Gedicht: A. Roland Holst • 3 gedichten

1
Uit welk oud vergeetboek
vlagen thans de heilswoorden
boven ons tot een vloek?
Wat woei die bladen open
opdat wij dit aanhoorden?
Bar is de nacht, en leeg
’t smal strand, waarlangs wanhopen
een holle zee raadpleegt.

4
Leeg als een voortijd rijst
de toekomst: laat gewolkte,
binnen het raam omlijst.
Vooreerst breekt er geen morgen
meer over gindsche ontvolkte
hoogvlakten aan. In kloof
nog en ravijn verborgen
verkommert oud geloof.

8
Der kimwolken bergketen
ten voet, ligt het oud rijk
ondergesneeuwd. Vergeten
raakte ’t breed wegenkruis –
Doch velen, nu de omtrek
tot witte stilte ontvolkte,
verdiepen, binnenshuis,
zich in dat randgewolkte.

A. Roland Holst (1888-1976)
uit: Een winter aan zee (1937)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.