If it ain’t Dutch, it ain’t much

Door Marc van Oostendorp

Dutchman Machende is, weet ik sinds vanochtend, een plaats in het district Serenje, Zambia. “Wat voor plaats is niet duidelijk”, schrijft Gaston Dorren in zijn nieuwe boek Dutchionary. Woordenboek van al wat Dutch is, “waarom hij zo heet al helemaal niet, maar zoveel is zeker: hij bestaat.”

Het citaat is typisch én atypisch voor het boek. Typisch voor de toon die Dorren in al zijn werk weet aan te slaan: neutraal en toch persoonlijk, grappig en toch zakelijk. Atypisch omdat je bij Dorren gewend bent dat hij alles altijd tot op de bodem uitzoekt. Ik weet dan ook zeker dat aan die laconieke mededeling over Dutchman Machende minstens een uur intensief zoeken is voorafgegaan.

Deviant seksueel gedrag

Het Dutchionary is een woordenboek waarin Dorren de talloze Engelse uitdrukkingen op een rijtje zette waarin het woord Dutch figureert. Daarvan blijken er vele honderden meer te zijn dan Dutch treat en Dutch courage en ze blijken zelden positief: op de pagina van Dutchman Machende vinden we to make a Dutchman (seks met de schoenen aan in Engeland, verkeerd oversteken in Amerika) en as Dutch as a masstiff (‘iemand die iets op zijn geweten heeft, maar daar een overtuigend onschuldig gezicht bij trekt’).

Dorren legt op een aanstekelijke manier de geschiedenis van het Engelse woord Dutch uit, dat heel lang geleden ook door Engelsen voor zichzelf werd gebruikt, daarna voor de Germanen van overzee, inclusief de Duitstaligen, en tot slot exclusief voor de Nederlanders, hoewel het in Amerika nog lange tijd ook voor Duitsers en Scandinaviërs gebruikt kon worden. De negatieve connotaties van de term komen vooral voort uit het feit dat de Dutchmen altijd ‘anderen’ waren; veel van de karakteristieken die aan Dutchmen worden toegeschreven worden in veel culturen met ‘anderen’ geassocieerd, zoals deviant seksueel gedrag.

Onbehouwen buitenstaander

De Dutchionary is een woordenboek om te lezen. Dorren streeft geen volledigheid na (die plaats in Zambia is echt een van de weinige zaken waarover hij weinig te melden heeft), maar gaat zich daarentegen in sommige lemma’s te buiten aan allerlei sappige details. Zo vertelt hij in het lemma over Dutch kiss (‘seksuele intimiteiten met de kleren aan’) uitgebreid over een ‘schuimbekkend’ artikel uit 1997 in het keurige wetenschappelijke tijdschrift van de Dictionary Society of North America waarin kennelijk een lange tirade staat over het ‘systematic racism in dictionaries: the case of the Dutch’, waarbij zelfs het woord etnocide valt.

Dorren heeft vervolgens uitgezocht hoe het kon dat zo’n wetenschappelijk tijdschrift zo’n hysterisch artikel plaatste, en ontdekte dat het waarschijnlijk een parodie was op de political correctness avant la lettre: de veronderstelde auteur bleek niet na te speuren. Wie er precies achter de grap zat, is nog steeds onduidelijk. (Hopelijk meldt de auteur zich naar aanleiding van Dorrens boek.)

Tegelijkertijd had die parodist misschien meer gelijk dan hij zelf vond. Ook Dorren geeft een paar keer toe dat hem gaandeweg tijdens het werk wel af en toe de nekharen overeind gingen staan bij alle negativiteit die over de Dutch: zo naar zijn wij nu toch ook weer niet. Een goed lesje voor de witte man van middelbare leeftijd, geeft hij zelf toe, om in lichte vorm eens te voelen wat anderen dagelijks op een ernstiger manier overkomt, om altijd maar om de losbollige, onbehouwen buitenstaander te worden neergezet.