Sneustra’s, klungelsma’s en pafstra’s

Door Henk Wolf

Friezen zijn dol op hun -a-achternamen, zo dol dat ze op basis van bestaande patronen in de negentiende eeuw zelfs nieuwe familienamen zijn gaan vormen die niet helemaal etymologisch verantwoord waren. Zo werd -sma, dat oorspronkelijk een familierelatie aangaf, zoals in Jansma, toen ook achter plaatsbepalingen geplakt. Een naam als Dijksma is dan ook het resultaat van Fries-romantisch geknutsel. Dat geldt ook voor een naam als Sjoerdstra, want -stra betekent van oorsprong ongeveer ‘bewoner van’ (zoals in Dijkstra). De precieze etymologie is hier en hier te vinden.

Er is echter nog iets anders en veel interessanters met -sma en -stra. Die achtervoegsels hebben er buiten het domein van de naamkunde een functie bij gekregen: je kunt ze achter een naamwoord plakken om een woord te vormen met de betekenis ‘persoon met de eigenschap die door het genoemde naamwoord wordt beschreven’. Met een werkwoordstam kan het soms ook: de betekenis is dan: ‘persoon die wordt getypeerd door het uitvoeren van de handeling die door het genoemde werkwoord wordt beschreven’. Bewondering spreekt nooit uit zulke woorden op -sma of -stra, ze zijn altijd pejoratief.

Voorbeelden zijn aakliksma (‘akelig persoon’), ûnnoazelsma (‘onnozel persoon’), typstra (‘typisch persoon’) en kloatstra (bijna hetzelfde als kloat: nalatig of onhandig persoon), jatstra (‘dief’, in de Tweede Wereldoorlog ook een Fries scheldwoord voor Adolf Hitler) en knypstra (‘persoon die knypt, anderen afzet): mooie kernachtige woorden, die des te krachtiger zijn doordat ze de genoemde eigenschap inherent aan de persoon maken: een aaklike fint kan morgen misschien over z’n akelige bui heen zijn, een aakliksma is akelig van de wieg tot aan het graf.

Veel van die woorden op -sma en -stra zijn gelexicaliseerd: we hebben ze als één geheel in ons hoofd. Toch zijn de achtervoegsels productief: ze worden nog steeds gebruikt om er nieuwe woorden mee te maken. Waarom sprekers dan de ene keer -sma kiezen en de andere keer -stra is mij niet helder.

In de buurt in Groningen waar ik jarenlang gewoond heb, woonden veel Friezen en die duidden de bewoners van de naburige Vogelaarwijk onderling genadeloos aan als dikke sneustra’s. Laatst hoorde ik iemand z’n onhandige kat als klungelsma omschrijven en ik heb ook als eens iemand horen foeteren op de pafstra’s (‘rokers’) voor de hoofdingang van het ziekenhuis.