Van je buren moet je het hebben

door Ton van der Wouden

Wij taalliefhebbers leven in gelukkige tijden. De jury voor de Taalboekenprijs 2020 kon dit jaar kiezen uit maar liefst zes inzendingen van hoge kwaliteit. Daar was echter geen enkel boek bij van een Belgisch auteur. Gelukkig wordt dat dubbel en dwars goedgemaakt met Buurtaal van de Vlaamse taalkundige Miet Ooms. Dit is mijns inziens het beste boek over de complexe taalsituatie in Nederland en België dat er is. Volgens de ondertitel is het ‘een praktische gids voor het Nederlands in België en Nederland’, en dat is het zeker. Het behandelt heel wat (zoals Vlamingen zouden schrijven) verschillen op het gebied van uitspraak, grammatica en woordenschat, en is daar vaak heel genuanceerd over, met inachtneming van belangrijke dimensies als cultuur, stijl, doel en doelgroep. Maar het is nog veel meer dan dat. Het is óók een heel prettig geschreven boek waaruit je als taalliefhebber veel kunt leren over de geschiedenis van het Nederlands en de verschillende varianten die daarover bestaan, over visies op taal-‘verandering’, -‘verloedering’ en –‘verval’ (het is maar hoe je het framen wil(t)), en over taalpolitiek.

Het boek bestaat uit een voorwoord (‘waarom dit boek’), een inleiding waarin aandacht besteed wordt aan ‘Het ontstaan van de standaardtaal in Nederland en Nederlandstalig België’, ‘Cultuurverschillen’, ‘Taalvariëteiten in België’, ‘Taalvariëteiten in Nederland’, ‘De variatie in de standaardtaal onderzoeken’. ‘Terminologie’ en ‘Is het “Belg”, “België”, “Belgisch” of “Vlaming” “Vlaanderen” en “Vlaams”?’, en systematische hoofdstukken over ‘Uitspraak’, ‘Woorden, idioom, uitdrukkingen’, ‘Woordvorming’, ‘Lidwoorden, voorzetsels, bijwoorden, voegwoorden’, ‘Voornaamwoorden’, ‘Werkwoorden’ en ‘Woordvolgorde’ (met allemaal leuke kaartjes die, hoe modern!, voorzien zijn van een QR-code die de lezer naar een internetversie brengt). Hoofdstuk 9 is een ‘Praktische gids: wat doe je voor welk doelpubliek’ en hoofdstuk 10 gaat over ‘Variatie in de praktijk’. Dan volgen nog een dankwoord, een lijst van illustraties en een literatuuropgave, alsmede een register van alle behandelde woorden en uitdrukkingen.

Volgens de ondertitel richt dit boek zich op mensen die ‘een praktische gids voor het Nederlands in België en Nederland’ zoeken. Ik denk dat dat primair taalprofessionals (tekstschrijvers, redacteurs, vertalers enzovoorts) zullen zijn die werkzaam zijn in België of in elk geval voor de Belgische markt. Die taalprofessionals zijn het in elk geval die direct worden aangesproken in de praktische hoofdstukken 9 (wat doe je met welk taalprobleem voor welk publiek) en 10 (‘’Variatie in de praktijk’, met als deelhoofdstukken ‘verschillende beroepen, verschillende handelswijzen’, ‘fictie en non-fictie’ (specifiek gericht op de Belgische vertaler), ‘vertalen voor de Europese Commissie’ en  ‘copywriting en marketing’). Ik kan me voorstellen dat een aantal van de problemen minder leeft/leven bij hun Nederlandse collega’s, niet alleen omdat bijvoorbeeld bij literaire vertalingen de noordelijke norm geldt (al is het maar om economische redenen), maar ook omdat de taalsituatie in Nederland nu eenmaal fundamenteel anders is dan in België, waar het Frans heel lang dominant was, de positie van de dialecten veel sterker is, en de talige norm heel lang in het noorden gezocht werd (zie hoofdstuk 1). Maar dat betekent niet, dat die Nederlandse taalprofessionals níet hun voordeel zouden kunnen doen met (delen van) dit boek. En voor andere taalliefhebbers is het ook een leuk boek.

Via het register komen we er snel achter dat niet alle taalverschillen binnen het taalgebied aan de orde komen – natuurlijk niet. Eén voorbeeldje: op 12 oktober 2020 las ik in kwaliteitskrant De Standaard (waarvan we mogen aannemen dat ze/hij ‘Belgische standaardtaal’ gebruikt): Captatieverbod in deel van West-Vlaanderen na bedrijfsbrand. Screenshot:

Ik wist niet wat een captatieverbod is, en ook de grote Van Dale (online) bespreekt het niet. Het woordenboek kent captatie wel, maar de definities die gegeven worden (1. ‘lis­ti­ge wij­ze om iem. een tes­ta­ment te la­ten ma­ken waar­door je zelf be­voor­deeld wordt, ten na­de­le van an­de­ren’; 2. BE; ra­dio en tv op cap­ta­tie gaan ‘bui­ten­op­na­mes ma­ken met de re­por­ta­ge­wa­gen’) passen niet in de context van het bericht, dat over watervervuiling gaat. Talen veranderen iedere dag, en woordenboeken en taalgidsen zijn verouderd op het moment dat ze naar de drukker gaan.

