Gedicht: Patrick Conrad • De traagheid waarin ik verblijf

Vandaag het laatste gedicht uit de cyclus ‘De traagheid waarin ik verblijf’, tevens het laatste gedicht uit En de bomen, de nieuwe bundel van Patrick Conrad.

De traagheid waarin ik verblijf (10)

Al werd ik vaak gestenigd, met stenen heb ik nooit gegooid
en minder nog heb ik beelden verwoest of steden vernield.
Mijn wapens waren mijn woorden die ik voor waarheid hield
en aan vrienden en vijanden heb vergooid.

Ik weet nog dat wij dronken en dansten tot we vielen
en zowel binnen sliepen als buiten in het gras.
De tijden waren bewogen en onze liefdes breekbaar als glas.
Ik doolde door de leegte, op zoek naar de vrouw voor wie ik zou knielen.

Zij die blijven zullen verder leven in mijn dromen
waarin ook zij tijdens eindeloze dagen zullen verdwalen.
Een feest zag ze komen, geen feest zag ze gaan.

Wat mij overblijft is de broze waan
dat iets van wat was zal voortbestaan in mijn verhalen:
een goede hand, wat verzinsels, een verscheurd land … en de bomen.

Patrick Conrad (1945)
uit: En de bomen (2010)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.