteksten met uitvoeringen zijn zeldzaam. In enkele nieuwe literatuurgeschiedenissen voor het voortgezet onderwijs lijkt er iets meer aandacht voor het lied, maar van ‘luisteren voor de lijst’ is geen sprake. Een gemiste kans, want liedjes lenen zich uitstekend voor een thematische benadering in de literatuurgeschiedenis, voor literatuurhistorisch redeneren, voor ontdekkend of onderzoekend leren, en voor integratie met andere domeinen van het schoolvak. En dat hoeft niet pas in de bovenbouw, als de eindtermen literatuurgeschiedenis opvoeren: jongere leerlingen zijn ook te boeien met een didactiek van vervreemding en herkenning (historiseren en actualiseren), waarbij ze bijna ongemerkt kennis maken met literair erfgoed. Vreemd genoeg is er echter amper didactiek die liedjes serieus neemt, in plaats van ze enkel te behandelen als opstapje tot poëzie of als ingang tot een tijdvak. Hier wreekt zich mogelijk nog de oude opvatting dat historische letterkunde zich zou moeten beperken tot de oorspronkelijke liedteksten en hun contexten en moderne uitvoeringen alleen maar interessant zijn als ingang naar de oude liedjes. 

Het is te hopen dat het onvolprezen Songbook een aanzet zal geven om oude liedjes toegankelijk te maken en houden voor een groter publiek en het onderwijs. Deze afspeellijst met vrouwelijke voice-overs wil daar eveneens aan bijdragen en vormt een uitnodiging aan zangeressen en zangers tot het bewerken en uitvoeren van meer oude liedjes en tot het verzamelen en online beschikbaar stellen van deze opnames. De makers van Songbook dromen van een Top 2000… Ik zou al heel gelukkig zijn als het optreden van Roos Blufpand op de vierhonderdste sterfdag van Bredero mee de kiem zou leggen voor een eigentijdse online tegenhanger van zijn Groot Liedboeck: een lange afspeellijst met een keur aan ‘boertige, amoureuze en aandachtige’ historische liedjes in moderne uitvoeringen.

Bijsluiter

Hoe is deze lijst samengesteld? De nummers voldoen aan de volgende kenmerken en eisen – die zijn soms wat speels geformuleerd en/of gehanteerd om de schijn te vermijden van een wetenschappelijk afgewogen lijst:

  • liedjes, in een handvol uitzonderingsgevallen gaat het om gedichten die later op muziek zijn gezet; van sommige liederen is de melodie later teruggevonden;
  • de liedteksten zijn (hoogstwaarschijnlijk) geschreven door mannelijke lieddichters. Bij anoniem overgeleverde traditionals valt het geslacht van de lieddichter niet uit te maken, als de tekst al aan één songwriter valt toe te schrijven, maar ga ik uit van mannelijke origine als de regel;
  • historische liedjes wil hier zeggen dat de lieddichters niet meer leven: een heel pragmatische en ruime invulling, in navolging van de site van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Daar wordt voor Nederlandse poëzie het onderscheid tussen moderne en historische dichters bepaald door het antwoord op de vraag: is de dichter levend of dood?;
  • de (bron)tekst is Nederlandstalig;
  • de liedjes zijn oorspronkelijk (waarschijnlijk) vertolkt door mannelijke zangers – bij traditionals is dit niet uit te maken of ongewis en geef ik mannen het nadeel van de twijfel;
  • vrouwen zingen deze uitvoeringen: slechts een heel enkele keer klinkt een mannenstem mee, in beurt- of samenzang;
  • alle liedjes zijn hier online te beluisteren. Veruit de meeste zijn te vinden op fysieke geluidsdragers (cd’s, genoemd in de discografie) en/of internet (Liederenbank, Spotify, YouTube). Nummers gelinkt aan Spotify zijn in een keer helemaal te beluisteren als je in dezelfde browser ingelogd bent bij Spotify (ververs de pagina nadat je ingelogd hebt); anders hoor je een preview van 30 seconden en moet je doorklikken naar de webplayer van Spotify zelf. In het merendeel van de gevallen gaat het om geluidopnames zonder beeld. Veel liedteksten zijn te vinden bij uitgaven op cd, de oudere veelal ook in de Liederenbank, een aantal in tekstuitgaven die de bibliografie vermeldt en in de dbnl. Een volgende stap zou zijn dat alle teksten digitaal mee te lezen zouden zijn bij het beluisteren van de liedjes.
  • het aantal liedjes is dat van een dubbel-lp (26), twee maal alle 13 goed dus, gelijk verdeeld over liedjes van vóór en na 1900. De spreiding is verder grillig, over tijd en genres, en er ontbreekt van alles: de zanglustige zeventiende eeuw is bijvoorbeeld onderbedeeld – sorry, Lia! –, religieuze liederen en ‘Surivlaamse’ lieddichters zijn ondervertegenwoordigd, en grote Nederlandse namen zoals Long, Vermeulen en Drs. P doen helaas niet mee;    
  • er is een handvol jokers ( ) ingezet in dit verzamelspel waarmee interessante randgevallen de afspeellijst kunnen worden binnengesmokkeld door een selectiecriterium uit te sluiten;
  • een disclaimer tot slot, vooral met het oog op gebruik in het onderwijs: historische liedjes zijn lang niet altijd leuk of mooi naar onze smaak, maar zonder uitzondering wél een bron tot verwondering. Aandachtig luisteren loont.

