Gedicht: Leo Vroman • De regen en de regen

De regen en de regen

Op een huisje in Nederland
regende het haast constant.

Ook op zijn beide populieren.
Die wuifden daar dan in als wieren.

Op zondag, twintig over negen,
viel er een regen op de regen,

en de twee regens weefden daar
griezelig van in elkaar.

Zo werd de hele grijze bui
een weke, dichtgebreide trui,

die neerzeeg in vermoeide vouwen.
De bomen staken uit de mouwen.

Een gebreide watersprei
vlijde zich welvend op de wei.

Als zachte, vriendelijke builen
liep daaronder het vee te druilen.

De zon werd er een kluwen van.
En al die grauwe mensen dan?

Rompen en hoofden raakten vol
heerlijk weke waterwol.

Moraal

Er komt geen water uit de kraan
zo lief als waar wij uit bestaan.

Leo Vroman (1915-2014)
uit: Huis en tuin. Fabels en strips (1979)

Foto: Raymond


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.