Boekie over boekies

Door Marc van Oostendorp

Stel dat je jongeren meer boeken wil laten lezen, wat doe je dan? Verplichten, zeggen sommigen. De Max Havelaar uit hun buurt houden en alles zo lollig mogelijk maken, zeggen anderen. Ik geloof dat Bas Steman de enige echte manier heeft gevonden: jongeren laten zien dat lezen een verrijking van het leven is.

Want dat lijkt me het enige echte argument voor leesbevordering. Niet dat je woordenschat of je concentratie of je empathie er door verbeteren, maar dat je met lezen een wereld betreedt die je op geen enkele andere manier kan betreden: die van andermans hoofd. Een wereld waar je bovendien in ieder geval in theorie zelf ook toegang toe hebt – want anders dan een film schieten of een game ontwerpen kan iedereen een boek schrijven. (Els Stronks noemde dat onlangs: leeskracht.)

Wat deed Steman, zelf neerlandicus én romanschrijver? Hij nodigde een aantal jaar geleden een paar maten van zijn zoon in 4vwo uit om samen een leesclub te beginnen. Het excuus was dat ze zo te zijner tijd beter voorbereid zouden zijn voor het eindexamen; de geheime agenda was om lezers van ze te maken.

In zijn vorige week verschenen Lekker boekie! beschrijft hij de bijeenkomsten van de club – hoe de jongens in het begin sceptisch waren, maar al door het eerste boek, Wij van Elvis Peeters, overtuigd raken. En hoe Sleman ze ondertussen de kneepjes van het close readen bijbrengt – onder het mom van het zoeken van paaseitjes.

Het is geen kinderachtige leeslijst die de jongens doorwerken: ook het gesmade Max Havelaar staat erop, net als De avonden, Lucifer en Karel ende Elegast. De jongens blijken elkaar ervan te kunnen overtuigen dat er zelfs aan een op het eerste gezicht ‘saai’ boek als De avonden heel wat te genieten valt.

Het is een aanstekelijk verhaal, al merkt Alex Boogers terecht op dat de jongens van deze leesclub Nescio wel allemaal wit zijn en een gegoede achtergrond hebben. Bovendien weet Sleman zijn contacten in het literaire circuit aan te spreken waardoor de club niet alleen met Boogers in contact komt maar zelfs Adriaan van Dis op bezoek krijgt. Aan de andere kant: je kunt wel meteen willen dat je ook een groepje jongens uit de Schilderswijk die nog nooit een schrijver hebben gezien aan Vondel krijgt, maar misschien is het goed om het op deze manier te proberen.

Hoe mooi en aanstekelijk het verhaal ook is, de vorm waarin Steman het gegoten heeft is wat wonderlijk. Het boek heeft de vorm van een verhaal met veel dialogen tussen de jongens, en uitgebreide beschrijvingen. De vraag daarbij is wie dan de doelgroep is. Volgens de flaptekst zijn dat in de eerste plaats ‘middelbare scholieren die de leeslijst zien als zinloos oponthoud’, maar waarom zouden zij dan wél ineens een boek lezen over de leeslijst?

Meer kans is er misschien bij ‘alle ouders met schoolgaande kinderen’ en ‘docenten die tegen dovemansoren over boeken spreken’, de andere twee groepen die de flaptekst noemt. Die volwassenen geeft Steman nuttige tips, al weet ik niet zeker of dat in de vorm van een verhaal had gemoeten, vooral omdat dit verhaal eigenlijk zelf vooral voor jongeren bedoeld lijkt. Daarbij komen de jongens van de leesclub niet echt uit de verf als personages.

Maar het is natuurlijk tegelijkertijd een beetje flauw om over zoiets te klagen. Je kunt alleen maar hopen dat meer vaders een groep jongens en/of meisjes om zich heen verzamelen om met hen boeken te lezen – en zo samen te ontdekken dat wie leest het leven rijker leeft, al is het maar vanwege de paaseitjes.

Bas Steman. Lekker boekie! Zo wordt lezen (weer) leuk. Nieuw Amsterdam, 2020. Bestellen bij boekwinkel Frits Hardeman