Gheen graefschap boven Vlaenderen

Vlaemsche en Walsche spreekwoorden en spreuken van Goedthals

Door Marti Roos

In 1568 verschijnt bij de bekende drukker Plantijn in Antwerpen Les proverbes anciens flamengs et françois, een tweetalig, Nederlands-Frans spreekwoordenboek van de hand van François Goedthals, rechtsgeleerde en ingezetene van Gent. In hun inleidingen vermelden de uitgever en de samensteller uitdrukkelijk dat zij geen vertalingen over en weer aanbieden, maar traditioneel bekende spreuken in de respectievelijke talen, waarbij Nederlandse en Franse spreuken met een soortgelijke strekking bij elkaar zijn geplaatst. De doelgroep is duidelijk een tweetalig geschoold publiek dat juist het taaleigen van elke taal zou weten te waarderen. Het recreatieve element voert de boventoon, zoals verwoord in het Latijnstalige gedichtje van Microbius Philopotes (Kortlevende Drankliefhebber) aan het einde van het boek.

Het is niet bedoeld als naslagwerk, en dat verklaart ook dat het geen alfabetische volgorde heeft, en feitelijk ook geen thematische, al opent het boek enigszins obligaat met een spreuk over god, en staan er soms een aantal spreuken met hetzelfde thema bij elkaar.

Het boek bevat ongeveer 1900 Nederlandstalige spreuken met Franstalige equivalenten. Bij nadere beschouwing blijkt evenwel dat er soms toch wel sprake is van een ad hoc vertaling of van een uitleg in de andere taal, zonder dat er een gevestigde uitdrukking wordt opgevoerd. Sommige lemmata bevatten extra varianten die doorgaans worden ingeluid met item, zodat een lemma wel vijf afzonderlijke spreuken kan bevatten. Er wordt een cocktail gepresenteerd van allerhande spreekwoorden, uitdrukkingen en spreuken; het kortste lemma bestaat uit een enkel woord, en het langste uit een klein gedicht.

Spreekwoorden:
Tghelt dat stom is, maect recht dat crom is.
Force d’argent porte partie.

Uitdrukkingen:
Men vercoopt gheene catten in sacken.
On ne vend point chat en sac.

Vergelijkingen:
Sweeren ghelijck eenen schakere. [schakere: rover]
Iurer comme vn Escossois.

Weerspreuken:
Sinte Laureins daghe hanght den reghen op d’haghe. [10 augustus]
Qui en my Aougst n’a son mantel, il ne l’hamye tout yuer.

Zeispreuken:
De iougde moet wt, seyt de vrouwe, ende reedt op t’hecken.
Quand la vieille esbat prend, la mort rit.

Dieet- en gezondheidsregels:
Melck op wijn is fenijn.
Laict sus vin, c’est venin. Vin sur laict, c’est souhait.

Etiquettespreuken:
Elck sidt met eeren, daer de weert hem schict, oft als de meester vanden huyse seght.
Il se peut seoir sans contredict, qui se met ou son hoste luy commande.
Item: Il se peut bien seoir a table, quand le maistre luy commande.

Leuzen:
Gheen graefschap bouen Vlaenderen.
Il ny a Conte que de Flandres.

Wapenspreuken:
Die quaet peinst, in zijnen buyck moet varen.
Honny soit il, qui mal y pense.
Item: Malheur a ceux, qui ont le double cœur.

Bijzonder is dat er ook literaire citaten zijn opgenomen. Een aantal schrijvers wordt incidenteel zelfs met name genoemd. Het gaat dan steeds om min of meer contemporaine Franse schrijvers zoals Marot, Molinet, en Gromet (het moet gaan om Grosnet of Grognet); alleen bij Rabelais wordt er verwezen naar zijn werk, Pantagruel. Het onderstaande gedicht over de omwentelingen van de wereld, zonder bronvermelding overigens, is afkomstig uit een werk van Marot. Het Nederlandse equivalent is met zorg voor vorm en inhoud vertaald.

