Gedicht: J. Slauerhoff • Novalis

Novalis

Hij wist met kalme angst hoe alles moest
Leven. Voortleven. Zalig of verdoemd.
Niets wordt vernietigd, spoorloos verwoest:
Een geur, een toon die in de stilte zoemt,

Iets blijft, hoe ook verijld, versteend, verbloemd,
Leven moet alles tot in eeuwigheid.
Geen sluimering, geen min, geen dood verzoent
Den kruistocht redeloos door ruimte en tijd.

De dooden rusten niet, gezweept tot feesten
Waarin zij ijdel trachten te bezwijmen
Tot redding uit de onduldbare geheimen.

En ieder zwervling is omzwermd door geesten;
Nooit worden wij eenzaam en nooit met rust
gelaten aan een beek, een graf, een kust.

J. Slauerhoff (1898-1936)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.