Luister daarom naar deze bonte verzameling hartverwarmende, humoristische, hekelende, huiveringwekkende, hoopvolle, hypochondrische, hunkerende, hoerige, heldhaftige, hartverscheurende, himmelhoch jauchzende, huichelachtige en hemelse vrouwenstemmen die deze historische liederen opnieuw tot leven wekken!

Voor Lia van Gemert ter gelegenheid van haar afscheid als hoogleraar historische Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Deze tekst is een bewerking van een bijdrage aan de bundel Voltreffer! Populariteit en popularisering van de historische Nederlandse letterkunde die samengesteld werd ter gelegenheid van het emeritaat van Lia van Gemert.
Met dank aan Martine de Bruin, Lucas van der Deijl, Femke Essink, Laurens Joensen, Margot Kalse, Saskia de Koeijer, Fay Lovsky voor hun medewerking en natuurlijk aan Roos Blufpland en alle andere vrouwelijke voice overs voor hun uitvoeringen van deze ‘hits van toen’.   

De vrouwelijke voice-over: alle 13(+) beter?
De afspeellijst


De A-kant: 1200–1900.



1. Alse ons dit nuwe jaer ontsteet (13e eeuw)
Uitvoering: Camerata Trajectina (1992)

Hadewijch was geen man – en Vondel was geen vrouw – maar soms heiligt het doel de middelen. Dus meteen een joker voor een geval uit de buitencategorie. Zoals Suze van Grootel hier zonder enige begeleiding hemels zingt, zo belichaamt Hadewijch in haar eentje de eeuwenlang verstomde middeleeuwse vrouwenstem, in verwarring én vervoering door de mystieke liefde. Ay, Deus! Wat heeft hen God gheweten, die loepen moeten den loep der minnen! Studenten moesten er in de jaren negentig bij mijn college Middelnederlandse geestelijke letterkunde zeven minuten aan geloven. Zou er inmiddels een zanger (♂) zijn die zich aan Hadewijch heeft gewaagd sinds haar teksten weer terug op muziek zijn gezet en opnieuw kunnen worden gezongen?

2. Ic sach in eenen rozengaerde (ca. 1400)
Uitvoering: Camerata Trajectina (1992)

Anoniem lied, opgetekend in het Gruuthusehandschrift uit Brugge. Een versiertoer met een zelf gevlochten bloemenkrans, ongelijke liefde, jaloezie, ontrouw – het komt allemaal voorbij in deze gezongen tweespraak tussen een mannelijke ik en zijn voormalige geliefde die hij ontrouw is geweest. Het lied wordt heel fraai tweestemmig uitgevoerd. Als de jongeman ziet dat zij nu avances maakt bij eenen ouden grijsen man spreekt hij zijn ‘ex’ aan. Die is na de eerste schrik en schaamte niet op haar mondje gevallen. De jongeman druipt af, met spijt…

3. Lied van Heer Halewijn (laatmiddeleeuws?) / Jan Alberts stond op en hij zong er een lied
Uitvoering: Sjoukje Heida-Zandstra (1963)

Anonieme ballade, gereconstrueerd uit latere mondelinge overlevering, waarvan de Middelnederlandse oorsprong inmiddels wordt betwijfeld, al zijn er middel­eeuwse pendanten in andere talen bekend. Hier zingt een Friezin uit Ter Wispel de versie (in het Nederlands) die zij uit de mondelinge overlevering kende, een opname gemaakt door de legendarische volksliedonderzoeker Ate Doornbosch. Het is mij een volstrekt raadsel waarom er nog geen vrouwelijke uitvoering van dit ultieme Me Too-wraaklied bestaat: Karin Bloemen, Ellen ten Damme, Brigitte Kaandorp, Beatrice van der Poel, Roosbeef, Yentl & De Boer, van mijn part Anouk: grijp die kans!

