Wè neukt dè! De Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten (DSDD)

oma & opa Fitters [foto Roland de Bonth]

Door Roland de Bonth

Mijn oma is in 1900 geboren in het Noord-Brabantse Haarsteeg en heeft een groot deel van haar leven in het nabijgelegen Nieuwkuijk gewoond. Ze is 32 jaar geleden overleden, maar ik kan me nog goed herinneren dat zij af en toe “wè neukt dè!” zei (wat neukt dat, ‘wat doet dat er toe’). Oma lachte er altijd wat ondeugend bij, want ze had heus wel door dat het werkwoord neuken in het gewone Nederlands een heel andere betekenis had.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt neuken in deze betekenis wel – met een citaat van de literator Lodewijk van Deyssel (“Dat neukt niet”) – maar het voegt eraan toe dat het een ruwe term is die in Noord-Nederland niet gewoon is. Dat neuken in de zin ‘hinderen, er iets toe doen’ daarentegen in het Brabantse dialect van mijn oma een doodnormale betekenis was, kunnen we sinds kort zeer eenvoudig nagaan. 

DSDD

Op 30 september 2020 werd in Gent namelijk tijdens de middag Horen, zien en proeven van dialect op een kleine maar feestelijke bijeenkomst de website dsdd.ivdnt.org ten doop gehouden. De afkorting DSDD staat voor Database of the Southern Dutch Dialects, in het Nederlands Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten. Het is een project van de Universiteit Gent in samenwerking met het Instituut voor de Nederlandse Taal, waarbij drie grote dialectwoordenboeken zijn samengevoegd: het Woordenboek van de Brabantse Dialecten (WBD; Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), het Woordenboek van de Limburgse Dialecten (WLD; Nederlands en Belgisch Limburg) en het Woordenboek van Vlaamse dialecten (WVD; Frans-, West-, Oost- en Zeeuws-Vlaanderen).  

De drie genoemde woordenboeken zijn thematisch geordend. Daarbij zijn de woorden ondergebracht in drie delen: I. Landbouwwoordenschat, II. Vaktaalwoordenschat en III. Algemene Woordenschat. Binnen elk van die drie delen verschijnen afleveringen die aan een bepaald thema zijn gewijd, zoals ‘Het rund’ (binnen deel I), ‘De Molenaar’ (binnen deel II) of ‘Flora’ (binnen deel III). 

Zoeken naar Dialectwoorden voor… 

De openingspagina van de DSDD-applicatie nodigt uit om direct een woord in te tikken: linksboven op de pagina prijkt een gele loep met de mededeling “Ik zoek…”. Daarbij zijn er twee mogelijkheden: je kunt zoeken naar Dialectwoorden voor… óf naar Betekenissen van…. Als je de eerste optie kiest, zoek je in de database naar dialectwoorden voor wat een Concept wordt genoemd. Het concept hond bijvoorbeeld resulteert in 37 dialectwoorden, waaronder duuk, gotenzeiker en kèter. Al deze dialectwoorden hebben dus als een soort overkoepelende betekenis ‘hond’. 

Bij het zoeken naar concepten moet je steeds uitgaan van het algemeen Nederlandse woord. Dat zijn de woorden waarnaar de redacteurs van de respectieve woordenboeken mondeling (in interviews) of schriftelijk (via vragenlijsten) navraag hebben gedaan bij dialectsprekers. Als ik zoek naar dialectwoorden voor het concept neuken, vang ik bot – in deze vorm is het woord kennelijk nooit voorgelegd aan de informanten. Dat is ook het geval bij het synonieme vrijen. Met de zoekterm geslachtsgemeenschap hebben heb ik meer geluk: het levert maar liefst 321 dialectwoorden op. Sommige komen slechts eenmaal voor, maar poepen en vogelenworden maar liefst 193 en 134 keer genoemd, bijna uitsluitend in België. Neuken komt met 99 treffers op de derde plaats. 

In het resultatenoverzicht krijg je niet alleen informatie over de dialectwoorden voor een bepaald concept maar ook over het aantal malen dat een woord voorkomt en over de plaatsen waar dat woord is opgetekend. Met de knop Toon op kaart krijg je een overzichtelijke visuele weergave.

Overigens is neuken voor het concept ‘geslachtsgemeenschap hebben’ niet opgetekend als dialectwoord voor Haarsteeg of Nieuwkuijk, de plaatsen waar mijn oma heeft gewoond. Wel vond ik door te filteren op de Plaats Nieuwkuijk daarvoor een kunstje maken

Zoeken naar Betekenissen van …

Zoals gezegd is het ook mogelijk de betekenis op te zoeken van een bepaald dialectwoord. Daarbij is het belangrijk om te weten dat de dialectwoorden in de database zijn vernederlandst, ze zijn aangepast aan de Nederlandse spellingregels. De dialectuitspraak wordt dus niet weergegeven in de spelling. Dit vergt enig nadenkwerk van de gebruiker. Deze moet zich bijvoorbeeld realiseren dat de sk aan het begin van een dialectvorm in de standaardtaal met sch wordt geschreven en dat de oa-klank uit het dialect in de standaardtaal een lange a wordt. De vorm skoaverdienn is bijvoorbeeld vernederlandst tot schaverdijnen. Als je met dergelijke verschillen tussen dialect en standaardtaal rekening houdt, vind je eerder het gewenste woord. Bij het invoeren van een zoekterm krijg je trouwens op basis van een ingetikte letter een lijst met tien suggesties. Ook dat helpt bij het vinden van de juiste zoekterm. 

