De opslag van overledenen

Door Henk Wolf

In de Trouw van vandaag viel me de volgende zin op:

  • “[…] in Texas worden koelwagens besteld voor de opslag van overledenen.”

Ik vind de zin raar door de keuze voor het woord overledenen. Waarom? Om dat uit te leggen, moet ik een klein stukje filosofie bespreken.

Heel sterk versimpeld gezegd zijn er twee aannamen over hoe mensen in elkaar zitten: de ene aanname is dat een mens één geheel is, dat denken, voelen en beseffen dat je bestaat, voortkomen uit natuurkundige en scheikundige processen in het lichaam. De tweede aanname is dat er onafhankelijk van het lichaam zoiets bestaat als een persoonlijkheid (of bewustzijn of ziel of geest), en dat die twee niet per se met elkaar verbonden hoeven te zijn of te blijven.

Die laatste aanname wordt dualisme genoemd. Dat dualistische denken is natuurlijk sterk verbonden met de christelijke traditie en het ligt ook ten grondslag aan de eeuwenlang dominante visie op de dood als scheiding van lichaam en persoonlijkheid. In die visie verlaat de persoonlijkheid het lichaam en eventueel zelfs de aarde of de stoffelijke wereld. Ook wie niet gelooft dat dat echt zo is, kent het beeld en kan het als metafoor gebruiken.

Op dat beeld berust het woord overledene. Een overledene is juist géén lichaam. Het is de persoonlijkheid, die het lichaam heeft verlaten. De etymologie van overledene laat dat metaforische karakter duidelijk zien: het woord is het zelfstandig gebruikte voltooid deelwoord van overlijden – en dat betekende van oorsprong zoiets als ‘overgaan’, ‘naar de andere kant gaan’. Dat lijden in de zin van ‘gaan’ vinden we ook in de Nederlandse naam verleden tijd: de tijd die ‘vergaan’ is, ‘weggegaan’ is.

Nou gebruiken we het woord lijden natuurlijk tegenwoordig niet meer in de zin van ‘gaan’ en het is daardoor goed mogelijk dat sprekers van het Nederlands de metafoor niet meer doorzien. Bovendien is het dualistische wereldbeeld lang zo dominant niet meer als in het grootste deel van de geschiedenis. Dat zijn er twee mogelijke oorzaken van dat Nederlandstaligen overledene niet langer uitsluitend op een (al dan niet metaforische) onstoffelijk deel van de medemens betrekken.

Gewoon is het nog niet om over lichamen te spreken als overledenen. Ik heb even gegoogeld en vind de volgende aantallen vindplaatsen voor:

  • – “opslag van overledenen” 3x
  • – “opslag van stoffelijke overschotten” 631 x
  • – “opslag van lijken 2030 x
  • – “opslag van lichamen” 2720 x

Mogelijk is de keuze van de Trouw-redacteur ook nog ingegeven door een groeiende afkeer van het woord lijk. Dat betekende oorspronkelijk ‘lichaam’ (dood of levend) en is in de middeleeuwen in gebruik gekomen als eufemisme voor het toen gebruikelijke reeuw.

Sinds vorig jaar praat de Tweede Kamer over het wijzigen van de Wet op de lijkbezorging. Een van de wijzigingen zou betrekking moeten hebben op de naam: lijk moet eruit, want dat voormalige eufemisme is z’n verzachtende functie al lang kwijtgeraakt. De Kamer heeft het nu over de Uitvaartwet als alternatief.

De onaangename associaties die het woord lijk in de 21e eeuw oproept in combinatie met het afslijten van het metaforische karakter van overlijden en/of de veranderende kijk op het duale karakter van lichaam en geest kan weleens de verklaring vormen van het gebruik van de tot nog toe ongebruikelijke woordgroep “de opslag van overledenen”.

Foto: Ralf Roletschek, 12-11-2013 (Free Art License)