Gedicht: Hein de Bruin • Rilke

Rilke

Aan U verrukt de rijkdom der gebaren,
de praal der woorden en hun wondre zin,
de wemelende kleur, de glans daarin
van uren vreugd en doodsverdriet van jaren.

Bekoringen der liefde en haar gevaren,
het kosmisch spel van lust en tegenzin,
zij maakten in Uw verzen een begin
om de gestalte Gods te openbaren.

Wij zeggen niet: zij bleef voor ons verborgen;
wij zagen haar geduid in Uw rubriek,
als avondgloed en ’t scheemren van de morgen,
en als de scherven van een mozaiek.

Hetgeen wij met een schok aan haar herkenden,
dat waren de eigen weelden en ellenden.


Hein de Bruin (1899-1947)

 

Portret: Leonid Pasternak


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.