‘Jaap, de jood, met kokernoten’ (1834)

Illustratie uit Prentjes-almanak voor kinderen van 1834.

Jeugdverhalen over joden (105)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Jaap verkoopt geen fijne waren,
Gansch geen malsch en geurig fruit
Maar als ’t puik der handelaren,
Vent hij kokernoten uit.

Deze vrucht, dit moet gij weten,
Hard als ijzer, maar toch frisch,
Dient niet om te zijn gegeten
Door dengeen, die tandloos is.

Dit kan Jaapie niet verschelen,
Als hij maar zijn noten slijt,
En hij blijft u aanbevelen:
‘Eet jelui met goed aptijt!’

Gedicht en prent zijn te vinden in de Prentjes-almanak voor kinderen van 1834, uitgegeven door Hend. M. Houtgraaf in Amsterdam. Deze almanakjes, die waren voorzien van kleine gedichten en verhaaltjes, verschenen sinds 1790, nadat het verkoopsucces van Hieronymus van Alphen duidelijk had gemaakt dat er voor kinderpoëzie een grote markt bestond. De maker van prent noch gedicht zijn bekend.

         Naast ‘Jaap, de jood, met kokernoten’ bevat dit almanakje plaatjes en gedichtjes over onder meer een verkoper van zwavelstokjes en een smokkelaarster van sterke drank. Kokernoot is een verouderd woord van kokosnoot, ontstaan onder invloed van het Engelse cokernut.

         Gedurende de negentiende eeuw heten de meeste joodse personages – als ze al een naam kregen – Levi, Lijp(ie), Nathan, Moos of Mozes. Slechts sporadisch kregen ze, zoals hier, de naam Jaap. In Noord-Holland kende men een spotliedje getiteld ‘Jaap de Jood’:

Jaap de Jood,
Brak zijn poot,
Op Zaandammer kerremis.
Toen was heele Japie dood.

De tekst die ‘Jaap, de jood, met kokernoten’ op het bordje op zijn kar heeft staan (‘Sonder aksie of refaksie’) komt uit het Bargoens en betekent: ‘zonder last of schade’. Waarschijnlijk wordt hier bedoeld: de kokosnoten zijn van goede kwaliteit; dan wel: de verkoper is niet aansprakelijk. Het is zeer de vraag of dit tekstbordje aan de jonge lezers was besteed.