Het jongensuur voor Mark Rutte

Boeken voor Mark Rutte (3)

Iedere week sturen neerlandici een boek aan Mark Rutte, met een begeleidende brief die uitlegt waarom hij dat boek moet lezen. Deze week een bijdrage van Yra van Dijk. Lees voor een toelichting op het project deze brief van hoofdredacteur Marc van Oostendorp.

Geachte Mark Rutte, 

Hoeveel scholieren zouden weten dat u historicus bent? Hoeveel ouders, die hun kinderen een bètaprofiel opdringen ‘omdat je daar zoveel mee kan’, weten dat u met een alfapakket op school toch al tien jaar de Baas van Nederland bent? Voor hen die denken dat je ‘niets’ kan met geesteswetenschappen, biedt uw loopbaan een belangrijke les. Een studie aan de faculteit waarin we bestuderen hoe mensen zichzelf en de wereld betekenis geven, is immers de best mogelijke voorbereiding om het land te besturen. Want door uw vak weet u als geen ander dat we het verleden nodig hebben om het ingewikkelde heden het hoofd te bieden. Dat nepnieuws en populisme gedijen onder een volk zonder geheugen.

Daarom zal u, naar ik aanneem, uw volgende minister van onderwijs nog eens uitleggen dat er ook op het VMBO behoorlijk geschiedenisles gegeven moet worden, vier jaar lang. En als uw collega dan opwerpt dat geschiedenis te ‘saai’ is, wijst u als ervaren maatschappijleerdocent hem of haar vast en zeker op de mogelijkheid het verleden te leren kennen via verhalen. De vragen van vandaag krijgen immers perspectief met literatuur van gisteren.

Zou uw huidige minister van Onderwijs, Arie Slob, weleens een roman hebben voorgelezen in zijn maatschappijleerlessen? Ik mag het hopen, want verhalen zijn per definitie een ingang tot burgerschap: een uitnodiging je te verplaatsen in het perspectief van een ander. Vooral wanneer je niet alleen maar verhalen kiest van witte mannen (zoals in 9 van de 10 gevallen op school nu nog gebeurt), bieden ze zicht op diversiteit. En zo ontwikkel je er empathie van, en het omgaan met een wereld vol verschillende mensen. Zo had ook een roman Arie Slob zijn politieke afgang kunnen besparen, toen hij teruggefloten werd door de kamer na zijn steun aan christelijke scholen die homoseksualiteit willen afwijzen. Had u de minister maar bijtijds een exemplaar van Het jongensuur in handen gedrukt. De paar uur die het kost om die novelle van Andreas Burnier uit 1969 te lezen, had hem kunnen behoeden voor de politieke en vooral menselijke flater die hij sloeg toen hij scholen toestond om sommige identiteiten af te wijzen.

Binnen enkele regels ben je als lezer van Het jongensuur al gegrepen door de strijdlustige 14-jarige Simone die de oorlog overleefde op onderduikadressen, ver van haar ouders. Na het ontroerende begin, waar het meisje na de bevrijding tegen krijgsgevangen Duitsers staat te schreeuwen, vol machteloze woede en angst na de vernietiging van haar hele vooroorlogse joodse wereld, neemt het verhaal een wending. Simones grootste zorg blijkt niet haar joodse identiteit, niet haar vermoorde familieleden, maar het feit dat ze een jongen is in een meisjeslichaam. Ze probeert het zwembad binnen te komen op het ‘jongensuur’, maar wordt betrapt en vernederd: ‘Je moet eruit’. Eenvoudige taal, die aankondigt waar het hier over gaat: er niet bij horen. Niet bij je gezin, waar je moeder je amper herkent na vier jaar. Niet in de onderduik, waar je leerde over de gereformeerde ‘haat voor alles wat warm en zelfs maar vitaal was’. Niet in Nederland, dat je lotgenoten heeft laten vermoorden, en het minst van alles in je lichaam: ‘Het verbaasde mij dat zoveel mensen een man waren in dit leven, en dat juist ik een meisje moest zijn’ (19).  Tegen wil en dank zou uw minister Slob sympathie hebben opgevat voor het eigenzinnige, dappere en eenzame kind, en kennis hebben opgedaan van andersheid. Het fragiele verhaal van Andreas Burnier mag in geen enkele schoolbibliotheek ontbreken. Nieuwe tijden vragen, zoals u als historicus weet, om oude inspiratiebronnen. Opdat er nooit meer in Nederlandse scholen klinkt:  ‘Je moet eruit’. 

Hartelijke groet, Yra van Dijk