Matthias de Vriesquiz

Door Instituut voor de Nederlandse Taal

Op 9 november 2020 is het precies tweehonderd jaar geleden dat de Nederlandse taal- en letterkundige Matthias de Vries (1820-1892) werd geboren. De Vries heeft veel voor de studie van het Nederlands betekend en is onder andere grondlegger van het grootste historische woordenboek ter wereld, het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). De publicatie van het laatste deel van het WNT heeft De Vries niet meer meegemaakt. Ruim een eeuw na zijn overlijden – in 1998 – werd het pas voltooid door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, de voorganger van het huidige Instituut voor de Nederlandse Taal.  

Om deze belangrijke taalwetenschapper te eren heeft het Instituut voor de Nederlandse Taal besloten 2020 uit te roepen tot Matthias de Vriesjaar en organiseert het in samenwerking met de Leidse Universiteit en de stad Leiden verschillende publicaties en evenementen. 

Maak kennis met Matthias

Door het maken van deze quiz komt u meer te weten over Matthias de Vries. U leert iets over zijn opleiding, zijn werk, zijn interesses, zijn collega’s, familie en vrienden. Het mooie is dat u er de deur niet voor uit hoeft: alle vragen zijn met enig speurwerk op internet terug te vinden. Drie websites vormen daarbij een uitstekend uitgangspunt: de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) en het Biografisch portaal van Nederland.

Hoe werkt het?

Elke goed beantwoorde vraag levert één punt op, dus hiervoor zijn in totaal 37 punten te verdienen. Als u daarbij geen enkele fout hebt gemaakt, vormen de beginletters woorden die te maken hebben met Matthias de Vries’ betekenis als wetenschapper. Deze woorden leveren op zichzelf nog eens 34 punten op. Het maximale puntenaantal bedraagt dus 71, het aantal levensjaren van De Vries. 

Stuur de antwoorden op (zoveel mogelijk van) de 37 vragen én de woorden die u op basis van de  beginletters kunt vaststellen uiterlijk 11 juni 2020 naar roland.debonth@ivdnt.org

Prijzen

Degene met de meeste punten wint de recentste versie van het Groene Boekje, de opvolger van de Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal uit 1866 van Matthias de Vries & Lammert te Winkel, én een velletje met tien speciaal ter gelegenheid van het Matthias de Vriesjaar gedrukte postzegels, een heus collector’s item. Als verschillende inzenders met hetzelfde puntenaantal bovenaan eindigen, zal het lot bepalen wie de winnaar van de hoofdprijs wordt.  

Veel succes!

