Stiekem-racistische taal

Door Freek Van de Velde.

Het is een opsteker als gezaghebbende kranten of tijdschriften een paar kolommen veil hebben om iets over taalkunde te schrijven. Heel vaak gebeurt dat niet. Wat helpt, is als het taalkundig onderzoek verband houdt met gevoelige maatschappelijke kwesties of met de actualiteit. In volle Corona-crisis heb ik bijvoorbeeld een telefoontje gekregen van een journaliste die een stuk wou maken over het royale gebruik van Engelse termen (reteaching, videocalls, contact tracing, social distancing, lockdown …), en die wou weten wat ik daar als taalkundige van vond. En het is me ook wel overkomen dat ik opgebeld werd om linguïstische duiding te voorzien toen de Nederlandse ornithologen tegen de zin van hun Vlaamse collega’s van de vogelbescherming de namen roodborstje, distelvink en Vlaamse gaai wilden schrappen. Dan is het vanzelfsprekend alle hens aan dek bij de kranten.

Thugs

Een paar weken geleden had de gereputeerde The Economist een artikel in de etalage met de intrigerende titel ‘Language is a telling clue to unacknowledged racial attitudes.’ Dat stuk was er gekomen naar aanleiding van de dood van George Floyd in de VS, van de rellen die toen uitbraken, en van een tweet van de Amerikaanse president, die de plunderaars thugs had genoemd. Met dat woord moet je vreselijk opletten in de VS. Het schijnt raciaal geladen te zijn. Daar ging dat stuk in de Economist over. ‘Racialisatie’: het sluipende effect waarbij woorden geassocieerd worden met etnische groepen. Als je objectief naar de betekenis kijkt, is er niks aan de hand, maar door die associatie kun je zulke woorden inzetten om racistische boodschappen te verspreiden. De schrijver van het stuk had de moeite gedaan om te verwijzen naar echt taalkundig onderzoek. Dat maakte op mij in eerste instantie een gunstige indruk. Maar het onderzoek waar naar verwezen werd, was bij nader inzien heel wankel. Ja, dat is natuurlijk niet goed: je wil een vlammende aanklacht schrijven, maar als je lezers erachter komen dat je je baseert op slecht onderzoek, dan loop je het risico een averechts effect te bereiken.

Criminele atleten

Wat schortte er nu precies aan het onderzoek? Er werden twee taalkundigen met naam en toenaam genoemd, die corpus-gebaseerd onderzoek naar ‘racialisatie’ hebben uitgevoerd. Ten eerste: Dana Mastro, die gekeken heeft naar honderden artikelen in drie Amerikaanse kranten over professionele atleten die betrokken waren bij misdrijven.

Als je het oorspronkelijke artikel erbij haalt, dan merk je dat de auteurs (want Mastro werkte niet alleen) vreemde dingen doen. Hun eerste hypothese is dat zwarte atleten oververtegenwoordigd zijn in artikels die over misdrijven gaan. Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Om nu hard te maken dat het hier gaat om een oneerlijke vergelijking, moet je die cijfers afzetten tegen de realiteit. Dat gaan ze dan ook doen, maar wat blijkt? Ze zetten die verdeling af tegen de verdeling van zwarte en blanke atleten in sportbranches. Dat zegt natuurlijk alleen iets als je ervan uit kunt gaan dat zwarte atleten verhoudingsgewijs even vaak betrokken zijn bij misdrijven als blanke atleten. Maar die aanname kun je niet zomaar maken. Het is goed mogelijk dat zwarte atleten proportioneel meer misdrijven begaan dan blanke atleten. De auteurs zijn zich daar ook wel ergens van bewust: eerder in het artikel geven ze toe dat het beter was geweest om het verband tussen de gerapporteerde misdrijven en het aantal arrestaties te bekijken, maar ze zeggen dat die cijfers ‘spijtig genoeg niet beschikbaar zijn’. Geen nood, de auteurs halen onderzoek aan waaruit blijkt dat atleten even vaak bij misdrijven betrokken zijn als niet-atleten. Nog even voorbijgaand aan het feit dat uit de cijfers die ze zelf geven, blijkt dat atleten vier keer minder misdrijven plegen dan gewone mannen, is het ook gewoon de foute vergelijking. Wat je zou willen weten, is de verhouding tussen de beide rassen bij misdrijven, niet of atleten evenveel misdrijven plegen als gewone mensen

Dan kijken ze of het taalgebruik negatiever is. En ja: bij zwarten wordt het geweld meer expliciet weergegeven en wordt er minder verwezen naar de omstandigheden. Maar opnieuw kun je je de vraag stellen of er misschien überhaupt meer geweld gemoeid was met de gepleegde misdrijven. 

Er zijn trouwens nog wel meer stappen in het onderzoek waar je vragen bij kunt stellen: zo hebben ze drie specifieke misdrijven uit hun dataset gelaten omdat die te breed uitgesmeerd waren in de media. Een daarvan is een verkrachtingszaak van een Lacrosse-team aan Duke University, waarin drie blanke mannen terecht stonden. Dat zou de resultaten natuurlijk kunnen beïnvloeden: een heel gruwelijk type misdrijf waar drie blanke atleten bij betrokken waren (achteraf bleken ze trouwens onschuldig).

De tweede onderzoeker die met naam genoemd wordt, is Kelly Wright. Die heeft een machine-learning-techniek gebruikt. Het model kan op basis van woorden die verschijnen in een krantenartikel met verbluffende waarschijnlijkheid raden of een atleet blank of zwart is. Maar ook hier is de beschuldiging van racialisatie nogal gezocht. Wat de doorslag geeft – en dat kom je dus alleen te weten als je het oorspronkelijke onderzoek zelf gaat opzoeken, want The Economist zegt daar niks over – zijn woorden als blocks, Nike, coast, efforts, averaged, athletic, wonderful, undefeated, whom en appeared (de tien sterkst onderscheidende woorden). Ik denk niet dat de president van de VS dit nu heel erg onthutsend vindt. En ik denk dat u dat ook niet vindt.

Het is jammer dat wat in principe een goed stuk had kunnen zijn over racisme en taalkunde, het stelt met dit soort belabberd onderzoek. Dat mensen schouderophalend reageren wanneer het over schandelijke maatschappelijke misstanden, zoals sluipend racisme gaat, heeft misschien niet alleen te maken met stiekeme racistische gevoelens, maar ook met het feit dat het onderzoek niet altijd goed doortimmerd is.