Gedicht: Johan Daisne • Bedtime-boutade

Bedtime-boutade

Wanneer Professor slapen gaat rond den elven,
Is hij gewis en zeer ten rechte moe:
Den heelen dag in Plinius zitten delven,
En dan studenten – deksels – nog aan toe!

Hetzelfde geldt voor Celestijn van ’t hoekje,
Die druppeltjes verkoopen moest en dronk;
Voor doppers die rij-schoven met hun boekje,
En voor des pasters meid die ’t zilver blonk.

En verder voor de wroeters uit gewelven,
Barbieren, beelaars, clowns en Miss Turkij,
En dan ten slotte nog voor Hoogstdezelve,
Die heel den godschen dag moest koning-zijn.

Die allen gaan terecht vermoeid dus slapen,
(Toch niet zóó moe dat ’t hen niet slapen doet),
Bedanken God gelijk rechtschapen schapen,
En droomen (zoo ze droomen) droomen zoet.

Helaas – zooveel valt niet elkeen ten deele!
Er zijn er (‘manekijkers’ noemt men hen)
Waarvan de nacht niet sluit d’ontstoken scheelen,
Maar tranen afperst in een stompe pen.

Zij delven – dwazen – in hun ‘vrije’ uren
Naar een gewijd geheim dat duur zich wreekt,
Ontvangen gratis ’t oordeel van hun buren,
Terwijl hun eigen geest hun hart doorsteekt.

Geven hun geld, laten zich handicappen,
Riskeeren ’t àl, hebben bij vrouwen pech,
Geven hun haar en ziel, tellen geen klappen, –
Kortom: zijn duts èn held. En slapen slecht.

Johan Daisne (1912-1978)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.