Gedicht: Erik Bindervoet • Het geheim van geluiden

Uit De droom van Eb Inkt Diervoer, de nieuwe bundel van Erik Bindervoet.

Het geheim van geluiden

Sehen wir uns etwa so an:
in a hijacked car à la fin du monde,
three leading ladies on the back seat,
one, the One, next to you.
Genau! C’est ça, exactement, plus rapide!
But quelque chose ne marche pas
in the surround sound system of the car:
niet the Moments & Whatnauts,
niet de Floaters from the speakers,
but some electric scratches
grč grč!
and then a dark engulfing earthbound sound.
Maartje fängt zu singen an, trillerend,
Hojo! Hojo!
Alejandra habla foutloos Cyrano,
non, merci!
and Hanna makes snatching noises
with a heggenschaar,
suck, suck!
while the One is busy being born
from a lumpy oozing mass on the front seat,
from the front seat.
Splaaaasj!
You keep driving,
les mains humides on das Steuerrad,
though you’ve got no permis de conduire.
Nous pull over to a gaz station
auprès de la Moselle.
C’est tranquille maintenant.
Ruhe, sanfte Ruhe, tacet Maartje,
sauf het coole geknars of the tires
of the car on the grint on the asphalt.
A soft murmur, remurmuring, rewhimpering.
We are bang. Alejandra shivers.
A telephone starts ringing ferociously,
énormément, comme les téléphants d’antan.
Hello? Hello? Porca Madonna!
Who’s that speaking with his voice?
Hallo? Hallo? Wer da?
Keine Ahnung. Geh schon, geh schon, mon petit!
We are standing still.
Op een bleekveld liggen dode brandweermannen uitgeteld uitgestald.
And when the shooting starts
we perform een zeer kleine but très agréable hommage
à Francis Picabia,
l’homme liquide, fumeur des épaves.
Hanna took a bullet in the stomach
but she spits it out again, vrolijk lächelnd.
Ah! Die lach!
Er moet een bowieversterkertje gehaald worden
En als dat, eindelijk, gearriveerd is, horen we:
Cancer, and my name is Larry, ha,
and I like a woman
that loves everything and everybody…
We zijn weer on the move.
We have reached Leeds.
Uit een lantaarnpaal steekt een vrouwenarm.
In een opening is een borst te zien.
Een parade van vrouwen
met roestig rammelende fietsen aan de hand.
Zij gaat voorop, in een pink, mouwloze pullover
met lovertjes d’argent, verder in het wit.
Ze lacht, onverzoenlijk, maar nog steeds chronisch onvermijdelijk.
Les drunken bicyclettes rattle on the pavement.
One thing, however, is clear as a bell:
ceci n’est pas la fin du monde.
ceci n’est pas la fin du monde.
ceci n’est pas la fin du monde.

Erik Bindervoet (1962)
uit: De droom van Eb Inkt Diervoer (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.