Bron: Liederenbank

4. My heeft een piperken dach ghestelt (ca. 1505-6)
Uitvoering: Camerata Trajectina (1992)

Anoniem, uit het zogenoemde handschrift Jerome Lauweryn van Watervliet. Heel kort meerstemmig liefdesliedje waarin een meisje zich jubelend op een afspraakje met een fluitspelertje (!) verheugt – we horen ook mannen meejubelen: Hy heeft my wat goeds toegheseit / Van lirum lappum altoes!

5. Eylaes, ic arm allendich wijf (1544)
Uitvoering: Els Van Laethem (2004)

Anoniem, uit het Antwerps Liedboek. Vrouw doet op zeer plastische, komische wijze haar beklag over haar verwende echtgenoot. Zij slooft voor hem, helpt hem zelfs ’s morgens in de kacksetel, met een warme stoof onder zijn voeten, en vertroetelt hem de ganse dag met allerhande eten en drinken. Sulc wijf is veel eeren weert!, zo luidt zijn lof aan het einde van elk couplet. Het ontbreekt de papzak dan ook aan niets overdag, maar haar wel ’s avonds in bed: Daer light hi met sinen palullen (geslacht) slap / Hi vijst, hi schijt al waert een peert…’

Beluister de opname via de Liederenbank.

6. Hoe die Spaanse hoeren kwamen klagen (1577)
Uitvoering: Camerata Trajectina (2002)

Anoniem. Een jammerklacht ontaardt in een scheldpartij tussen beide seksen. De hoeren beklagen zich over het gedwongen vertrek van hun Spaanse klanten, waar­door ze hun luxe leventje zullen moeten opgeven. Melodieuze ironie: het lied staat op de wijs van een populair geuzenlied uit de begindagen van de Opstand: het Wilhelmus. 

7. Eenicheydt is Armoedt (1622)
Uitvoering: Roos Blufpand (2018)

Bredero overbrugt mede dankzij deze uitvoering moeiteloos vier eeuwen in dit liedje waarin het najagen van oppervlakkige genoegens wordt afgewogen tegen eenzaamheid in de liefde. De tekst volgt naar de geest het origineel maar er wordt onbekommerd geactualiseerd: ‘Wat boeit je al die volgers, die liken wat je zegt (…), al die hartjes en die duimpjesovervloed, als je ’s nachts alleen in je bedje slapen moet?’ In het Bredero-nummer dat Blufpand aansluitend zingt, ’s Nachts rusten meest de dieren, blijft de zangeres tekstueel trouw aan het origineel maar dit lied over de ongedurige liefde mist evenmin zijn uitwerking.    

8. Geuzenvesper of Ziekentroost voor de vierentwintich (1631)
Uitvoering: Duo Seraphim (2009)

Vondel was twaalf jaar na dato nog steeds zo verbolgen over het onrecht dat Oldenbarnevelt was aangedaan dat hij er een hekeldicht over schreef, op een bestaande melodie zodat het pamflet kon worden gezongen: de onthoofding van de tegenstander van Maurits was onrechtmatig en wroeging achteraf zou de rechters niet baten die de raadspensionaris ten onrechte van verraad hadden beticht. Margot Kalse zingt waarschuwend tot slot van deze sarcastische ‘Ziekentroost’: Schendt uw handen aan geen vaders, / dol van haat. / Scheldt geen vromen voor verraders / van den staat. Dit politieke lied staat op drie in de ‘literaire canon van het Nederlandse lied’ uit 2014.

9. Pruimenboom (1778)
Uitvoering: Mama Roux (2016)

Hieronymus van Alphen mag hier als voormalig overbuurman van de Utrechtse neerlandici aan de Trans niet ontbreken: naar verluidt staat er nog altijd een pruimenboom in de achtertuin van het huis waar de jurist zijn vermaarde Kleine Gedigten voor Kinderen schreef. De berijmde ‘vertelling’ over Jantje die de verleiding weerstaat de eiergrote pruimen te plukken maakte faam en werd al snel op muziek gezet. Zo klassiek is het lied geworden dat velen zich eraan hebben gewaagd, van Jasperina de Jong tot Def P & Seda. De laatsten geven een allesbehalve brave rapversie ten beste, die het in een schoolklas goed doet om jongens bij de les te houden, maar laten de tekst ongemoeid. Dat is niet het geval in deze versie van Mama Roux, waar het lied – spoiler! – door een niet goed luisterende vader in een moordballade verandert.  

