Terug naar de grottekening

Door Marc van Oostendorp

Je mag van mij van alles en nog wat ter discussie stellen, maar niet de waarde van het lezen. Wie zegt dat ‘de jeugd nu eenmaal is opgegroeid met het internet’ en dat het dus heel begrijpelijk is dat ‘ze’ niet meer lezen, of dat ‘we er maar aan moeten wennen dat hetgeen wij als belangrijk beschouwen’ tegenwoordig ‘nu eenmaal niet meer zo belangrijk is’, of dat ‘we duizenden jaren geleden ook niet met boeken met elkaar communiceerden, maar met grottekeningen’, zo iemand drijft me tot razernij.

De barbaren!

Ik was onlangs op een Teams-bijeenkomst over de toekomst van het lezen waar sommigen onbekommerd zulke dingen beweerden. Of hardop vroegen wat nu het unique selling point was van het boek, waarom het allemaal niet ook in YouTube-filmpjes kon. Veel handleidingen konden toch ook tegenwoordig de prullenbak in omdat video’s het allemaal zo veel helderder uitlegden? Als kinderen nu niet wilden lezen waarom moesten we ze dat dan opdringen, was dat niet vreselijk elitair van ons?

Het is niet waar. Het is zo evident niet waar dat ik niet eens wist hoe te reageren.

Het probleem was, geloof ik, dat deze mensen twee soorten lezen erkenden: het lezen van technische informatie, en het lezen ‘voor de lol’. Die technische informatie kan dus misschien soms – als het eenvoudige, korte informatie is – ook op een andere manier worden overgedragen dan in geschrifte. Voor de lol hebben we tegenwoordig naast De Zauberberg ook Netflix, dat is zo ongeveer de redenering.

Maar daar zit de barbarij al in. Een boek heeft een rijkdom die je op geen enkele andere manier kunt ervaren. Het staat je toe een andere wereld, de wereld van een ander, te betreden op een manier waarop geen enkele game of tv-serie dat kan. Een non-fictieboek (iemand bestond het tijdens de bijeenkomst zelfs te opperen dat het proefschrift een achterhaalde meesterproef in de wetenschap was) kan een complexe argumentatie uiteenzetten die op geen andere manier kan worden uiteengezet, of die in ieder geval niet te bevatten is als hij op een andere manier wordt uiteengezet. Een roman kan je de diepte in trekken op een manier waarop geen film dat kan.

Dat is geen hobby, dat is een belangrijke dimensie van het menselijk bestaan die je kinderen ontzegt als ze niet goed kunnen lezen. Als dat elitair is, is het zaak dat we dat minder elitair maken.

Iets anders zeggen is alsof je zegt dat je dochter nu eenmaal liever snoep eet dan paprika, dat dit nu eenmaal een nieuwe generatie is, die is opgegroeid met snoep en niet met paprika, en dat het maar de vraag is wat nu precies het unique selling point is van goed klaargemaakt en gezond eten, en of het niet een beetje elitair is om dat gezonde eten aan iedereen te willen opdringen.

In het geval van literatuur speelt daarbij nog iets anders een rol. Want de alternatieven voor de literatuur – films, tv-series, games – zijn allemaal per definitie veel commerciëler: stuk voor stuk zaken die je niet zomaar in je eentje maakt, als individu. Stuk voor stuk vormen van fictie die bijna per definitie al te uitzonderlijke stemmen uitsluiten: wat te raar is, verkoopt niet, wat niet verkoopt kun je op die manier niet maken.

Degenen die zich erbij neerleggen dat een nieuwe generatie de wereld alleen nog kent uit dit soort commerciële producten, die lijken inderdaad vooral gemotiveerd om terug te gaan naar de grottekening.