Rrrrr…ok!

Door Marc van Oostendorp

Nene is zes en nu vrijwel precies een jaar in Nederland, waarvan de laatste maanden opgesloten in huis met ons die haar sinds dat jaar haar ouders mogen noemen. Ook al zit je er voortdurend met je neus en je oren bovenop, zoals wij in deze tijd, dan nog maakt de taalontwikkeling voortdurend moeilijk te begrijpen sprongetjes.

Sommige dingen gebeuren gepland. Vlak voor de quarantaine begonnen we aan logopedie met juf Janet, die zich na de crisis ontwikkelde tot een van de vaardigste gebruikers van het internetbellen die ik ken. Het lukt haar om haar aan het scherm te kluisteren op een manier waar het verslavendste computerspelletje nog een puntje aan kan zuigen. En zo hebben we gewerkt aan de l en de w en sinds kort aan de r: we nemen alle drie (juf Janet aan haar kant van de lijn en wij aan de onze) een slokje water, gooien ons hoofd in onze nek en gorgelen rrrrr…ok!

Zo leuk is dat, dat we het ook iedere dag als we juf Janet niet zien, zelf doen. Waarom we zo’n huig-r moeten leren, weet ik niet. Voor mij is het handig, want ik maak hem zelf zo. Misschien heeft juf Janet het daarom ook wel gedaan.

Maar andere dingen gebeuren soms ineens. We zitten weken opgesloten, en ineens begint Nene sommige zinnen met ach, precies op het moment dat het wat betekent. Of ineens maakt ze het verschil tussen hij en zij op de juiste manier. Niemand heeft het haar ooit verteld, ze heeft naar ons geluisterd en op anderhalve meter de buurvrouw of haar oma, en besloten dat het kennelijk zo moest!