Gedicht: Gerrit Achterberg • Atoombom

Atoombom

Vannacht was het noorden hier
en vroeg aan mij om kwartier.
Ik zei: mijn horloge is hard.
Maar neem gij een vierde part.

Het oosten kwam bij mij op
met de helft van de maan er op.
Ik keek naar de kazen om:
zij lagen nog vol en dom.

Het zuiden ook staat in huis
met zijn geboortebewijs.
De zonnewijzer belandt
niet in het derde kwadrant.

Het westen, terug van de reis,
brengt zandloper mee en zeis.
Ik hoor een schurend geluid
en buiten voortdurend gefluit.

Nu slaat de bom uit elkaar
de dingen, de dichter, de taal.
Een reflex in mijn vingers schrijft
dit af terwijl het verstijft.

Gerrit Achterberg (1905-1962)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.