Gedicht: C.B. Vaandrager • 58253

Uit de zesde jaargang van Gard Sivik.

(?)

In café ‘De Kroonkurk’ in Rotterdam Zuid
lees ik op het herentoilet
het volgende:

GELUID VAN BABY
ALS GROOTMOEDER
SPELDJE IN KONTJE STEEKT

Opeens denk ik:
Is dit de concrete poëzie
waar Sybren Polet over geschreven heeft?

Achteraf denk ik:
We zouden het verleden toch laten rusten?

**

(58253)

Het doet verder weinig ter zake,
maar soms
(Ik loop te ijsberen om een openbare telefooncel
naast een kiosk met cover-girls.
Het duurt een eeuwigheid
en ik wil niet te laat komen
voor de eerste avondvoorstelling
van Sergeants 3 met Sinatra)
wil ik een overzicht
van de meisjes, meisjesvrouwen en vrouwen
die ik min of meer gekend heb.
Hoeveel waren er?
Hoeveel zijn er?
Hoeveel komen er nog?
(Het is mijn beurt om te bellen.
Ik heb andere dingen aan mijn hoofd.
‘Ik kom onmiddellijk na de voorstelling naar je toe’)

C.B. Vaandrager (1935-1992)
uit: Twintig nieuwe gedichten


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.