Drie oude jodenmoppen (1811)

Jeugdverhalen over joden (84)

Door Ewoud Sanders

Advertentie in de Groninger Courant van 28-12-1810.

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

In oude jeugdboeken komen soms ook grappig bedoelde anekdotes of ‘kwinkslagen’ voor waarin joodse straathandelaren de hoofdrol spelen. Drie voorbeelden zijn te vinden in Wintervermaak voor kinderen van verschillenden ouderdom, die zich en hunne medgezellen willen verlustigen. Dit boekje, vertaald uit het Duits, was bedoeld als geschenk voor Sinterklaas of nieuwjaar. Het verscheen eind december 1810; de titelpagina vermeldt als jaar van uitgave 1811. In 1825 verscheen een tweede druk.

         De moppen staan in de afdeling ‘Kwinkslagen, Anecdoten, en vrolijke invallen om te lagchen’ en zijn niet per se negatief over joden.

Een jood krijgt stokslagen voor het bezorgen van een brief

De Pruisische koning Frederik de Grote (1712-1786) is boos op een bediende. Hij stuurt de man met een brief naar een officier. In de brief staat: geef de bezorger van deze brief twaalf stokslagen.

         De bediende ruikt echter onraad en vraagt een jood die hij onderweg tegenkomt om de brief tegen betaling bij de officier te bezorgen. De officier zegt tegen de jood, nadat hij de brief heeft gelezen: je krijgt stokslagen. ‘O Mir!’, klaagt de jood, ‘ik heb toch niets gedaan!’

         Maar tevergeefs. ‘De Jood werd op een bos stroo gebonden, en ontving deugdelijk zijne twaalf Rottingstriemen.’

         Als koning Frederik later van de bediende hoort hoe hij zijn straf heeft ontlopen, zegt hij: ‘Hondvot! Ditmaal moge uwe list zoo doorgaan. Maar zondig niet weder. Anders zal ik u tegelijk doen betalen.’

De klerenjood en de wijsneus

Een ‘jonge wijsneus’ laat een joodse kledinghandelaar bij zich komen om hem oude kleren te verkopen. Nadat de koop is gesloten, zegt hij: ‘Israëliet! weet gij wel‚ dat thans in Engeland de gewoonte is‚ nevens eenen jood, wanneer hij gehangen wordt, eenen Ezel te hangen?’

         De joodse handelaar antwoordt: ‘Nai! Dan is het zeer goed, dat wij beide niet in Engeland zijn, omdat wij daar een gemeenschappelijk lot zouden hebben.’

Een joodse straathandelaar is pestkoppen te slim af

Enkele ‘nieuwsgierige en baldadige jongelieden’ vragen aan de joodse straathandelaar: ‘Jood, waarin handelt gij?’

         De handelaar zwijgt. De jongens herhalen hun vraag. Uiteindelijk zegt de jood ‘zeer bedaard’: ‘Ach, de waar, in welke ik handel staat u toch niet aan, en zal, gelijk ik geloof, naauwelijks naar uwen smaak zijn.’

         De jongens herhalen hun vraag met ongeduld. Daarop antwoordt de jood ‘droogjes’: ‘Ik handel in verstand.’

Receptie

Van dit boekje vond ik drie besprekingen. ‘Hoewel er reeds zoo veel van allerlei aard voor kinderen geschreven werd, is iedere nieuwe bijdrage den kleinen nog altijd welkom, en eene verzameling, als thans voor ons ligt, verdient door den kindervriend niet over het hoofd gezien te worden’, oordeelde het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen in 1813.

         De Boekzaal der geleerde wereld, of Tijdschrift voor letterkundigen schreef in 1813 over de afdeling ‘Kwinkslagen, Anecdoten, en vrolijke invallen om te lagchen’: ‘Sommige derzelven zijn zeer geestig, doch wij hebben er ook in gevonden, die (…) door gebrek aan zout weinig prikkelen; ook is de toon van eenigen niet altijd vrij van ruwheid. Zachtheid en kieschheid, die het levensgenot zoo zeer verhoogen, en de onoverkomelijke grensscheiding uitmaken tusschen de beschaafde wereld en het gepeupel, moeten al vroeg en onmerkbaar bij de jeugd worden ingeprent.’

         ‘Sommige van deze kwinkslagen’, schreef het tijdschrift Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding in 1826, ‘moesten naar ons oordeel in een boekje voor kinderen mede niet voorkomen.’ Het gaat hier om de tweede druk van Wintervermaak voor kinderen, die niet in openbaar bezit bewaard is gebleven.