Gedicht: Amand Siemoens • Wensch

Wensch

Mocht eerst mijn vers in later tijd verwerven
Der menschen onbevangen oordeelvellen:
‘k Zou — kon een tooveraar me dat voorspellen —
Hoe vroeg mijn uur ook sloeg, gelaten sterven.

’t Oprechtstste blijk van deernis zou ik derven
Met liefde dan, bij ’t wrangste tranewellen;
En nooit de dagen, die voorbijgaan, tellen,
Vloog morgen ’t al bestaande om mij aan scherven.

Zóó wraakte ’t wrok en wrevel me, te weten.
Dat, éénmaal toch, dit pogen, hoe verbeten
Dees tijd het zon te ontlijven, zal beklijven;

En, ergens eens, geraamte, lang-verkalkte,
Nog rilt, als schoonheidsnood, ter wijd-gespalkte
Schuren, den oogst van eeuwen raamt te rijven.

Amand Simoens (1884-1963)

Foto: Brood & Rozen


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.