Het andere postkoloniale oog

De Nederlandse (post)koloniale cultuur en literatuur zit vol verrassingen. Wat onbelicht was, wordt in de net verschenen, veelzijdige bundel Het andere postkoloniale oog uitgelicht en wat misschien wel bekend leek, krijgt een totaal nieuwe belichting.

De 24 bijdragen beslaan maar liefst vier eeuwen en hebben betrekking op alle streken waarmee Nederland ooit een koloniale band had: Nederlands-Indië, het Caraïbisch gebied en Zuid-Afrika. Maar het gaat natuurlijk ook over de cultuur die migranten meebrachten naar en creëerden in het nieuwe Nederland. Matrozenliedjes en kookboeken passeren de revue, de dansen uit de slaventijd, de teloorgang van de Surinaams-Javaanse gamelan en de twintigste-eeuwse bemiddelaars van ‘zwarte kunst’. De Indische njai schuift voorbij en een melancholische Sjahrir. Het werk van vele schrijvers wordt tegen het licht gehouden, onder meer van Albert Helman, Geert Mak, Astrid Roemer, Anil Ramdas en de allerjongste Caraïbische generatie.

Het andere postkoloniale oog; Onbekende kanten van Nederlandse (post)koloniale culturen. Redactie Michiel van Kempen. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2020. ISBN 978 90 8704 865 5. Prijs 32 euro. Bestel door hier te klikken

Ziehier de inhoudsopgave:

  • Inleiding
  • Feestrede – J.Z. Herrenberg
  • De vloek van Cham voorbij – Ken Mangroelal
  • Liedjes uit de West Zingen over voorheen De West; Over het eiland Suriname en het land Curaçao – Bert Paasman
  • Een ‘Surinaams’ blijspel in de chicanes van de Amsterdamse elite – Hilde Neus
  • Een reis naar Suriname? De gefantaseerde avonturen van András Jelky – Gábor Pusztai
  • Geschiedenis van de heer Andreas Jelky, een geboren Hongaar – vertaald door Gábor Pusztai
  • Hebi sani e dansi; Dans als een uiting van geestelijk welzijn onder slavernij – Aminata Cairo
  • Krassende pennen; Kroniek van een schrijvende moeder, dochter en schoonzoon – Adrienne Zuiderweg
  • De ‘inheemse schone’: van cliché tot cultuurkritiek – Jacqueline Bel
  • De aap leeft voort; Een analyse van het verhaal ‘Voor Alex Burrough’ (2002) van Abdelkader Benali als ‘rewriting’ van Mijn aap schreit (1928) van Albert Helman – Judit Gera
  • Sjahrir privé: de troost van muziek en natuur – Kees Snoek
  • Pierre Lauffer als Nederlandstalig auteur – Wim Rutgers
  • ‘Ons is meer Suid-Afrikaners as enigiemand anders in hierdie land’: hybriditeit en de frontier in Zuid-Afrika – Margriet van der Waal
  • Irrelevant en kwetsend biografisch speurwerk; Over gebrekkige bronnen, gebelgde erven en dienstvaardig onderzoek – Aart G. Broek
  • De president, zijn kabinet, de journalist en de Westerling; Over het universalisme in H. van Galen Lasts President Dramakutra – Remco Raben
  • ‘Er is heel wat goed te maken’; Rosey Pool en Nola Hatterman, witte culturele bemiddelaars voor ‘zwarte’ kunst – Lonneke Geerlings & Ellen de Vries
  • Mr. E Elias (de stukjesfabriek) over Curaçao in de Tweede Wereldoorlog – B. Jos de Roo
  • Flonkeringen uit de goudwastrog (lonton); Interessante feiten uit de nalatenschap van Trefossa – Cynthia Abrahams
  • Een durian als handgranaat; Over zeven ‘Indische’ gedichten van Bernardo Ashetu – Klaas de Groot
  • Media, materialiteit en relatie in Astrid Roemers Lijken op liefde – Yra van Dijk
  • We hebben een wereld verloren; Anil Ramdas en de poëtica van het verlies – Karin Amatmoekrim
  • Eerst een bul, dan vrijhandel (van slaven) – Wouter Krijbolder
  • Gamelan: Surinaams-Javaans erfgoed dat dreigt verloren te gaan – Hariëtte Mingoen
  • Sarnámi Yátrá, het eerste reisverhaal in het Sarnámi – Bris(path) Mahabier
  • Een banaan afpellen, een bloedende banaan; Een nieuwe generatie in de Nederlands-Caraïbische literatuur – Michiel van Kempen
  • Over de auteurs
  • Index van persoonsnamen