 10. Twee emmertjes water halen (18e eeuw?)
Uitvoering: R.K. Veulpoepers B.V. (1978)

Traditioneel dansliedje, met allerlei erotische zinspelingen. Meestal voert de stem van voorman Zjef Naaijkens de boventoon en zingen Agnes Naaijkens en Ria der Kinderen luidkeels op het tweede plan mee, allen onbekommerd met Brabantse tongval. In dit lied is – bijna – sprake van evenwicht. Het is een van de weinige niet-maatschappijkritische teksten op het repertoire van deze vrolijke én vrijgevochten folkband, die naam maakte met dansbare optredens en een voorliefde voor oude liedjes en wijsjes. Anale spothumor, zoals onder meer in de bandnaam, was springlevend in Brabant in de jaren dat Herman Pleij de aandacht vestigde op hetzelfde fenomeen in middeleeuwse ­literatuur die de bestaande orde kortstondig op de kop zet.

11. Immortelle Zestien (1867)
Uitvoering: Clean Pete (2017)

Piet Paaltjens laat zich heel goed zingen, bleek bij de 150e verjaardag van Snikken en grimlachjes. Het duo Clean Pete geeft een vrouw stem die terugverlangt naar een man – onduidelijk blijft om wie het gaat –, zij het met een dubbele bodem. ‘Ruik ik opnieuw zijn sigaren, / Dan word ik eensklaps zo raar. / Is ‘t, omdat hij ze rookte, / Of was de tabak mij te zwaar?’ (mijn cursivering).

12. Zeven steken (19e eeuw)
Uitvoering: Laïs (1998)

Anoniem. Traditionele moordballade waarin een jongeman een meisje ‘van haar eer ontrukt’. Het lied laat niets te raden over de gewelddadige gevolgen van het botvieren van de mannelijke lust. De drie vrouwen van Laïs zingen afgebeten van verontwaardiging. Onder de titel ‘Lied van een jongeling van 18 jaar’ zijn er in de Nederlandse liederenbank 33 varianten te vinden waaronder één bewaard op een liedblad van ca. 1880 dat nagenoeg dezelfde tekst bevat, en een opname uit 1968: de Limburgse zangeres, geboren in 1900, verklaart op gezag van haar grootvader dat de bezongen moord echt in Sittard heeft plaatsgevonden.    

13. Achter in het stille klooster (19e eeuw)
Uitvoering: Zangeres Zonder Naam (1965)

Anoniem, van oorsprong een Duits straatlied. Smartlap over soldatenleed: ‘arme moeder’ komt aan de weet dat haar zoon in de strijd voor het vaderland is gevallen, een trieste ontdekking met nog een fataal gevolg. Het Stabat mater is er niets bij, maar ontbeert dan ook de accordeon, de snik in de stem van de ‘koningin van het levenslied’ en het larmoyante einde van de door verdriet verscheurde moeder die haar zoon volgt.


De B-kant: 1900 – heden



14. Zusje en zusjes antwoord (1916)
Uitvoering: Mieke Stemerdink & Suze van Grootel (2006)

Armand Haagman vertelt in dit straatlied een familiedrama in briefvorm. De toedracht ontvouwt zich geleidelijk omdat er verhullend over de gebeurtenissen wordt gesproken vanwege de jeugdige leeftijd van het jongste zusje. Het lied is geschreven door een man, maar straatliederen werden ook vaak uitgevoerd door liedjeszangsters [sic]: hier horen we twee zangeressen in tweespraak brief en antwoordbrief zingen.

15. Mens, durf te leven (1917)
Uitvoering: Wende (2008)

Dirk Witte schreef een klassieker die door vele groten werd uitgevoerd nadat Pisuisse het bekend maakte, zij het zelden door vrouwen – een uitzondering is Jenny Arean – en zelden zo gloed­vol als door een van de powervrouwen van het Nederlandse theaterlied. Wende kan ook zelf op een aan­tal ijzersterke eigen liedteksten bogen onder het motto ‘Vrouw, durf te leven!’.  

