CSE, weg ermee!

Door Harrie Hollandicus

Docenten zijn lulletjes lampenkatoen. Niet specifiek docenten Nederlands, maar docenten in het algemeen. In 2013 verscheen online de petitie Eindexamen Nederlands moet anders, die door 1591 personen – onder wie 18 hoogleraren – was ondertekend. Een hartstikke mooi initiatief, maar er is tot op heden nog geen zak veranderd. Nou ja, sinds 2015 hoeven leerlingen geen samenvatting meer te schrijven en sinds 2016 mogen wij – docenten Nederlands – bij het nakijken van de eindexamens ook alle antwoorden controleren op taalfouten. Niet direct iets op tegen, zou je denken, ware het niet dat dit laatste geen enkel hoger doel dient, anders dan docenten opzadelen met extra nakijkwerk. Immers, iemand die zeven keer per sé schrijft, krijgt evenveel punten aftrek als iemand die respectievelijk ik vindt, dit betekend, verassend, onmidelijk, me mening, stiekum en eksamus schrijft.

Enfin, toen Arie Slob op 24 maart jongstleden bekendmaakte dat de eindexamens dit jaar niet door zouden gaan, bleef bij mij één woord in het bijzonder hangen: volwaardig. Leerlingen krijgen dit jaar, ondanks dat zij geen eindexamen doen, een volwaardig diploma. Mooi, als leerlingen niet langer een eindexamen hoeven te maken om een volwaardig diploma te krijgen, laten we dan nu de daad bij het woord voegen en dat hele eindexamen afschaffen. Niet langer petities met pretenties, maar inhoudelijke discussies over de invulling van ons vak. 

De heer Peppel uit Papekop

Je kunt natuurlijk gemakkelijk opwerpen dat in Nederland de behoefte bestaat aan een centraal moment waarop álle leerlingen aan het einde van hun schoolcarrière hetzelfde examen maken. Omdat de examens (1) hetzelfde zijn en (2) onder dezelfde omstandigheden worden gemaakt, zijn de resultaten ervan ook vergelijkbaar: de 7,1 van Sarah uit Stieltjeskanaal heeft dezelfde waarde als de 7,1 van Rodney uit Rosmalen. Op die manier kan in ieder geval 50% van het diplomacijfer op waarde worden geschat, zo is de gedachte.

Waarom dan toch geen centraal eindexamen? Hoewel ik het nakijken van eindexamens altijd een ontzettende crime vind – er schijnen collega’s te zijn die genieten van het vele nakijkwerk – is dat natuurlijk geen argument. Waar het mij om gaat, is dat we durven te vertrouwen op de kennis en kunde van docenten: zij zijn tenslotte de professionals. Als je echt van mening bent dat zo’n centraal eindexamen het allemaal een stuk eerlijker maakt, dan zouden leerlingen voor élk onderdeel een centraal eindexamen moeten doen. Misschien geeft de heer Peppel uit Papekop wel veel hogere cijfers voor de schoolexamens dan mevrouw Simons uit Snikzwaag. Wat zegt die 7,0 gemiddeld op het diploma dan?

Inhoudelijke verdieping

Er blijken trouwens ook scholen te bestaan waar argumentatieve vaardigheden en leesvaardigheid – de twee domeinen waarop het eindexamen betrekking heeft – deel uitmaken van de schoolexamens. Afhankelijk van de weging van deze schoolexamens kan het zomaar zijn dat deze twee domeinen op de ene school misschien wel voor 65% het eindcijfer bepalen en op de andere school ‘maar’ 50% (hiermee bedoel ik dan gewoon het cijfer dat leerlingen voor hun eindexamen hebben gehaald). Docenten die argumentatieve vaardigheden en leesvaardigheid ook buiten het eindexamen om toetsen, zullen daar ongetwijfeld zo hun redenen voor hebben, maar een beetje vreemd is het wel.

Waarheen leidt de weg? Allereerst schrappen we het eindexamen, gevolgd door eerherstel voor de docenten. Zij hebben de kennis en kunde om leerlingen op waarde te schatten. Daarna volgen inhoudelijke discussies over de invulling van ons vak. Zo ben ik zelf een groot voorstander van meer inhoudelijke verdieping. Waarom niet een keer aandacht voor sociolinguïstiek of fonologie? 

Het roer om

Dit alles betekent overigens niet dat er dan helemaal geen richtlijnen meer hoeven te zijn, integendeel. We kunnen leerlingen een volwaardig diploma geven zónder dat zij een centraal eindexamen hebben hoeven maken, maar een zeker kader blijft – gezien de voorbeelden hierboven – wenselijk én noodzakelijk. Sterker nog, in feite bestaat zo’n kader al: het examenprogramma. We gaan dat examenprogramma alleen anders vormgeven: meer inhoud en minder vaardigheden. Wat we hierbij in ons achterhoofd moeten houden, is dat zo’n kader niet bedoeld is om docenten te controleren – vertrouwen is key – maar juist om tot op zekere hoogte een gemeenschappelijke visie te hebben op ons vak. 

Als we volgend schooljaar op dezelfde voet verder gaan, dan verandert er nooit wat. Misschien organiseert een of ander lulletje lampenkatoen uit Lutjebroek voor de verandering maar weer eens een petitie, in de hoop dat er dan wél iets verandert. Aandoenlijk, die naïviteit, maar verder weinig daadkrachtig. Deze hele crisis bewijst eens te meer dat we helemaal geen eindexamens nodig hebben. We moeten niet apathisch in onze pyjama achter onze laptop gaan zitten om te bedenken hoe we het in godsnaam vol gaan houden tot het einde van het schooljaar, nee, laten we van de gelegenheid gebruikmaken om nu écht eens het roer om te gooien. Schip ahoi!