Anselmo (1844)


De joodse koopman Jussuph ondervraagt Anselmo op de slavenmarkt in Algiers. Illustratie uit: C. Schmid, Anselmo en Maria Laander (Leiden, 1864).

Jeugdverhalen over joden (93)

Door Ewoud Sanders

Auteur: J.C.F. von Schmid (1768-1854)
Uit het Duits vertaald door J.J. van der Linde

Herkomst en drukgeschiedenis

De Duitse priester Christoph von Schmid begon met schrijven voor de jeugd nadat hij in 1796 was benoemd tot hoofd van een grote school in Thannhausen in Beieren. Hij bleef schrijven nadat hij parochiepriester in Württemberg was geworden en zelfs als kanunnik van de kathedraal van Augsburg. Zijn jeugdboeken waren in de negentiende eeuw zeer populair. Ze zijn in ruim twintig talen vertaald.

         De eerste Nederlandse vertaling van het verhaal ‘Anselmo’ verscheen in 1844. Daarna is het vele malen gepubliceerd: onder meer in 1845, 1847, 1864, circa 1875, 1881, 1892 en 1903. Hieronder is geciteerd uit de oudst bewaard gebleven editie, uit 1847. Die verscheen in Den Haag bij de gebroeders J. en H. van Langenhuysen.

Samenvatting

Anselmo is een vrome Italiaanse jongen van ongeveer zestien jaar oud. Hij is van adellijke afkomst en studeert in Salerno. Op weg naar zijn ouders wordt hij, wandelend langs een kustweg, ontvoerd door zeerovers uit Algiers. Zij verkopen hem op een slavenmarkt in Algiers aan Jussuph.

         Jussuph is ‘een oude Jood, met een gezigt vol puisten’. ‘Hij was geheel in het zwart gekleed, had eenen sneeuwwitten baard en op zijn hoofd een’ driekantigen hoed.’

         Anselmo is als laatste slaaf overgebleven omdat hij geen zware houten balk kan tillen. Maar Jussuph is niet geïnteresseerd in slaven die alleen ‘gemeenen en ruwen arbeid’ kunnen verrichten. ‘Hij legde er zich op toe, jongelieden van aanleg te koopen en op te leiden tot zulke diensten, welke meer doorzigt en bekwaamheid vorderen. Hij verstond de kunst om ze tegen een geringen prijs te koopen en later zeer duur te verkoopen.’

         Jussuph ondervraagt Anselmo. De jongen blijkt Frans, Grieks en Latijn te beheersen, luit te spelen en te kunnen zingen. Na lang loven en bieden koopt Jussuph hem voor tien goudstukken.

         Aan een van zijn bediendes geeft Jussuph opdracht om voor Anselmo een goede luit te kopen (‘ding den prijs zoo naauw mogelijk’). Hij is geroerd als hij Anselmo voor het eerst hoort spelen. ‘Dit zal u tot aanbeveling strekken om eene goede plaats te bekomen’, zegt hij. ‘En, dacht hij verder, mij in de gelegenheid stellen u duurder te verkoopen.’

         Jussuph leert Anselmo persoonlijk Turks (in die tijd de voertaal in Algiers) en geeft hem goed te eten. Dat laatste was ‘niet geheel vrij van eigenbelang’. ‘Want, zeide hij, de jongeling moet zijn fijn en welvarend voorkomen niet verliezen, ten einde des te beter voor den verkoop geschikt te zijn.’

         Jussuphs investeringen worden beloond. Een jaar later kan hij Anselmo voor honderd goudstukken verkopen aan een ‘Turks huisgezin’. ‘Terwijl de Turk bezig was met tellen, vertoonde zich voortdurend een genoegelijk glimlachje op Jussuphs gelaat; hij streek zich den baard, en borg vervolgens vol vreugde het goud in eenen lederen buidel, dien hij daarvoor had medegebragt.’

         Na enkele avonturen bekeert de vrome Anselmo de leden van zijn islamitische huisgezin tot het christendom. Met hen keert hij terug naar zijn ouders in Italië.

Verhaalvarianten

In de vertaling van 1847 wordt Jussuph opgevoerd als ‘een oude Jood, met een gezigt vol puisten’. Vanaf 1864 staat er ‘een oude jood, wiens gelaat vol rimpels was’. Anselmo krijgt van Jussuph goed te eten. ‘Het is waar dat dit alles niet geheel vrij van eigenbelang was’, aldus de vertaling uit 1847. In 1864 wordt dit omslachtiger of voorzichtiger geformuleerd. ‘Echter, zoo wij de waarheid willen zeggen, liep wel een weinig baatzucht daaronder door. Want Jussuph begreep te regt, dat Anselmo zijn innemend en gezond voorkomen moest behouden, wilde hij hem later met winst verkoopen.’

Doelgroep en receptie

Van dit jeugdverhaal heb ik geen besprekingen gevonden.