Levert een zoekopdracht een grote hoeveelheid treffers op, dan kun je filters inzetten: je kunt kiezen in welk woordenboek (WVD, WBD of WLD) je wilt zoeken, voor welk gebied de zoekopdracht geldt (plaats, provincie, land) en op welk thema de zoekterm betrekking heeft (ambachten, beweging en gezondheid, eten en drinken, feest en vermaak, kleding, enzovoorts).

Zo komen we erachter dat neuken een dialectwoord is dat voor 19 concepten gebruikt wordt, zoals aarzelen, bedriegen, geslachtsgemeenschap hebben, gooien, maar ook voor mijn oma’s het kan me niet schelen. Op de onderstaande kaart zijn alle concepten weergegeven:

Door in de balk links van de kaart op het oogje naast Overige concepten te drukken, selecteer je eenvoudig alleen de voorkomens van neuken met het concept ‘het kan mij niet schelen’ uitgekozen. 

Lees Help!

Zeker op het gebied van kaarten bevat DSDD tal van interessante mogelijkheden. Je kunt woordkaarten maken, betekeniskaarten maken, kaarten bewerken en kaarten printen. De twee kaarten in deze bijdrage zijn met behulp van de DSDD gemaakt. Hoe dat precies in zijn werk gaat, wordt helder uitgelegd in een aantal korte instructievideo’s. Deze video’s zijn te vinden onder de knop Help. 

Om de rijkdom aan gegevens van deze database ten volle te benutten, wil ik elke gebruiker op het hart drukken deze helppagina – al is het maar scannend – te lezen. Laat je vooral niet afschrikken door de lastig ogende paragraaf over reguliere expressies. Ben je eenmaal vertrouwd met deze commando’s, dan gaat er een wereld aan zoekmogelijkheden voor je open. (Op Neerlandistiek heb ik eerder al eens geschreven over reguliere expressies.) Ook de Antwoorden op veelgestelde vragen (FAQ) zijn zeer behulpzaam voor beginnende gebruikers.

In de klas

Aan de DSDD kan iedereen met belangstelling voor dialecten zijn hart ophalen, zoals onderzoekers, studenten en dialectsprekers. En docenten uit het voortgezet/secundair onderwijs kunnen deze website inzetten als les- en bronnenmateriaal. De gebruiksvriendelijke website biedt interessante mogelijkheden voor lessen en (profiel)werkstukken over dialecten.  

Een mooie suggestie wordt al gegeven bij de antwoorden op veelgestelde vragen. Je kunt leerlingen een dialectwoordenboekje laten schrijven voor hun eigen streek. (Er wordt verwezen naar twee handleidingen die bij het samenstellen van een dialectwoordenboek behulpzaam kunnen zijn.) Uiteraard is dit een project waar leerlingen weken mee bezig zijn. 

Datzelfde geldt voor de opdracht om in de gebieden die DSDD nog niet bestrijkt, na te gaan welke woorden in het plaatselijke dialect gebruikt worden om concepten te benoemen die bevraagd zijn door de redacteuren van de DSDD. Hoe noemen dialectsprekers in Groningen een lieveheersbeestje en hoe heet een bakkerij – geen bakkerswinkel – in de kop van Noord-Holland? 

Als je minder tijd tot je beschikking hebt, zou je leerlingen een songtekst van een in het dialect zingende groep of zanger kunnen laten hertalen, bijvoorbeeld van de Vlaamse band Het Zesde Metaal, van de Limburgse groep Rowwen Hèzze of de Brabantse zanger Wannes Van de Velde. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Hertaal een Nederlandstalig lied naar het dialect van een bepaalde stad, streek of provincie. 

Om teleurstellingen en frustratie tijdens het vertalen te voorkomen moet je leerlingen wel vertellen dat de klemtoon van de DSDD ligt op de traditionele leefwereld van de eerste helft van de twintigste eeuw. Dus IPone en twitter ontbreken. Ook is het goed om te vermelden dat de meeste woorden in de database zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden zijn. Ontbrekende informatie – zo meldt DSDD zelf – kan aangevuld worden met gegevens op ewnd.ivdnt.org (elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten) en op www.woordenbank.be

Ook voor korte quizjes ter afsluiting van een les kun je de DSDD prima gebruiken. Het intikken van een paar slim gekozen dialectwoorden of concepten in Kahoot!, Mentimeter of Socrative is een kleine moeite en zorgt ervoor dat er binnen de lessen Nederlands ook op een speelse manier aandacht wordt geschonken aan andere varianten van het Nederlands dan de standaardtalige variant. Ik vind dat om met Gulpenaren te spreken van apprentie.