Gedicht: Roemer Visscher • Grafschrift

Grafschrift

Hier onder leyt,
Een jonghe Meyt,
Die plach te zijn,
Vrolijck van praet,
Eerlijck van daet,
Schoon van aenschijn.

Met hare vreucht,
heeft sy verheucht,
Groot ende cleyn:
Maer haer verdriet,
Claechde sy niet,
Dan God alleyn.

De wech ter doot,
Deur lyden groot,
Is sy ghetreden:
Met Lazaro bloot,
In Abrahams schoot,
Rust sy in vreden.
Amen.

Roemer Visscher (1547-1620)
uit: Brabbeling (1614)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.