PISA: wat kunnen onze 15-jarigen eigenlijk niet?

Door Helge Bonset

“Bijna een kwart van onze 15-jarigen is laaggeletterd. Dat betekent dat ze niet in staat zijn een eenvoudige mededeling te begrijpen.”

Woorden van deze strekking kun je regelmatig lezen in de media, bijvoorbeeld bijna maandelijks bij Volkskrant-columniste Aleid Truijens. Als je het maar vaak genoeg leest, ga je het misschien geloven. En dat zou jammer zijn, want het is complete onzin.

Wat is er aan de hand? De leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarige leerlingen is de afgelopen 10 jaar sterk gedaald en steekt steeds minder gunstig af tegen die van leerlingen uit andere landen. Dat blijkt uit PISA 2018 (Programme for International Student Assessment), een internationaal vergelijkend onderzoek naar de prestaties van 15-jarigen bij lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Daar komt nog bij dat de leesmotivatie van de Nederlandse leerlingen intussen de laagste is van alle deelnemende landen. Al met al een ernstige situatie, zodat de Oproep tot een Leesoffensief van de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuur en inmiddels ook OCW meer dan terecht is.

Maar wat kunnen onze 15-jarigen nu eigenlijk niet, welk soort leesvaardigheid ontbreekt hun? Daarvoor is het echt nodig een blik te werpen in het PISA-rapport (Gubbels e.a., Resultaten PISA-2018 in vogelvlucht, Enschede 2019), wat columnisten in het algemeen nalaten. PISA onderscheidt voor elk van de domeinen lezen, wiskunde en natuurwetenschappen zes vaardigheidsniveaus, waarbij niveau 2 nodig is om als mondige burger te kunnen participeren in de huidige kennissamenleving. De niveaus 1 en 2 zijn voor leesvaardigheid omschreven als volgt:                                                             

  • Niveau 1: Expliciet geformuleerde informatie vinden. Hoofdgedachte of auteursintentie herkennen. Eenvoudige verbindingen leggen tussen de informatie in de tekst en alledaagse kennis.
  • Niveau 2: Eén of meer stukken informatie vinden. Hoofdgedachte in de tekst bepalen en relaties begrijpen. Betekenis geven aan een deel van de tekst door simpele conclusies te trekken. Vergelijking maken met of relaties leggen tussen de tekst en alledaagse kennis.                  

Leerlingen die onder niveau 2 presteren worden als ‘onvoldoende geletterd’ beschouwd. Daarover zegt het rapport met zoveel woorden: “Onvoldoende geletterd is overigens niet hetzelfde als laaggeletterd of analfabeet.” (p.83), waarmee de eerste bewering uit de aanhef van dit stukje is ontkracht. Op naar de tweede.                                                                   

In PISA-2018 wordt leesvaardigheid uitgesplitst in drie begripsprocessen: Informatie opzoeken, Begrijpen, en Evalueren en reflecteren.

Bij opgaven die betrekking hebben op Informatie opzoeken (25%) moeten leerlingen informatie uit een relevant deel van een tekst kunnen opzoeken en selecteren, ook informatie die in een tabel of grafiek wordt weergegeven.

Bij de opgaven voor Begrijpen (45%) moeten ze de letterlijke betekenis van een tekst kunnen herleiden, en verbanden kunnen leggen tussen zinnen en alinea’s of tussen meerdere teksten over eenzelfde onderwerp.

Bij de opgaven voor Evalueren en reflecteren (30%) moeten leerlingen in staat zijn de kwaliteit en geloofwaardigheid van een tekst te beoordelen, en te reflecteren op de inhoud en vorm van een tekst. Ook moeten ze conflicterende informatie binnen teksten en tussen teksten over eenzelfde onderwerp kunnen herkennen.

Wat blijkt nu, als we de scores op die drie begripsprocessen bekijken? Nederlandse leerlingen scoren gemiddeld hoger dan de andere onderzochte landen op Informatie opzoeken. Voor Begrijpen is er geen verschil tussen Nederland en de gemiddelden van de andere landen. Alleen voor Evalueren en reflecteren scoort Nederland onder het gemiddelde. Er is dus geen sprake van dat bijna een kwart van de 15-jarigen een eenvoudige mededeling niet zou kunnen begrijpen. Het probleem van de Nederlandse leerlingen lijkt veel meer dat ze niet goed zijn in het nadenken over wat ze lezen.

Dit sluit aan bij de probleemanalyse van de Oproep tot een Leesoffensief (2019) die erop neerkomt dat scholieren wel degelijk nog lezen, en zelfs veel, maar dan alleen ‘skimmend’: ze ‘scrollen’ door een tekst en ‘scannen’ vluchtig alinea’s om zo snel mogelijk de hoofdboodschap te destilleren. De teksten die scholieren op die manier lezen zijn overwegend korte stukken op nieuwssites, ondertitels bij dramaseries en berichten op sociale media. Waar het aan ontbreekt, is ‘diep lezen’. Dat wordt omschreven als ‘voor een langere tijd geconcentreerd lezen, waarbij de samenhang en betekenis van een tekst worden ervaren’ en ‘een vaardigheid die nodig is voor het consumeren van boeken en langere artikelen’. Het gaat om cognitieve processen als het leggen van verbanden tussen de tekst en wat je al weet, je actief een voorstelling maken bij de tekst, conclusies trekken, analogieën maken, kritisch en esthetisch beschouwen van de tekst, inleven in de ander en reflecteren op jezelf en de wereld.

Als 15-jarige leerlingen in Nederland slecht presteren bij het evalueren van en reflecteren op teksten, bij ‘diep lezen’, is de meest voor de hand liggende oorzaak dat het onderwijs Nederlands in de onderbouw daar te weinig aandacht aan heeft besteed. Het ontwikkelteam van Curriculum.nu Nederlands lijkt dit te willen veranderen. Een van de nieuwe leerdoelen in hun voorstel luidt: “Leerlingen leren kritisch om te gaan met digitale en niet-digitale informatie en goed te letten op de betrouwbaarheid en bruikbaarheid daarvan.” Wanneer dit leerdoel passend en tijdig wordt verwerkt in kerndoelen en methodes Nederlands, en wanneer docenten er echt werk van maken en daarbij enig ‘teaching to the test’ niet schuwen, is er goede hoop op zowel beter leesonderwijs als betere scores bij PISA 2023.

Naschrift

Toen ik dit stukje wilde opsturen naar Neerlandistiek voor de klas, las ik in de Volkskrant van 8 juli de volgende uitspraak van Paul van Meenen, onderwijsspecialist van D66: “Van de 15-jarigen is 25 procent functioneel analfabeet.” Dit in de context van het plan ‘Een betere basis, een betere toekomst’, waarmee de partij de tweedeling in de samenleving via het onderwijs wil bestrijden.

Volgens de Nederlandse Encyclopedie is functioneel analfabetisme “het hebben van een dusdanig leesniveau dat je je niet kunnen redden in een geletterde maatschappij. Je bent functioneel analfabeet wanneer je geen formulieren kunt invullen, het bord met reisbestemmingen en vertrektijden niet kunt lezen op het station, de ondertiteling op de televisie niet kunt begrijpen.”

Dat dit niet het probleem is van onze 15-jarigen, heb ik hierboven duidelijk gemaakt. Het is jammer dat politici en journalisten sympathieke plannen en terechte zorg zo vaak voorzien van alarmerende en feitelijk onjuiste uitspraken.