16. De witte vos (1924)
Uitvoering: Lea Kliphuis (2018)

Louis Couperus is nog altijd sacrosanct zodat een recente hertaling van zijn werk nog kon leiden tot afgrijzen bij steile Couperianen. Des te opmerkelijker is de vrije, associatieve manier waarop een aantal artiesten op de cd Transit omgaat met zijn reisverhalen, nota bene een initiatief van het Louis Couperus Genootschap. Hanna Hendrix inspireerde zich voor de liedtekst losjes op het korte verhaal ‘De vossen’ uit Het snoer der ontferming, waarin de schrijver zijn recente kennismaking met de Japanse cultuur verwerkte. Het lied weet een raadselachtige sfeer op te wekken, zonder de meanderende zinnen en tachtigertaal waarmee het verhaal ijle witte vossen als geestverschijningen tevoorschijn tovert.  

17. De ontdekker (1936)
(a) O descobridor – Cristina Branco (2000)
(b) De ûntdekker – Nynke Laverman (2004)

Slauerhoff bouwt ‘De ontdekker’ op één vergelijking: ‘Hij had het land waarvoor hij scheepging lief, / Lief, als een vrouw ’t verborgen komende.’ Mijn vwo-5-leerlingen hadden meestal een zetje nodig om het beeld te vatten. Wie kunnen dit gedicht beter vertolken dan vrouwen? En dan nog wel gezongen in het Fries (vertaald door Laverman) of Portugees (vertaling Mila Vila Paletti), talen uit streken waarvoor Slauerhoff wél een zwak had. Ik kon en wilde niet kiezen.

18. Ontmoeting (1948)
Uitvoering: Jenny Arean (1998)

J.M.W. Scheltema laat ons in dit aandoenlijke gedicht luisteren naar een straatjochie dat we ontmoeten terwijl hij naar zijn huis ‘in een heel arme straat’ loopt. Arean weet zingzeggend perfect de kinderlijke toon in het monoloogje te treffen. We krijgen te doen met het speelse schoffie, dat wel ‘een paar stompen’ uitdeelt aan zijn vriendje Keesie, als deze niet instemt met de ruil van diens nieuwe vlieger ‘voor niets’…    

19. Mijn vlakke land (1963)
Uitvoering: Liesbeth List (1969)

Jacques Brel trof het met zijn eerste Nederlandse vertaler, Ernst van Altena. Die kreeg hem zo ver om enkele van zijn vertalingen in het Nederlands uit te voeren, wat Brel hoorbaar moeite kostte in Mijn flaque land. De Vlielandse vuurtorenwachter­(pleeg)dochter weet waarover ze zingt. List had het lef om Brel als eerste na hem in het Nederlands te zingen. En Brel hoorde dat het heel erg goed was.

20. Cecilia Lind (1964)
Uitvoering: Fay Lovsky (2019)

Cornelis Vreeswijk schreef dit lied over een meisje van 16 en de ongelijke liefde in het Zweeds. In 1964 vertaalde hij het zelf en voerde het lied uit in het Nederlands, een taal waarmee hij vanaf de emigratie van het gezin Vreeswijk op zijn twaalfde niet meer dagelijks in contact stond. Fay Lovsky zingt een nieuwe vertaling van Roxanne Hellevoort en Anna Ågren, die de vertaling van de Zweedse bard ‘oubollig’ vonden. Dat was mij nooit opgevallen, maar deze uitvoering, opgenomen in 2012 op het Cornelis Vreeswijkgala, staat!

21. Malle Babbe (1970)
Uitvoering: Adèle Bloemendaal (1970)

Lennart Nijgh schiep naar eigen zeggen een zeventiende-eeuwse hoer door onbewust twee vrouwen­portretten van Frans Hals te vermengen. Deze oeruitvoering biedt devrou­we­lijke blik van Malle Babbe. Adèle zingt: ‘Ik schuim de straten af / en volg het die­ven­spoor…’. Ging dat Rob de Nijs te ver? In zijn klassiek geworden uit­voe­ring (1975) bezien we Malle Babbe door de ogen van haar heimelijke minnaar: ‘Jij schuimt de straten af…’. Zwaktebod of niet, de muziek is beter en zo werd het een hit.

22. Het dorp (1974)
Uitvoering: Maan (2018)

Friso Wiegersma bewerkte La montagne van Jean Ferrat, dat uit 1964 stamt en verplaatste de setting naar zijn geboortedorp in Brabant, Deurne. De uitvoering van Wim Sonneveld is zo klassiek dat het van durf getuigde dat de jonge Maan, winnares van The Voice of Holland, dit lied uitvoerde bij DWDD. Het duurt even voor haar stem het van het ontzag wint. De canonieke status van ‘Het dorp’ wordt in feite onderstreept door een gelijknamig anti-lied dat cabaretier Jan Beuving in 2017 maakte, waarin de ‘suikerzoete nostalgie’ het moet ontgelden: ‘wat ben ik dat dorp toch zat, van mijn part gooien ze het plat’.

