Als je iets zou moeten, moet je het dan ook?

Door Henk Wolf

In de Trouw stond maandag een artikel waarin arbeidsjurist Pascal Besselink vertelt dat Nederlandse werknemers twee weken loon kunnen mislopen als ze op vakantie gaan in een land waarvoor het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse zaken een zogenaamd ‘oranje reisadvies’ heeft afgegeven.

Besselink wordt in dat stuk als volgt geciteerd: “Als je als werknemer zelf het risico neemt om naar zo’n gebied te gaan, wetende dat je bij terugkomst twee weken in quarantaine zou moeten, mag de baas gedurende die twee weken je loon inhouden.”

Iets verderop in het stuk spreekt Besselink die stellige uitspraak zelf tegen door aan te geven dat het niet zeker is of de werkgever werkelijk loon mag inhouden. Hij wordt dan als volgt geciteerd: “Er is nog geen werkgever of werknemer geweest die hiermee naar de rechter is gestapt. Als er zo’n zaak komt, is het afwachten wat daaruit komt.”

Zou moeten

Daar gaat het me nu echter niet om. Het valt me op dat Besselink in het eerstgenoemde citaat niet moet gebruikt, maar zou moeten. Dat hulpwerkwoord zou kan theoretisch minimaal twee verschillende functies vervullen:

1. Het kan extra duidelijk maken dat ‘in quarantaine moeten’ deel is van een voorwaarde waaronder werkgevers loon mogen inhouden. Het voorwaardelijk voegwoord als drukt dat ook al uit, maar je kunt de voorwaardelijkheid daarnaast ook met zou(den) markeren (‘Je spaart 400 euro per jaar uit als je zou stoppen met roken’). Dit zou verandert het verplichtende karakter van moeten dus niet.

2. Het kan als hulpwerkwoord van wenselijkheidsmodaliteit worden gelezen. De combinatie zou moeten drukt dan in haar geheel geen formele verplichting uit, maar een wenselijkheid of een metaforische (bijvoorbeeld morele) verplichting. Wie iets zou moeten doen, overtreedt geen formele regel als ie het niet doet. In deze interpretatie zouden bezoekers (volgens Besselink) in quarantaine moeten – maar het is niet gezegd dat ze (van een gezagsdrager) in quarantaine moeten.

Aangezien er in Nederland geen juridische verplichting bestaat om na het bezoeken van een gebied met oranje reisadvies in thuisquarantaine te gaan, moet zou in de uitspraak van Besselink op de tweede manier worden geïnterpreteerd. Dat is voor lezers echter niet meteen duidelijk: de uitspraak is ambigu en de krant disambigueert ‘m niet op een heldere manier. Sterker nog: in een parafrase wordt in het artikel nog eens dezelfde woordgroep zou moeten gebruikt: “Dat komt omdat de werknemer bij vertrek niet wist of hij of zij bij terugkomst in quarantaine zou moeten, zegt Besselink.”

Op verzoek iets moeten

De schrijfster van het stuk in de Trouw schept zelf nog meer onduidelijkheid over het verplichte karakter van thuisquarantaine door de formulering: “Wie nu op vakantie gaat in […] gebieden waarvoor een negatief reisadvies (code oranje) geldt – moet bij terugkomst, op dringend verzoek van de overheid, twee weken in thuisquarantaine.” Die zin is innerlijk tegenstrijdig: je kunt niet op verzoek (=vrijwillig) iets moeten (=onvrijwillig).

De overheid communiceert zelf niet duidelijker. De actuele versies van de steeds veranderende noodverordeningen van de veiligheidsregio’s zijn moeilijk te vinden (wie wil, mag de juiste versie hier opzoeken), de voorlichting gebeurt via websites die advies en moeten door elkaar heen gebruiken en nergens naar relevante wetsartikelen verwijzen (zie bijvoorbeeld hier en hier).

Rechtsonzekerheid

In een rechtsstaat weten mensen precies waarvoor de overheid ze kan straffen en waarvoor niet. Daarom moet het voor iedereen volstrekt helder zijn wat ie moet en mag en wat niet. Dat betekent in het hier besproken geval dat mensen weten of het verboden is om naar gebieden met een oranje reisadvies te reizen (dat is niet zo), of ze bij terugkomst in thuisquarantaine moeten (mogelijk wel van de baas, maar van de overheid hoeft het niet), en of – en onder welke omstandigheden – een reis naar zo’n gebied betekent dat werknemers hun loon mogen inhouden (dat is onduidelijk). Wat dat laatste betreft: andere juristen geven aan dat looninhouding na bezoek aan een oranje gebied alleen is toegestaan als de werkgever de werknemer van tevoren duidelijk heeft gemaakt dat z’n reis die consequentie kan hebben (zie bijvoorbeeld hier). Die informatie ontbreekt in het Trouw-stuk.

Ik heb er eerder over geschreven dat de overheid zelf rechtsonzekerheid schept door vaag te zijn over wat verboden of verplichtingen zijn (met juridische werking) en wat adviezen (zonder juridische werking). Ik heb er ook op gewezen dat de pers die vage taal van de overheid onvoldoende kritisch vertaalt naar eenduidige taal. De pers hoort burgers nauwkeurig en correct te informeren, zodat die burgers weloverwogen besluiten kunnen nemen. Dat geldt des te sterker als de overheid zelf onduidelijk communiceert. Dit stuk in Trouw illustreert eens te meer dat de pers die informerende taak niet altijd naar behoren uitvoert.