Menselijke natuur vs. menselijke natuur

Door Marc van Oostendorp

Een van de problemen van de mens is dat hij niet begrijpt dat hij beperkt is in zijn menselijke vermogens. Hij kan dit zelfs niet begrijpen, want een van zijn beperkingen is dat hij zijn eigen beperkingen niet kan zien.

Dat is de boodschap van de Israëlisch-Amerikaanse cognitief psycholoog Iris Berent in haar nieuwe boek The Blind Storyteller. Zij was al lange tijd een van de interessantste denkers over taal, misschien wel de enige psycholoog die fonologie begrijpt, Ze laat nu zien dat ze ook het grote gebaar kan maken, en iets interessants kan bijdragen aan ons begrip van het wonderlijke verschijnsel mens.

Levende wezens

Waar de mens vooral blind voor is, zegt Berent, is hoeveel kennis hem is aangeboren. In grote takken van de wetenschap buiten de biologie is het idee van aangeboren kennis taboe. Maar ook de meeste niet-wetenschappers willen er niet aan dat we geboren worden met allerlei kennis: over de natuur, over getallen, over moraal, over taal.

Toch is er heel veel bewijs dat pasgeboren baby’s al kennis hebben over dat soort zaken. Dat ze weten dat bewegende objecten coherent zijn – dat de onderdelen waarschijnlijk aan elkaar vastzitten. Dat levende wezens anders zijn dan andere objecten. Dat drie iets anders is dan twee. Dat bedriegers gemeden moeten worden. Dat gesproken taal bestaat uit lettergrepen.

Onbewoond eiland

We weten dat alles doordat kinderen van soms slechts een paar weken oud al kennis blijken te hebben van al dit soort onderwerpen. Ze hebben nog niet de tijd gehad om echt iets te leren, maar ze reageren al verbaasd als in een filmpje een bal tegen een andere bal stoot en die andere bal pas een paar seconden later in een heel andere richting beweegt. Ze zijn niet op dezelfde manier verbaasd als een mens naar een andere mens loopt en die andere mens een tijdje later ergens anders heen loopt. Ze hebben dus een bepaald idee over natuurwetten. En ze hebben een idee dat mensen (en andere levende wezens) een intern mentaal leven hebben dat ervoor zorgt dat ze op het oog die natuurwetten niet respecteren.

Dat die kinderen verbaasd zijn kun je bijvoorbeeld opmaken over het feit dat ze langer blijven staren dan wanneer ze kijken naar dingen die wel aan hun verwachtingen voldoen. Je kunt ze ook in hun hersenen zien.

De bewijzen zijn heel sterk, zegt Berent. Sommige van dit soort bewijzen van kennis treffen we bovendien ook bij dieren aan onder psychologische omstandigheden. En toch willen mensen er niet aan. Ook voor die stelling verzamelde ze een grote hoeveelheid experimentele bewijzen: mensen uit verschillende culturen werd bijvoorbeeld gevraagd hoe waarschijnlijk het is dat baby’s zulke dingen kunnen, of dat mensen ze zouden ontwikkelen als je ze van jongs af op een onbewoond eiland zette.

Aangeboren

Dat allerlei aspecten van het lichaam aangeboren zijn – dat de meeste mensen twee armen hebben, dat de ogen in ons hoofd zitten en dat we met die ogen meestal kunnen kijken – daarmee heeft niemand moeite, zelfs niet als die lichamelijke kenmerken soms pas lang na de geboorte tot uitdrukking komen (dat meisjes op een bepaald moment borsten krijgen). Maar dat kennis van de wereld eveneens aangeboren kan zijn, dat geldt als een absurditeit.

Ik weet zeker dat 7 van de 10 lezers van dit blog nu ook hun hoofd schudden, zelfs al heb ik net een indicatie gegeven van het soort bewijzen voor dit soort aannames.

Waar het Berent in dit boek nu om te doen is, is de vraag: waar komt die weerstand tegen het idee van aangeboren kennis eigenlijk vandaan? Haar antwoord: die is zelf ook weer aangeboren.

