Uitslag Matthias de Vriesquiz

Door Roland de Bonth

Tot en met 11 juni 2020 was het mogelijk antwoorden in te sturen van de Matthias de Vriesquiz die op 27 mei op Neerlandistiek  was gelanceerd. Die datum was niet zonder reden gekozen: op die dag in 1891 gaf Matthias de Vries namelijk zijn laatste college. In het levensbericht dat A. Kluyver in maart 1893 schreef voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde – en waar veel antwoorden op de quiz te vinden waren – lezen we hoe De Vries terugkijkt op zijn loopbaan:

Dat laatste uur besteedde De Vries aan een overzicht van de geschiedenis der Nederlandsche studiën, nagenoeg meteen de geschiedenis van zijn eigen leven. Met ontroering erkende hij, dat hij het doel had mogen bereiken dat hij van den beginne af had in het oog gehouden: door de wet was thans de studie der Nederlandsche letteren gelijkgesteld met die der classieke. Maar wat geeft eene wettelijke bepaling, indien men geen gebruik maakt van de voorrechten die zij aanbiedt? Wel waren er genoeg personen die den nieuwen doctorstitel wenschten te behalen, maar zij bezaten over het algemeen niet dien wetenschappelijken geest en die oprechte toewijding zonder welke de goede zaak onmogelijk kon gedijen. Doch hij vertrouwde vast, dat het in de toekomst anders zou worden. Een nieuw geslacht zou opkomen, gesterkt door wie weet welke beproevingen, wederom bezield met die zelfde gevoelens als hij in zijn tijd had gekend.

De afgelopen twee weken hebben quizliefhebbers zich gestort op de beproevingen die de quiz bood. Behept met de gevoelens die ook De Vries heeft gehad, hebben zij hun antwoorden ingestuurd. Daarbij viel op dat de meeste inzenders bijna alle vragen goed hadden beantwoord. Opvallend was ook dat bij vraag 31 vaak als antwoord schakellijm werd genoemd. Onlogisch is dat niet. Ewoud Sanders gebruikt de woorden van De Vries als introductie bij het lemma  schakellijm  in zijn  Eponiemenwoordenboek. Maar als je de originele bron erop naslaat waar De Vries de woorden neerschreef, wordt duidelijk dat het hier toch gaat om spijkerbalsem. Niet voor niets werd in de vraag gesproken over een zekere terpentijnzalf.

Samen vormden de correcte beginletters vier woorden die te maken hebben met Matthias de Vries’ betekenis als wetenschapper: Der leken spieghel, het leerdicht van Jan van Boendale dat De Vries van 1844-1848 in drie delen publiceerde; Warenar, P.C. Hoofts toneelstuk dat De Vries in 1843 uitgaf; Polybiusde Griekse historicus op wie De Vries december 1843 promoveerde en A-Ajuin, het eerste en het laatste artikel van het eerste deel van het Woordenboek der Nederlandsche Taal.

Winnaar

Eén deelnemer is erin geslaagd het volledige puntenaantal, 71 in totaal, te vergaren. Hij had alle vragen goed en gaf daarnaast de vier bovengenoemde woorden/titels. Zijn naam is Diedrik van der Wal. De unieke postzegels met daarop de beeltenis van De Vries én de laatste editie van het Groene Boekje komen zijn kant op. Van harte gefeliciteerd!

Matthias de Vriesjaar

Om deze belangrijke taalwetenschapper te eren heeft het Instituut voor de Nederlandse Taal 2020 uitgeroepen tot Matthias de Vriesjaar en organiseert het – ondanks de coronapandemie – in samenwerking met de Leidse Universiteit en de stad Leiden verschillende publicaties en evenementen. Een actueel overzicht daarvan vindt u op Matthias de Vriesjaar.

Antwoorden

  1. Drieëntwintig
  2. Ernest (Henri Ernest Moltzer)
  3. Roman der Lorreinen
  4. L.Ph.C. van den Bergh
  5. Eigen haard
  6. Kluyver
  7. Eene 
  8. Nijhoff
  9. Sanskrit
  10. Peerlkamp
  11. Individualisme
  12. Edwijt
  13. Grimm (Jacob)
  14. Hollandici
  15. Enschedé (Adriaan Justus Enschedé)
  16. Lo (van Driel)
  17. Willem (Jonckbloet)
  18. A / A1
  19. Rutgers (Anthonie Rutgers)
  20. Erelid
  21. Negenhonderd
  22. Arie (de Jager)
  23. Rabies
  24. Plaats-royaal in Leiden
  25. Ontraden
  26. Lulofs
  27. Yeesten
  28. Brussel
  29. Idealist
  30. Utrecht
  31. Spijkerbalsem
  32. Abraham
  33. Acquoy (Johannes Gerhardus Rijk Acquoy)
  34. Jacob (Verdam)
  35. Utenbroeke (Philip)
  36. I (Inleiding)
  37. Nederlandsch Woordenboek