Gedicht: Mark Boog • twee gedichten

Door Mark Boog gekozen uit zijn nieuwe bundel Liefde in tijden van brand.

Laat barbaren binnenvallen.
Laat grenzen sneuvelen,
linten door hoogwaardigen.
Annexeer, assimileer ons,
reken ons tot een volk,
verlicht ons. Deze landkaart,
nu al historisch, handgekleurd,
oudtijds, met goudgehoogd
wat van belang is, de lijnen
en symbolen op deze kaart
blijven aan betekenis winnen.
Steeds minder heden, relatief bezien.
Toen we overlopen werden, ooit,
door elkaar bezet, en we niet
anders konden dan ons overgeven,
is een oorlog ooit afdoende
gedocumenteerd, een land
door cartografen rechtgedaan?
Elke korrel zand? De woestijn?
Laat ons tot elkaar behoren,
omdat het niet anders kan.

**

De wereld brandt zoals wij branden.
Dit stenen landschap wordt geweld
aangedaan. Het breekt, brokkelt, barst.
Boven de horizon rijzen rookpluimen op.
De geur van verschroeid vlees dringt door
tot in deze kamer, tot in dit bed.
Nog gretiger grijpen we elkaar aan.
De geruchten over volksverhuizingen
langs de grenzen van het rijk raken ons,
raken ze ons? We zeggen van niet,
we zeggen van wel. We kunnen niet
meer doen dan blijven branden, almaar
blijven branden. Kaarsen in kerken.

Mark Boog (1970)
uit: Liefde in tijden van brand (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.