23. Ik drink (1978)
Uitvoering: Fréderique Spigt (2013)

Ramses Shaffy schreef het lied in een periode waarin hij zich slechts wankel staande hield. Als één vrouw overtuigend gruizig kan zingzeggen en lyrisch mijmeren dan is het Spigt. Onnadrukkelijk maakt zij volstrekt aanvaardbaar dat het hier evengoed om een drinkende vrouw en de vrouwenliefde zou kunnen gaan.

24. Sorry (1991)
Uitvoering: Roxeanne Hazes (2020)

André Hazes zong dit duet oorspronkelijk met Lisa Boray toen Roxeanne nog geboren moest worden. Een onnavolgbare tekst over een scheiding waarvan de oorzaak raadselachtig blijft. Beide geliefden zeggen ‘sorry’ tegen elkaar en houden nog van elkaar, ‘maar het is te laat’. Reden genoeg om het samen te laten schallen: ‘alleen jij weet dat ik om je geef, (…) van je hou, (…) het is over’. Tijdens ‘Holland zingt Hazes 2020’ was de beurt aan dochter Roxeanne: vijf avonden zong zij het duet op het podium van de Ziggo Dome met een griezelig echt hologram van haar vader, die postuum zijn eigen partij uit volle borst meezingt.    

25. Spelende meisjes (1994)
Uitvoering: Marieke Deckers-Moll (2018)

Willem Wilmink, geliefd als liedjesschrijver én dichter, schreef een gedicht waarin een sombere stemming van de ik omslaat in hoop. Dat gebeurt als de ik meisjes van diverse culturele herkomst samen ziet spelen in een straat, een praatje met ze maakt en dan beseft: ‘…die meisjes met aardige ogen, / en met hun prachtige haar / zullen de kinderen baren / voor de komende duizend jaar’. Dat de eigen stiefdochter van Wilmink het gedicht op muziek heeft gezet en zingt, maakt dat je haar bijna als een van de spelende meisjes voor je ziet. Een intensivering van de tekst, die zich ook voordoet in Leiden, waar de op straat Spelende meisjes als muurgedicht in de Poelgeeststraat is te vinden.

26. Poten (2007)
Uitvoering: Lucretia van der Vloot (2007)

Maarten van Roozendaal is door zijn te vroege einde al liedgeschiedenis. Dit mees­ter­werkje heeft hij op het lijf en de stem geschreven van Van der Vloot en is bij mijn weten uitsluitend door haar uitgevoerd. De laatste joker dus voor dit bonusnummer dat een spannende scéne vertelt waarin we een bezorgde moeder horen die een kalver-verliefde jongen kijvend op de korrel neemt.

Bibliografie

Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen. Editie P.J. Buijnsters. Amsterdam (Athenaeum – Polak & Van Gennep) 1998. Delta Reeks.

Het Antwerps Liedboek. Teksteditie bezorgd door Dieuwke E. van der Poel (eindredactie) Dirk Geirnaert, Hermine Joldersma en Johan Oosterman. Reconstructie van de melodieën door Louis Peter Grijp. Tielt (Lannoo) 2004. 2 dln. Delta. [met 2 cd’s]

De avond van het liefdeslied. Alle 13 goed! De Revisor. Letterkundig tijdschrift voor Nederland 33 (2006) 5. [met dvd]

Jaap Bakker & Kick van der Veer (eds.), Van de zotten. Amsterdam (Nijgh & Van Ditmar) 2007.

Jaap Bakker & Kick van der Veer (eds.), De dingen die voorbijgaan. Liedjes en gedichten over senioren. Amsterdam (Nijgh & Van Ditmar) 2008.

Marijke Barend – van Haeften, Karel Bostoen, Lia van Gemert & Marijke Meijer Drees (samenstelling), Wilhelmus en de anderen. Nederlandse liedjes 1500 – 1700. Met medewerking van Louis Peter Grijp en Camerata Trajectina. Amsterdam (AUP) 2000. Tekst in Context 4. [met cd]

Sander Bax en Erwin Mantingh, `Tjeempie! „Wat zou er zijn met die moderne schrijvers?” Literatuurhistorisch redeneren met Liesje in Luiletterland.’ TNTL 135 (2019) 2, 100-127.

