Blaast hun de aftocht?

Door Marc van Oostendorp

Mijn collega, de Nijmeegse hoogleraar Taalwetenschap Helen de Hoop, is waarschijnlijk dé hunnoloog van Nederland. Niemand volgt de wederwaardigheden van dat persoonlijk voornaamwoord zozeer op de voet als zij. En nu komt ze met een nieuw idee over dat voornaamwoord!

Er is al enkele decennia discussie over de opmars van hun als onderwerpsvorm (‘Hun lopen op straat’). In een roemruchte publicatie uit 2011 betoogde De Hoop met coauteurs dat het woord zich aan het specialiseren was: hun als onderwerp werd gebruikt voor mensen, anders gebruikte je liever ze:

  • Hun liggen op bed. (Bijvoorbeeld: de gasten)
  • Ze liggen op bed. (Bijvoorbeeld: de gasten, maar ook: de jassen)

Maar in een nieuw artikel in Nederlandse Taalkunde observeert De Hoop dat er inmiddels wel wat veranderd lijkt. Dat hun ‘fout’ is, dat blijkt zo’n beetje iedere taalgebruiker te weten. Het wordt dan ook op twee manieren tegelijkertijd mensen ingestampt: het is fout als onderwerp én als lijdend voorwerp (‘ik heb hun gezien’), hoewel dat laatste eigenlijk altijd de vorm is geweest die mensen in de praktijk zeggen.

Het heeft allerlei gevolgen, observeert De Hoop. Ze hoort bijvoorbeeld studenten steeds vaker ook zeggen ‘ik heb hen gezien’ (of ‘ik geef hen een boek’). Maar bovenal lijkt op allerlei plaatsen de regel te worden vereenvoudigd tot ‘hun is alleen bezittelijk voornaamwoord’. Bijvoorbeeld in het volgende filmpje:

Het lijkt er daarom op dat hun, na een lange opmars in de twintigste eeuw, inmiddels misschien de aftocht heeft geblazen – en zich terugtrekt op de rol van bezittelijk voornaamwoord. Daar komt bij dat er ook nog een andere kandidaat is voor de beklemtoonde vorm voor het onderwerp (naast onbeklemtoond ze): die.

  • Die liggen op bed.

Het geldt als een informele vorm, maar anders dan hun heeft het niet het stigma van ‘fout’. (Het heeft, zou je kunnen zeggen, mogelijk ook het voordeel dat het als enkelvoudige vorm kan worden gebruikt én als zodanig geldt als ‘genderneutraal’.)