Waarheid

In ieder geval zijn er volgens haar twee aangeboren ideeën die het samen vrijwel onmogelijk maken om te aanvaarden dat ideeën aangeboren kunnen zijn. Het eerste is dualisme: het idee dat mensen bestaan uit een materieel deel en een immaterieel deel, een lichaam en een geest. Het tweede is essentialisme: het idee dat ieder levend wezen een soort harde kern heeft, een essentie, die bepaalt wie hij is – en dat die essentie materieel is. Ook hier documenteert Berent weer uitvoerig met tal van experimenten dat in allerlei culturen deze ideeën leven en dat ook kinderen al vroeg dit soort ideeën lijken te hebben.

Essentialisme impliceert dat het immateriële niet tot de essentie van de mens behoort en aangezien gedachten volgens het dualisme niet materieel zijn, kunnen ze dus ook niet aangeboren zijn. De mens moet geboren worden als een onbeschreven blad en alles wat we weten moeten we uit ervaring hebben geleerd.

Die aangeboren ideeën maken ons dus blind voor het feit dat we aangeboren ideeën kunnen hebben. Dat is tegelijk een aanwijzing dat die aangeboren ideeën ook niet per se helemaal juist zijn – ze zijn evolutionair ontstaan omdat ze het ons mogelijk maakten door de wereld te navigeren, niet omdat ze de absolute Waarheid bevatten.

Vrije wil

Dat Berent dit boek heeft kunnen schrijven, betekent ook (als ze gelijk heeft) dat we als mens voldoende capaciteiten hebben om tot inzichten te komen die strijdig zijn met die aangeboren ideeën. Ik weet niet helemaal zeker of dat nu voor of tegen haar hypothese pleit: waar komt dan precies het idee in Berents hoofd vandaan dat ideeën wel aangeboren zijn, als dat idee op zich niet aangeboren is?

Maar hoe dan ook is The Blind Storyteller een buitengewoon rijk boek, waarin je niet alleen leert over al het onderzoek dat deze kerngedachten ondersteunt, maar ook over hoe onze blindheid voor de biologische aard van onze ideeën ons verkeerd laat omgaan met psychiatrische klachten én op een heel andere manier met dyslexie, hoe het ervoor zorgt dat we op de verkeerde weg zijn waar het gaat om het bouwen van op menselijke intelligentie gelijkende kunstmatige intelligentie, en wat de implicaties zijn van Berents betoog op onze kijk op de vrije wil.

Andere gedachten

Er zijn ook wel wat losse draadjes. Zo zijn er natuurlijk ook in de wetenschap tal van tegenstanders van aangeboren kennis, en Berent stipt hun bezwaren soms wel aan (bijvoorbeeld: als we sommige dingen als mens moeten leren, is het dan niet eleganter om aan te nemen dat we alles moeten leren?) maar ze gaat er meestal nauwelijks op in. In plaats daarvan verklaart ze dus uit haar eigen theorie waarom mensen zo denken, maar ik kan me voorstellen dat iemand die niet in aangeboren ideeën gelooft, niet overtuigd raakt van het argument dat zijn eigen aangeboren ideeën hem daarvoor in de weg zitten: zoals Berent zelf aangeeft is onfalsifieerbaarheid soms ook een argument van tegenstanders. (Dat argument weerlegt ze overigens wel, net als ik nooit eerder zo’n scherpe weerlegging las van het idee dat ‘embodied cognition’ iedere vorm van abstract denken kan wegredeneren als in dit boek.)

The Blind Storyteller zet dus hoe dan ook aan het denken, en brengt je misschien ook op andere gedachten – ook al is niet meteen duidelijk of het volgens The Blind Storyteller wel mogelijk is op andere gedachten te komen.

Iris Berent. The Blind Storyteller. How We Reason About Human Nature. Oxford University Press, 2020, Bestelinformatie bij de uitgever.