Martine de Bruin, Garrelt Verhoeven & Ruud de Wild, Songbook van Ruud de Wild. Reis door de geschiedenis van het Nederlandse lied. Zutphen (Walburg Pers) 2020.

Martine de Bruin & Johan Oosterman (samenstelling) m.m.v. Clara Strijbosch, Repertorium van het Nederlandse lied tot 1600. Gent/Amsterdam 2001. 2 dln.

Lucas van der Deijl, Feike Dietz, Els Stronks, ‘Literatuur leren onderzoeken in de klas: hoe de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur en LitLab.nl scholieren kunnen opleiden tot literatuuronderzoekers.’ In: Nederlandse Letterkunde 23 (2018) 3, 235-255.

Ate Doornbosch e.a., Onder de groene linde: 163 verhalende liederen  uit de mondelinge overlevering opgenomen. Eds. Louis Peter Grijp & Ineke van Beersum Amsterdam 2008.[met cd-box]

Maurice Dumont, ‘Sterrenstof: hoe popliedjes je lessen Nederlands kunnen verrijken’. Levende Talen Magazine 100 (2013) 2, 24-7.

Mylou Frencken, Leven in het lied. Amsterdam (Uitgeverij Luitingh-Sijthoff) 2017. [met cd]

Henk van Gelder, Brel in Nederland. Met bijdragen van Vic van de Reijt. Amsterdam (Uitgeverij JEA) 2018. [met lp, 2 dvd’s en cd]

Louis Peter Grijp, (hoofdred.), Een muziekgeschiedenis der Nederlanden. Amsterdam (AUP-Salomé) 2001. [met cd-rom]

Louis Peter Grijp, Van Hadewijch tot Hazes. Inaugurale rede UU, 2002.
Louis Peter Grijp & Martine de Bruin, De kist van Pierlala. Straatliederen uit het geheugen van Nederland. Amsterdam (Bert Bakker) 2006. [afspeellijst op Spotify]

Louis Peter Grijp & Frank Willaert (red.), De fiere nachtegael. Het Nederlandse lied in de middeleeuwen. Amsterdam (Amsterdam University Press) 2008.

Sylvester Hoogmoed, Ramses Shaffy, 1933-2009. Door alles heen. Amsterdam (Uitgeverij JEA) 2019. [met 2 cd’s]

Annemieke Houben, Vieze liedjes uit de 17e en 18e eeuw. 2e druk. Nijmegen (Uitgeverij Vantilt) 2015.

Margot Kalse & Olga van Marion, Top 40 van de Gouden Eeuw. Neerlandistiek.nl 2020.

Jacques Klöters (inleiding en samenstelling), Huilen is voor jou te laat… Levensliederen en smartlappen. Amsterdam (Nijgh & Van Ditmar) 2002.

Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de zestiende eeuw in duizend en enige bladzijden. Amsterdam (Bert Bakker) 1994.

Erwin Mantingh, ‘De leerling als ontdekkingsreiziger door tekst, taal en tijd. Mi have een droom: Groningen, 2032’. In: T. Witte (red.), Lectori salutem. De veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs (…). Groningen (RUG) 2018, 11-26.

Marijke Meijer Drees & Erwin Mantingh, ‘Historische letterkunde’ & ‘Literatuurgeschiedenis’. Handboek Didactiek Nederlands (te verschijnen)

Lennart Nijgh, Ik doe wat ik doe. Onder redactie van Kick van der Veer. Amsterdam (Nijgh & Van Ditmar) 2000. Pluche-reeks. [met cd van Astrid Nijgh, De razende bol]

Maarten van Roozendaal, Jij blijft bij mij. Verzameld werk. Amsterdam (Nieuw Amsterdam Uitgevers) 2014. [met cd]

Bert Salden & Ruud Röben, Een lach en een traan. De mooiste levensliedjes in woord en muziek. Hoorn (Disky) 2010. [met 2 cd’s]

Vic van de Reijt, Het Land van Maas en Waal. De 20ste eeuw in 400 en enige liedteksten. Amsterdam (Uitgeverij Bert Bakker) 2006.

Marita de Sterck, En rijen is plezant. 69 vuile Vlaamse volksliedjes, tot lering en vermaak van jong en oud. Leuven (Van Halewyck) 2008.