  1. Hoe oud was Matthias de Vries toen hij toetrad als lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde? Schrijf in letters het aantal levensjaren op dat hij dan telt.
  2. Wat was de tweede voornaam van de Utrechtse hoogleraar die bij de opening van zijn colleges op 28 september 1892 een toespraak hield ter nagedachtenis aan Matthias de Vries?
  3. De derde jaargang van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde opent met een bijdrage van Matthias de Vries over nieuwe Middelnederlandse fragmenten. Wat is de titel van het eerste werk dat hij bespreekt?
  4. Matthias de Vries werd samen met twee anderen gekozen in de Commissie tot Redactie van het Nederlandsch Woordenboek, het latere Woordenboek der Nederlandsche Taal. Een van hen was de heer J.B. David, maar wie was in eerste instantie de derde redacteur? Noteer al zijn voorletters én zijn achternaam.
  5. De kunstenaar A. Sweeton Tilly maakte een houtsnede met het portret van Matthias de Vries. Het werd in 1878 gepubliceerd in een periodiek dat als ondertitel ‘Geïllustreerd Volkstijdschrift’ had. Hoe heette dat tijdschrift? 
  6. De spelling-De Vries & Te Winkel was het onderwerp van een artikel dat in maart 1902 verscheen in het tijdschrift Onze Eeuw. Wat is de achternaam van de schrijver van dat 25 pagina’s tellende stuk?  
  7. Over het voor J. Verdam duistere Middelnederlandse woord rodinge schreef Matthias de Vries hem op 14 april 1892 een briefje. Volgens Verdam deed hij dat ‘’met … bevende hand’’. Welk woord moet op de puntjes worden ingevuld? 
  8. Bij welke Haagse uitgeverij werd van 26 tot 29 april 1893 de boekencollectie van Matthias de Vries geveild. Noteer de achternaam van de uitgever.
  9. Kort na Matthias de Vries’ promotie probeerde de Leidse hoogleraar C.J. van Assen de veelbelovende doctor benoemd te krijgen als lector. In welk vakgebied zou hij college moeten gaan geven? 
  10. Wie was er rector van de Latijnse School in Haarlem toen de jonge Matthias daar schoolging? Noteer zijn achternaam. 
  11. “Wat men met een term, dien hij nooit zou gebruiken, heeft genoemd …, dat was het wat hem met weerzin vervulde.” Welke term vervulde Matthias de Vries met weerzin? 
  12. In de eerste jaargang van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde bespreekt Matthias de Vries een Middelnederlands woord dat voorkomt in het Boec van Seden en ‘smaad’, ‘hoon’ of ‘belediging’ betekent. Om welk woord gaat het?
  13. Op zijn studeerkamer had Matthias de Vries niet alleen een portret van zijn broer Gerrit als jongeman hangen, maar ook van iemand anders met ongeveer dezelfde leeftijd. Wie was dat? Noteer zijn achternaam.
  14. Matthias de Vries keerde zich af van de germanistiek toen die wetenschap zich vooral richtte op het onderzoek van klanken en letters. De Vries wilde namelijk geen Germanisten vormen, maar wat dan wel?
  15. In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wordt onder signatuur 424 D 18 een brief bewaard die Matthias de Vries schreef aan Adriaan Justus …? Noteer de achternaam van de ontvanger. 
  16. In 2004 verscheen een boekje over de lexicografische correspondentie tussen Matthias de Vries en J.H. van Dale. Wat is de voornaam van de schrijver die de briefwisseling inleidde en bezorgde?
  17. Met wie bezocht Matthias de Vries van 24-26 september 1846 de eerste Germanistenversammlung in Frankfurt? Noteer de voornaam van zijn reisgenoot.
  18. Matthias de Vries werd op 13 augustus 1892 begraven op de Leidse begraafplaats Groenesteeg. In welk vak ligt zijn keldergraf dat nummer 265 draagt?
  19. Wie bracht Matthias de Vries in Leiden de eerste beginselen van het Sanskriet bij? Noteer zijn achternaam.
  20. Bijna een halve eeuw lang was Matthias de Vries lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde en vaak was hij de voorzitter tijdens vergaderingen. Wat wordt hij in 1890 van deze Maatschappij?
  21. Op 29 december 1846 werd Matthias de Vries benoemd tot leraar in de Nederduitse taal, oude geschiedenis en geografie, en nieuwe en vaderlandse geschiedenis aan het gymnasium in Leiden. Hoe hoog was aanvankelijk zijn bezoldiging in guldens, weergegeven in letters?
  22. Met welke bekende taalkundige gaf Matthias de Vries van 1843-1853 de volledige dichtwerken van Jacob Cats uit? Noteer zijn voornaam. 
  23. Het door Matthias de Vries in het Latijn geschreven gedicht Hiems is opgenomen in een Leidse studentenalmanak. Hoe luidt het vierde woord van de tweede versregel, dat ook deel uitmaakt van de Nederlandse woordenschat? 
  24. In welk Leids etablissement vond in het voorjaar van 1843 de oprichtingsvergadering plaats van de vereniging die wel eens ‘het eerste duidelijke levensteeken der jonge Nederlandsche taalwetenschap’ is genoemd?
  25. In nummer 24 van de Algemeene Konst- en Letterbode (1845) stond een bijdrage van Matthias de Vries over een oud Nederlands woord. Welk woord was dat? 
  26. Wie volgde Matthias de Vries in 1849 op als hoogleraar aan de universiteit van Groningen? Noteer zijn achternaam. 
  27. In De Referent uit 1844 is een – niet ondertekende – aankondiging van Matthias de Vries opgenomen over het tweede deel van Les gestes des Ducs de Brabant van J.F. Willems. Met welk woord wordt gestes in de Nederlandse titel weergegeven?
  28. In welke Belgische stad droeg Matthias de Vries in 1851 het Ontwerp van een Nederlandsch Woordenboek voor?
  29. Matthias de Vries is een optimist, zo lezen we in zijn levensbeschrijvingen. Vaak wordt hij tegelijkertijd gekarakteriseerd met een ander woord dat daarop rijmt. Welk woord is dat? 
  30. Op 22 februari 1849 hield Matthias de Vries een voorlezing onder de titel De Nederlandsche Taalkunde, beschouwd in hare vroegere geschiedenis, tegenwoordigen toestand en eischen voor de toekomst. In welke stad vond die lezing? 
  31. “Woorden, aan eigennamen ontleend, kunnen den taalvorscher, die er niet op verdacht is, vrij wat nutteloos hoofdbreken kosten.” Bij welk eponiem – voor een zekere terpentijnzalf – schreef Matthias de Vries deze woorden?
  32. Wat was de voornaam van de vader van Matthias de Vries?
  33. Hoe luidde de achternaam van de man die op de begrafenis van Matthias de Vries de aanwezigen toesprak? 
  34. In 1892 verscheen in het jaarboek van de Koninklijke Nederlandsche Academie van Wetenschappen een Levensbericht van Matthias de Vries. Wat was de voornaam van de auteur van dat stuk? 
  35. Tussen 1873 en 1876 gaf De Vries de 2e Partie uit van de Spieghel Historiael van Maerlant. Wie dichtte die 2e Partie? Noteer zijn achternaam. 
  36. In 1843 verscheen een door Matthias de Vries bezorgde editie van P.C. Hoofts Warenar, voorzien van ‘’aanteekeningen”. Wat ging er aan die uitgave vooraf?
  37. Matthias de Vries wordt gezien als één van de grondleggers van het woordenboek dat tegenwoordig bekend staat als het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Hoe werd dit woordenboek aanvankelijk aangeduid?