Gedichten lezen met alles wat je in en aan je hebt

Door Marc van Oostendorp

Een probleem met veel lesboeken over poëzie is dat er net in wordt gedaan alsof gedichten eigenlijk iets gewoons zijn: taal, maar dan wat ingewikkelder, zowel qua vorm en inhoud. Je moet er even doorheen prikken, maar dan heb je ook iets waardevols. Het gevolg daarvan is dat je gedichten moet analyseren. Hoeveel er ook gebeurd is in het poëzie-onderwijs, het indringend lezen is nooit ver weg.

Het probleem daarmee is dat die opvatting niet klopt. Er is natuurlijk niets tegen close reading, maar dan toch vooral voor gevorderden – een techniek om te begrijpen waarom iets mooi is en niet een sleutel om het mooi te vinden. Geen lezer is ooit voor de poëzie gevallen vanwege het cryptogram: het was die ene regel die je op onverklaarbare wijze raakte, de stem die vanaf een bladzijde tot je sprak, de beelden die je nooit zo kan zien als voor je geestesoog.

Daarom is het goed dat de door de Utrechtse neerlandica Kila van der Starre serie ‘doeboeken’ Woorden temmen er is, waarin jonge letterkundigen en dichters samen laten zien hoe veelzijdig de poëzie is, dat het niet alleen maar een intellectuele puzzel is, maar iets dat je hele wezen raakt: hart en ziel, lichaam en geest. Onlangs verscheen het tweede deel, Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.

Inzichtelijke antwoorden

Poëzie is losgekoppelde taal. Er is iemand aan het woord die niet samenvalt met de dichter, en die voert het woord tegen iets of iemand die niet samenvalt met lezer of luisteraar (‘gij oude eik’), maar dit alles zonder dat er een toneelstukje wordt opgevoerd. De mededelingen zijn alleen daardoor ook niet waar of onwaar – een gedicht kan niet liegen, al kan het wel onwaarheden verkondigen. Daarbij worden woorden naast elkaar gezet die normaliter niet naast elkaar staan, in een verband dat niet alleen maar gehoorzaamt aan de wetten van de syntaxis.

Tegelijkertijd kan geen taal zo diep je lichaam binnendringen als poëzie. Juist doordat het losgekoppelde taal is, komt het onverdund binnen – niet vervuild door allerlei associaties met wie dat ook weer zei en tegen wie en waarom.

Ja, dat is allemaal makkelijk praten, hoor ik jullie brommen. maar wat moet een mens daarmee? Wat doen we bijvoorbeeld met zulke inzichten in de klas? Precies daarop geeft het nieuwe deeltje Woorden temmen een aantal inzichtelijke antwoorden.

Verbeeldingskracht

Van kop tot teen is precies de juiste titel voor een boekje over dit onderwerp. Aan de hand van dertig vooral 21e-eeuwse gedichten – lievelingsgedichten van de samenstellers Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera – leert de lezer dat je op allerlei manieren naar gedichten kunt kijken: met je kop of tot in je tenen.

Naar aanleiding van een gedicht van Peter Verhelst schrijft Van den Broeck bijvoorbeeld:

Als ik dit gedicht van Peter Verhelst lees, lijkt de lucht iets dunner te worden. Ik kan het niet anders omschrijven, er ontstaat een spanning, een trilling in en rond me. Het is een fysieke sensatie, een voelbare beleving van taal.

Vervolgens krijgt de lezer in kleine blokjes aanwijzingen over hoe je het gedicht kunt lezen (‘Kun je het idee dat je dit gedicht moet begrijpen achterwege laten en het gedicht lezen als een verzameling van verschillende indrukken?’), erover na te denken (‘Verhelst laat verschillende tijdvakken naast elkaar bestaan en door elkaar lopen. Slaagt hij erin om het verleden voelbaar te maken?’), er zelf iets mee te doen (‘Wat is het eerste dat je je kunt herinneren? Waar ben je?’), er zelf over te schrijven (‘Neem een blad papier en schrijf gedurende vijf minuten alles op dat in je opkomt’), en er meer over te weten te komen (‘In 1957 schreef de Franse filosoof en schrijver Gaston Bachelard (1884-1962) zijn meesterlijke studie over (poëtische) verbeeldingskracht La poétique de l’espace).”

Fris

Je wordt zo als lezer van Woorden temmen ertoe aangespoord om zo’n gedicht niet alleen te lezen met de paniek van de wedstrijdsudokuspeler, maar met alles wat je in je hebt.

Ik heb het idee dat Van kop tot teen iets meer voor gevorderden is dan het eerste deeltje van de reeks, 24 uur in het licht van Kila&Babsie, dat Kila van der Starre samen maakte met Babette Zijlstra De gedichten zijn net iets lastiger, de opdrachten voor de lezer net wat uitdagender. Wie allebei de boekjes wil gebruiken kan ze dus vermoedelijk het beste in de volgorde van verschijning voorleggen.

Het is heel goed dat de keuze vooral gevallen is op recente gedichten – Verhelst is nog een van de oudste; er staat menig gedicht in deze bundel dat ik nog nooit had gezien, en dat laat onder andere voelen hoe fris de dichtkunst nog is, hoe je er ook als jongere zelf altijd aan kunt bijdragen.

Zoals het ook een heel goed idee was dat beide samenstellers ook zelf een gedicht aan het boek schreven dat zonder commentaar staat afgedrukt op een boekenlegger – niet alleen de bekende dichteres Van den Broeck, maar ook Dera, die toch vooral als academicus en recensent bekend staat. Dat hadden we Blok en Steenbeek niet zien doen.

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera. Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera. Grange Lafontaine, 2020. Meer informatie bij de uitgever
Mijn bespreking van 24 uur met Kila&Babsie.