DBNL onbereikbaar voor literaire auteurs?

Door Pol Hoste                       

De DBNL, de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, publiceert op zijn website teksten van en over het werk van literaire auteurs. Wanneer deze informatie gedeeltelijk of volledig foutief of onvolledig is kan de auteur om rechtzetting verzoeken. Aan dit verzoek kan evenwel geen gevolg worden gegeven. Dat is zeer betreurenswaardig. 

De wijze waarop de DBNL hierover met de auteur communiceert is kafkaiaans. In dit opzicht verschilt de DBNL niet van een ambtelijk apparaat uit lang vervlogen tijden. Het bevestigt zichzelf en wenst niet te worden bevraagd. 

De DBNL hoeft zich ook niet te houden aan rechtsgeldige beleidsstukken die haar werking en de te volgen procedures beregelen want die zijn er niet, aldus nog de DBNL. 

Het ligt niet in mijn bedoeling om in wat volgt m’n persoonlijke ongenoegen over de gang van zaken bij DBNL te ventileren ten nadele van enkele medewerkers, maar om het onderzoek naar een problematiek aan te kaarten waardoor op termijn zou kunnen worden bijgedragen aan de optimalisering van een waardevol werkinstrument met betrekking tot de archivering van de Nederlandse letteren. 

Het beperkte en subjectieve uitgangspunt van mijn eigen ervaring staat wellicht in een onevenredige verhouding tot de algemene relevantie die wordt betracht.  Misschien past ook de emotionele toon niet bij wat een sereen betoog had willen zijn. Aan de feiten die worden gesignaleerd verandert het weinig.  

Die zien er concreet uit als volgt.   

1. Bij iedere literaire auteur die op Wikipedia wordt vermeld verwijst DBNL naar de DBNL. Dit betekent dat de DBNL meteen ook naar zijn eigen gegevens over deze auteur verwijst. Ook wanneer ze (gedeeltelijk) foutief of onvolledig zijn.   

2. Wanneer een auteur merkt dat de DBNL (gedeeltelijk) foutieve en of onvolledige gegevens over hem op zijn website vermeldt en DBNL verzoekt om deze gegevens te corrigeren en of aan te vullen, ontvangt hij als antwoord dat de DBNL de gegevens op zijn eigen website niet kan wijzigen, corrigeren of aanvullen. Raar maar waar.  

3. Het gaat nog verder. Deze mededeling wordt pas aan de auteur gestuurd nadat hij 

(a) op een digitale kopie van het betreffende document van de DBNL-website de foutieve en of onvolledige gegevens heeft aangegeven en hij

(b) vervolgens voldaan heeft aan het verzoek van de DBNL om deze gegevens ook aan te leveren in een Word document.  

4. Wanneer de auteur maanden later toch nog eens bij de DBNL navraag doet over de foutieve en onvolledige gegevens over zijn werk die nog steeds niet blijken te zijn gecorrigeerd, wordt hem meegedeeld dat de gegevens op de website van DBNL pas worden ingevoerd nadat ze door de Werkgroep Content inhoudelijk werden goedgekeurd en vervolgens werden gedigitaliseerd. Tenzij DBNL beschikt over de gedigitaliseerde literatuur over het werk van de auteur. 

Het is geen antwoord op de vraag. Op die manier wordt de auteur erop gewezen dat hij zich beter niet zou bemoeien met de DBNL ook wanneer de DBNL zich met zijn werk bemoeit. Hij mag al tevreden zijn dat de DBNL melding maakt van zijn bestaan of toch minstens van een beperkte periode (1979 – 2006) uit zijn jarenlange activiteit (1965 – 2020 en verder) als literair auteur. 

5. In overeenstemming met wat hem door de DBNL werd meegedeeld stuurt de ontevreden auteur aan de DBNL een gedigitaliseerde versie van zijn ontbrekende werken (van 2007 tot 2020) en voegt er een aantal gedigitaliseerde artikels over deze werken aan toe via We Transfer. Hij vraagt nogmaals of het mogelijk is om de titels van deze werken op de website van DBNL minstens te vermelden. 

6. Hij ontvangt van We Transfer het bericht dat de aangeschreven bureauredacteur van het Team Dienstverlening van DBNL na meer dan een week de mail niet heeft geopend. 

Hierover om opheldering verzocht ontvangt de auteur het antwoord dat hij een verzoek kan indienen om de teksten door DBNL te laten digitaliseren. Er wordt aan toegevoegd dat men uiteraard niet weet of dit verzoek kan worden ingewilligd en zo ja wanneer. Verder is hiervoor ook een gunstig advies van de Werkgroep Content vereist.   

7. Criteria voor deze inhoudelijke beoordeling worden niet aangegeven. Het hoort overigens niet bij de huidige tijdsgeest om dat te doen. Zo maakt ‘Literatuur Vlaanderen’ bijvoorbeeld gebruik van willekeurig gekozen gemeenplaatsen en niet verifieerbare subjectieve waardeoordelen om de literatuurwetenschappelijke beoordelingscriteria van het vroegere Fonds voor de Letteren in te vullen. Meningsverschillen hierover stuiten op de onwil van een beroepscommissie die niet aarzelt om zich openlijk onbevoegd te verklaren wanneer ze om een beoordeling wordt verzocht.

8. Tot slot vraagt de auteur aan de DBNL of het mogelijk is om hem mee te delen waar hij, conform de wet op de openbaarheid van bestuur, de rechtsgeldige documenten zou kunnen vinden over de regelgeving waar de DBNL zich aan houdt. Daarop wordt hem geantwoord dat de wijze waarop de DBNL bibliografische informatie vermeldt niet is vastgelegd in beleidsstukken. 

9. Zo eindigt dit verhaal waarna de ontevreden schrijver tot slot nog een woord van troost ontvangt van een bevriend schrijver die hem meedeelt dat zijn eigen pagina bij de DBNL al helemaal een rommeltje is. 

Wat te doen?       

                                                                 ___