Frits Spits, De standaards van Spits. Lees- en luistergids van de mooiste Nederlandstalige liedjes. Amsterdam (Uitgeverij Luitingh – Sijthoff) 2015. [met 4 cd’s]

Frits Spits, De standaards van Spits II. Amsterdam (Uitgeverij Luitingh – Sijthoff) 2017. [met 4 cd’s]

Frits Spits, Alles lijkt zoals het was. Amsterdam (Uitgeverij Luitingh – Sijthoff) 2019. [met 2 cd’s]

Jean-Marc van Tol & Gerrit de Jager (samenstelling), Strips in stereo. Amsterdam (De Harmonie & Excelsior Recordings) 2006. [met cd]

Gijs van Vliet & Feike Dietz, ‘Karel, Reynaert – en de anderen? De breedheid van het literatuurbegrip in het middelbaar onderwijs’. In: Nederlandse Letterkunde 23 (2018) 3, 287-310.

Frank Verhallen, ‘Cornelis Vreeswijk: Cecilia Lind (1&2).‘ Gedicht gedacht. Week 13 – 92 &  93, 2 & 3 april 2019. https://www.frankverhallen.nl/frank-verhallen/gedicht-gedacht.html/4071/92-cornelis-vreeswijk-cecilia-lind.

Discografie

Cristina Branco, Cristina Branco canta Slauerhoff. (CCPH) 2000. [cd met tekstboekje]

Camerata Trajectina, Pacxken van Minnen. Middeleeuwse muziek uit de Nederlanden. Castricum (Globe) 1992. [cd & tekstboekje]

Louis Couperus in transit. [Diverse artiesten] Louis Couperus Genootschap(Excelsior Recordings) 2018.[cd]

Duo Seraphim, O Muse, comt nu voort. Dutch Songs of Love and Freedom 1550-1750. (Aliud Records) 2009. [cd met tekstboekje]

Peter van Dyck, Watskeburt, Lage Landen? Een eigenzinnige canon van het Nederlandstalige lied. Tielt (Lannoo) 2019. [afspeellijsten op Spotify]

Laïs, Laïs. 1998. [cd]

Nynke Laverman, Sielesâlt. 2004. [cd met tekstboekje]

Mama Roux, Schoone schijn. (Silvox) 2016. [cd]

Piet Paaltjens Recordings. Amsterdam (Excelsior Recordings) 2018. [cd en tekstboekje]

Vic van de Reijt’s Top 100 van Nederlandstalige singles. (Nikkelen Nelis) 2000.[5 cd’s, bonus-cd en tekstboekje]

Vic van de Reijt presenteert Surivlaams! 60 Nederlandstalige tophits uit België en Suriname. (Nikkelen Nelis) 2008.[3 cd’s en tekstboekje]

Ramses Shaffy. Leef! Universal Music 2013. [cd + tekstboekje]

Wende [Snijders], Chante! (Flow Records) 2008. [cd]

Van rijm tot rap. Versjes, liedjes, gedichten. (Stichting CPNB) 1998. [cd & tekstboekje]

R.K. Veulpoepers B.V., Diarree! 1978. [cd naar de lp]

Lucretia [van der Vloot], Altijd over liefde. 2007. [cd]Cornelis Vreeswijk, Thuishavensamba. Een registratie (…) van het Cornelis Vreeswijkgala, 12 november 2012, Stadsschouwburg Velsen. (Studio Monde, Vanderschaaf Film en het Cornelis Vreeswijkgenootschap) 2019. [cd en dvd]

Websites (geraadpleegd op 21-10-2020)

Bredero 2018. https://www.bredero2018.nl/  

De Lagelandenlijst. https://radio1.be/programma/de-lage-landenlijst

De literaire canon van het Nederlandse lied. http://www.liederenbank.nl/canon.php  

Literatuurgeschiedenis. https://literatuurgeschiedenis.org/  

LitLab Proeven. https://litlab.nl/proeven/

MOOC Middelnederlands. https://moocmnl.kantl.be/

Nederlandse Liederenbank. http://www.liederenbank.nl/

Nederlandse poëzie (thema Koninklijke Bibliotheek). https://www.kb.nl/themas/nederlandse-poezie

Nederlandstalige lievelingsnummers van Utrechtse neerlandici.  https://open.spotify.com/playlist/71Tszc86ifwsmeMoy56XEJ

Straatpoëzie. https://straatpoezie.nl/

Ruud de Wild, Songbook. Reis langs de mooiste Nederlandse liedboeken: online expositie Huis van het Boek. https://ruuddewildsongbook.nl/