Paeys maect neeringhe en voorspoet,
By voorspoet men weeldich en rijcke bedijdt,
Van rijckdom comt wulpsheyt en hoogen moet,
Van hoeuerdije spruyt haet ende nijdt,
Daer wte rijst oorloghe ende dieren tijdt,
Oorloghe bringt armoede en grooten noot,
Armoede maect ootmoedicheyt so groot:
Datmen daerby weder den paeys siet maken,
Aldus so draeyen der menschen saken.

Paix engendre prosperité,
De prosperité vient richesse,
De richesse orgueil, volupté,
D’orgueil contention sans cesse,
Contention la guerre addresse,
La guerre engendre poureté,
Et poureté humilité,
D’humilité reuient la paix,
Ainsi retournent humains faicts.

Er worden geen Nederlandse auteurs bij name genoemd, maar er wel zijn een aantal spreuken terug te voeren op literaire werken, zoals stokregels van bekende refreinen uit de bundel van Jan van Doesborch, en een enkele regel uit het gedicht De stove van Jan vanden Dale uit 1528 of uit de Dietsche doctrinale, oorspronkelijk uit de 14e eeuw.

  • Laet drincken en storten, al mindert ons goet, onse daghen corten. (uit de bundel van Van Doesborch)
    Il n’est vie que de coquins.
  • Een cleyn goet woort swicht grooten toren. (uit De stove van Jan vanden Dale)
    Beau parler appaise grand’ ire.
  • Soete sprake en vriendelijcke maect den mensche van vrienden rijcke. (uit de Dietsche doctrinale)
    Beau parler faict ennemis affins.

Het is niet goed mogelijk vast te stellen of de Nederlandstalige of Franstalige spreuken als leidraad zijn genomen. Dat de Nederlandse voorop staan, suggereert dat deze spreuken het uitgangspunt vormden. Er is voor de Nederlandse spreuken evenwel geen gebruik gemaakt van één bepaalde, bekende andere bron: het is eerder een verzameling die naar believen is samengesteld uit allerlei bronnen, waaronder in ieder geval de Proverbia Communia, het eerste Nederlandse, in druk verschenen spreekwoordenboek uit het einde van de 15e eeuw. Een aantal korte rijmspreuken is ook al bekend uit het Hulthemse handschrift uit het begin van de 15e eeuw.

De Franse spreuken zijn vooral geput uit een aantal contemporaine Franstalige spreekwoordenboeken, zoals de Proverbes communs van Nucerin (dat overigens vele malen werd herdrukt, onder andere in 1558), de Adages François van Le Bon uit 1557 (bewaard in een druk van 1577), en bovenal de Recueil de sentences van de Antwerpse schoolmeester Meurier, die eveneens werd uitgegeven in 1568. Al deze verzamelingen bevatten ook ouder materiaal, en kennen een alfabetische volgorde.

Materiaal uit de Proverbes van Goedthals is naderhand opgenomen in het meertalige spreekwoordenboek van de geleerde Megiserus, voor het eerst verschenen in 1592 en verschillende malen herdrukt, en in de compendia van spreekwoorden van verschillende talen in Gruterus’ Florilegia (1610-1612). Vermoedelijk via deze meertalige verzamelingen zijn Goedthals’ spreekwoorden ook bekend geworden bij latere schrijvers, zoals De Brune en Cats, en opgenomen in woordenboeken zoals de Thresor de la langue francoyse van Ranconnet en Nicot uit 1606, en& A dictionarie of the French and English tongues van Cotgrave uit 1611. Tegenwoordig zijn de spreekwoorden weer terug te vinden op allerlei websites met spreuken en quotes.

Literatuur:

¶ De tekst van Goedhals staat op de site van de opleiding Nederlands in Leiden.
¶ Meadow, M. 1993. Volkscultuur of humanistencultuur? Spreekwoordenverzamelingen in de zestiende-eeuwse Nederlanden. Volkskundig Bulletin 18: 208-240.
¶ Vignes, J. 2005. Pour une gnomologie: Enquête sur le succès de la littérature gnomique à la Renaissance. Seizième Siècle 1: 175-211.
¶ Koning, P. 1990. Spreekwoorden als bouwstenen. In: Verkruijsse, P. J. (ed.). Johan de Brune de Oude (1588-1658). Een Zeeuws literator en staatsman uit de zeventiende eeuw. Middelburg: 92-106.