De chaos moet toch weer in goede banen worden geleid

Iemand denkt na over het volgende semester, in De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

– Wouter Pieterse, de voormalige hoogleraar Financiële Letterkunde die veranderd was in een manager, zuchtte. “Ik ben ontzettend blij met jullie”, zei hij, nu voor de vijfde keer. “Met het enthousiasme en de inzet waarmee jullie dit hebben opgepakt.”

Nee, mompelde hij, het moet warmer. Vaderlijker. Enthousiaster.

“Niemand had kunnen voorzien!” riep hij, terwijl hij onwillekeurig zijn vuist bade. “Dat wij er nu zo voor zouden zitten! Ik ook niet! Maar ik had zéker niet voorzien dat we er met ons allen zoiets fantastisch van zouden maken!”

Hij keek naar zichzelf. Zijn hoofd was rood. Hij overdreef.

“Mensen,” probeerde hij nu de medemenselijkheid, “ik vind het persoonlijk allemaal behoorlijk rottig. Ik weet niet hoe het er met jullie voorstaat, maar ik wil best bekennen dat ik er soms ’s nachts niet van slaap.”

Nee, dat was het ook niet. Dat geloofde natuurlijk niemand. Hij begon even aan zichzelf te twijfelen; normaliter, twijfelde hij geen moment als hij een praatje moest geven op een borrel. Dus waarom kwam hij er nu ineens niet uit nu zijn mensen allemaal thuis achter hun eigen borrel zouden zitten?

Hij duwde de deur dicht omdat hij merkte dat zijn zesjarige dochter Didi probeerde binnen te komen. Hij had nog zo gezegd dat hij moest werken! Alleen ’s avonds had hij tijd voor haar, en in het weekeinde, net als altijd. Wanneer gingen die scholen weer eens open?

Hij had besloten om de toespraak op te nemen, dat leek hem beter. Hij kon hem dan gelijk ook delen op de socials. Sophie, zijn boomlange promovenda, had er speciaal een TikTok-account voor aangemaakt: het moest een ultrakorte, flitsende presentatie worden, waarmee hij zich meteen kon profileren als een puike manager in tijden van crisis.

Van zijn onderzoek naar de financiële aspecten van de letterkunde kwam het in deze tijden toch al niet zo veel meer; het leek een verloren zaak, nu de boekhandel volkomen op instorten stond. Gelukkig had hij altijd nog die andere poot in zijn belangstelling – aan ervaren, wendbare bestuurders was natuurlijk ook na corona nog altijd grote behoefte. De chaos moest toch weer in goede banen worden geleid.

Maar dan moest hij wel in staat zijn om hier, alleen in zijn studeerkamer, een filmpje van een minuut op te nemen waarin hij kon laten zien hoe goed hij zijn mensen nu al kon motiveren voor het najaarssemester.

Kwam er eigenlijk nog wel een najaarssemester?