Aanstekelijk verzinplezier

Door Marc van Oostendorp

Ik weet niet of er iets is wat Mike Kestemont niet kan: hij is een Antwerpse letterkundige die enthousiast kan vertellen over middeleeuwse romans én die computers kan programmeren. En dan kan hij ook nog spannende boeken schrijven.

Terwijl hij ondertussen ook nog de aandacht trok met wetenschappelijke publicaties, publiceerde hij zijn tweede fictieboek in een jaar tijd: De witte weduwe, een wervelend boek, een misdaadroman waarin nauwelijks een misdaad wordt gepleegd, maar waarin wel van alles wordt aangeraakt in die mooie, fascinerende wereld waarin Kestemont leeft.

De witte weduwe is een ode aan de aan regels gebonden fantasie: het bedenken van ingewikkelde plotten die logisch in elkaar moeten steken en toch steeds weer verrassen. Centraal in het boek staat iemand die dat doet: we komen zijn naam niet te weten, maar hij is iemand die geïnteresseerd is in de meesterdiefstal en die daar een boek over schrijft – niet alleen over de geschiedenis van de meesterdief, te beginnen bij Elegast, maar ook over de techniek ervan.

De mooiste meesterdiefstal, zegt de geheimzinnige schrijver, is er één die van te voren in detail wordt aangekondigd, bijvoorbeeld in een boek. Zodat de politie in verwarring is over hoe lang bij de échte diefstal datzelfde scenario gevolgd zal worden. De schrijver legt dat alles uit in een boek waarin hij ook een hypothetische meesterdiefstal beschrijft. Die hij vervolgens uitvoert.

Behalve een geniale schrijver komt er ook een geniale lezer in het boek voor: Anna, die classica is en college geeft over kunstroof en die bovendien zelf spannende romans blijkt te schrijven. De geheimzinnige schrijver blijkt haar naam al in zijn boek te hebben verwerkt en haar speurzin te misbruiken – terwijl ze denkt dat ze bezig is de misdaad op te lossen, is ze eigenlijk een pion in het uitvoeren ervan.

Over boeken wordt weleens gezegd dat het ‘schrijfplezier ervan af spat’, maar bij De witte weduwe kreeg ik vooral het gevoel van aanstekelijk verzinplezier. De misdaad staat hier feitelijk op het tweede plan (het verhaal begint met een inbraak in een museum waar naast een zeer kostbare ring in een vitrine een briefje wordt achtergelaten met een geheimzinnige spreuk): hoe kun je iets bedenken dat aan zoveel mogelijk feiten vastzit en dat tegelijkertijd krankzinnig is? Dát is hetgene dat de lezer in verhoogd tempo de bladzijden te doen omslaan: niet zozeer spanning over het lot van de hoofdpersonen, maar razende nieuwsgierigheid naar hoe Mike Kestemont dit allemaal flikt.