Geen kus

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Gisterenavond tijdens het eten was mijn rol in Nene’s taalontwikkeling voltooid. Ik zei peinzend “dus”, en zij riep snel “Een klap is geen kus”.

De belangrijkste zin uit de Nederlandse taal! Ik leerde hem ooit van iemand die hem zelf weer geleerd had van iemand waardoor ik zeker weet dat deze observatie over geweld en liefde al minstens tachtig jaar oud is (het is ook de titel is van een kinderboek van Bart Moeyaert, wat me een aanwijzing lijkt dat het in het hele taalgebied bekend is).

Ik heb hem er, toegegeven, het afgelopen jaar vaak voor moeten herhalen (iedere keer als iemand dus zei en dat liet hangen), maar dit was voor het eerst dat ik Nene spontaan in de conversatie een zinnetje hoorde citeren. Ontroering over zulke stapjes in het leven is geloof ik een kenmerkend onderdeel van het vaderschap. Het is een genoegen om vader te zijn.

Ondertussen gebeurt er nu de scholen open blijven – tijdens de intelligente lockdown had ik alles nog in de hand – inmiddels veel meer met haar taal dat volkomen buiten mijn zicht is. Alleen de resultaten zijn zichtbaar, plotseling blijkt ze heel ingewikkelde dingen te kunnen. De hele zomer heb ik vruchteloos geprobeerd haar, als voorbereiding op groep 3, te leren hoe je een woord in klinkers en medeklinkers verdeelt.

Ik kwam erachter dat ik – fonoloog! – niet eens weet hoe je dat eigenlijk moet uitleggen. Maan is m-aa-n, maar hoe vertel je dat aan iemand die het niet al weet?

Ook de eerste weken na de zomervakantie ging het moeizaam. Maar ze zit nog maar een paar weken op school en ze heeft het trucje door. Het moet haar door iemand zijn duidelijk gemaakt, maar door wie en op welke manier?