De Daver Op Je Lijf

Demonen van Marita de Sterck

Door Theo Meder

De Vlaamse antropologe Marita de Sterck is verzot op volksverhalen: niet op verkleuterde sprookjes, maar ongecensureerde vertellingen die je “de daver op het lijf” jagen. Bovendien gaat ze graag op zoek naar sprookjes en sagen waarin een heldenrol voor dappere meisjes en slimme vrouwen is weggelegd. Ze publiceerde reeds meerdere verantwoorde bundels met titels als Bloei (2010), Beest in Bed (2012), Vuil Vel (2015) en Wreed Schoon (2017). In 2019 verscheen haar bundel Demonen met 57 mondelinge vertellingen uit 45 cultuurgroepen – de vertellers werden in België geïnterviewd.

Demonen worden in verhalen uit allerlei culturen gevonden. Ze verpersoonlijken het ultieme kwaad en worden als zelfstandige entiteiten buiten de mens geplaatst, alhoewel het kwaad voornamelijk een projectie is en in de mens zelf zetelt.

Enkele jaren geleden deed een Groningse studente onderzoek naar vegetarisme in sprookjes uit allerlei culturen, en de verwachting was toen dat India er gunstig uit zou springen, maar het tegendeel bleek het geval. De studente had voor India een bundel met volksverhalen getroffen die bol stond van griezelverhalen over menseneters. Eén van de meest ultieme menselijke taboes is kannibalisme: als je personen of groepen wilt demoniseren dan is een beschuldiging van kannibalisme zo ongeveer het meest weerzinwekkende. De eerste categorie demonen in de bundel van De Sterck bestaat dan ook uit mensenetende wezens. Net als de mensenetende reus in Klein Duimpje wordt er in de verhalen regelmatig geroepen: “Ik ruik mensenvlees!”

Andere kwaadaardige wezens die in de bundel de revue passeren zijn weerwolven, vampiers, heksen en ‘dierlijke’ monsters zoals draken. Of je al deze personages ook tot de demonen mag rekenen, staat te bezien: het zijn in principe tastbare wezens, en voor een deel zijn het ook mensen (geweest). De kerngroep van demonen bestaat natuurlijk uit kwaadaardige onstoffelijke wezens, die nooit mensen zijn geweest, maar altijd al demonen. In drie hoofdstukken komen ze voorbij: een stoet van djinns, duivels en kwelgeesten.

In de bundel vond ik er persoonlijk één verhaal uitspringen: het Argentijnse Indianen-verhaal over ‘Anahi en de wrede demonen’ (pp. 72-74).

Anahi was klein van gestalte en niet opvallend mooi, maar ze kon prachtig zingen. Ze zong over het land van de Guarani, over de wouden, de dieren en planten die er leefden, de Paranárivier en vele andere rivieren.

Lange tijd was het leven er goed en vredig, tot op een dag de demonen opduiken, vaalbleek en met ijskoude ogen. Wreed en barbaars richten deze demonen een slachtpartij aan onder de Indianen: de mannen worden gedood, de vrouwen gevangen. Anahi probeert tevergeefs te ontsnappen aan haar demonen, maar zij vangen haar weer en staan versteld van de kracht waarmee dat kleine vrouwtje zich verweert. Zij moet wel een heks zijn, geholpen door de duivel, en dient derhalve verbrand te worden op de brandstapel.

Als het vuur wordt ontstoken, begint Anahi haar liederen te zingen, en lange tijd wil het hout geen vlam vatten. Maar ten langen leste laait het vuur toch op. De volgende ochtend vinden de demonen echter geen vrouwenlichaam, maar een bloeiende boom vol rode bloemen.

Elke keer als de Guarani de rode bloemen van de ceibo zien, dan zien ze ook Anahi, de dappere Guaranivrouw. Dan horen ze haar zingen en treuren om wat ze allemaal verloren hebben.

In de vertelling wordt al snel duidelijk dat het niet om echte demonen gaat, maar om een Spaans kolonistenleger. In de optiek van de Indianen konden dit echter geen mensen zijn, maar slechts moordzuchtige en meedogenloze demonen. Vanuit het perspectief van de Spaanse troepen waren de Indianen zonder twijfel minderwaardig en primitief, en hun levens waren, in het vooruitzicht van groter gewin, het sparen niet waard.

In een tijdsgewricht waarin groepen mensen elkaar andermaal proberen te ontmenselijken en te demoniseren, wint dit volksverhaal weer verrassend aan betekenis, terwijl er in feite geen enkele demon aan te pas komt.

Marita de Sterck: Demonen. Volksverhalen met prenten van Jonas Thys. Antwerpen, Polis, 2019. 319 pp. ISBN 078-94-6310-514-9. Bestelinformatie bij de uitgever.