Wat ik een ernstiger lacune vind, is dat er niet systematisch aandacht besteed wordt aan de partikels. Toegegeven, in een subhoofdstukje over tussenwerpsels worden typisch Vlaamse vormen als allez en awel en wel (aan het begin van de zin) genoemd, tegenover typisch Nederlandse vormen als hèhè, jeminee en nou. En in een ander kort subhoofdstukje, over bijwoorden, zijn interessante en juiste dingen te lezen over om ter verst versus om het verst (in de inhoudsopgave is de laatste t weggevallen), beter als in de moderne constructie beter is er licht, en best versus het best (best in Trump kan best worden herkozen wordt in Vlaanderen gemakkelijk geïnterpreteerd als ‘bij voorkeur’, terwijl het in Nederland dichter bij ‘mogelijk’ zit). Ook terug in de zin van ‘weer’ (liever dan ’opnieuw’) wordt daar genoemd, en weeral naast alweer. Maar nergens is te vinden dat, bijvoorbeeld, Vlamingen immers anders gebruiken dan Nederlanders. Neem nou de volgende (ingekorte) passage uit Buurtaal (p. 241) waarin immers in de noordelijke variant van het Nederlands niet kan: Het Vlaamse bedrijf heeft voor nieuwe klanten een uitgebreide white paper ontwikkeld met richtlijnen voor het vervlaamsen of verhollandsen van teksten. Het bedrijf werkt immers met verschillende niveaus van registers. In het noorden kan immers alleen gebruikt worden bij bekende kennis (zie de dikke Van Dale): als het aangevoerde argument nieuwe informatie bevat, moet namelijk gebruikt worden. Over dit subtiele verschil is mij geen literatuur bekend. Er is wel (iets) geschreven over het feit dat Vlamingen veel vaker toch in een aanhangsel gebruiken dan Nederlanders (bijvoorbeeld de ziel van de Duitser raakt uh bij ons ligt daar niemand wakker van hè. denk ik toch (CGN)). En net als toch worden net, juist en precies zowel in Nederland als in België gebruikt, maar ook hier soms nét een beetje anders: in plaats van net zou ik als Hollander juist gebruiken in Maskers op, of net af? De beste boeken van de week (De Standaard 18 januari 2020), net in plaats van juist in De zwarte vlaggen zijn nog maar juist verdwenen (De Standaard 27 september 2007), en juist in plaats van precies in Waarom Open VLD precies nu een nieuw ethisch front opent(De Standaard 21 november 2019). Ik kan het verschillende gebruik ook niet precies uitleggen, maar een waarschuwing dat het gebruik van die partikels, de ‘smeermiddelen van onze taal’, binnen het taalgebied verschilt, zou geen kwaad kunnen. Een gewaarschuwde taalprofessional telt voor twee.

Jammer is ook dat het mooie boek hier en daar ontsierd wordt door foutjes, waarbij ik zwijg over weggevallen leestekens en haakjes. Ik noem er hier een paar. De auteurs van het Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal waar J.H. van Dale zijn woordenboek (dat inmiddels is uitgegroeid tot een driedelig taalmonument) op baseerde, heetten Calisch en niet Carlish (p. 21). De eerste aflevering van het Woordenboek der Nederlandsche Taal verscheen al in 1864 en niet pas in 1898 (ibidem). En de eerste druk van het ‘moderne’ groene boekje (Woordenlijst der Nederlandse Taal) verscheen inderdaad in 1955 (23), maar het is een regelrechte opvolger, ook in naam, van de Woordenlijst voor de Spelling der Nederlandsche Taal van De Vries en Te Winkel, waarvan de eerste druk verscheen in 1866.

En waarom staat de Algemene Nederlandse Spraakkunst (eerste druk 1984, tweede zeer uitgebreide druk 1997) niet bij de mijlpalen (pagina 17-27)? En waar is de Schrijfwijzer van Renkema, ‘Al sinds 1979 […] het kompas bij uitstek voor schrijvend Nederland en Vlaanderen’ (aldus de website)? Het zijn details: die foutjes kunnen verbeterd worden in een volgende druk – dat verdient dit prachtboek.

Buurtaal. Een praktische gids voor het Nederlands in België en Nederland | Miet Ooms | ISBN 978 90 5615 651 0 | ca 192 pagina’s | Paperback | € 22,50 | Uitgeverij Sterck & de Vreese (bestellink)